17 nov. 2009

O'Horten (Bent Hamer, 2007)

Na Factotum (2005), gebaseerd op de gelijknamige roman van Charles Bukowski, komt de Noorse regisseur Bent Hamer met zijn vijfde film: O’Horten. Hamers films staan bekend om hun ijzige, absurde humor en lichtzinnige, humanistische toon. Portretten van loners, einzelgängers - in dit geval een 67-jarige treinmachinist, die zijn leven volgens de routine leeft. O’Horten (Bård Owe, een rasacteur die nog met Carl Theodor Dreyer heeft gewerkt) is zijn naam, Odd voor intimi. Odd is trouwens net als Bent een typisch Noorse naam. Vaste patronen en routineuze handelingen; zijn leven is net als de treinrails die hij uit zijn hoofd kent en de prachtige groeven op zijn karakteristieke kop een vaststaand patroon.




Maar dit staat allemaal op het punt te veranderen op het moment dat Odd afscheid neemt van zijn vaste baan: hij gaat met pensioen. Na het in ontvangst nemen van de Zilveren Locomotief - onder begeleiding van het treinlied, ongeïnspireerd vertolkt door zijn collegae - belandt Odd in een understatement van een odyssee. In breed uitgemeten scènes en met een gelaat dat nimmer vertrekt, aanschouwt de passieve Odd hoe zijn vertrouwde leventje langzaam ontspoort als hij zijn baan vaarwel moet zeggen. O’Horten is een droogkomische vertelling; een afgemeten portret van een man die zich realiseert dat het nooit te laat is om te veranderen. Dat klinkt afgezaagd en dat is het ook. O’Horten is, net als zijn vertolker, zeer charmant, maar tergend langzaam, moraliserend en te vaak te flauw.

In een stijl die zich het best laat omschrijven als een kruising tussen de visuele stijl van de Zweedse Roy Andersson (Songs From The Second Floor), het offbeat tempo van Fins regisseur Aki Kaurismäki en de droge humor van Fransman Jacques Tati, trekken korte losstaande scènes aan ons voorbij. Dit klinkt hoogst aanstekelijk en veelbelovend, maar op een of andere manier willen deze elementen maar niet prettig mengen en blijven de scènes steken in een onderkoelde (of afgekoelde) flauwigheid en vrijblijvendheid. Er zijn zeker uitzonderingen en die zijn charmant: Odd belandt na zijn uitreiking in het verkeerde huis en spendeert de nacht in de kamer van een klein jongentje dat graag in slaap valt met een vriendelijke vreemdeling naast zijn bed. (Een warme, vertederende scène die het doorlopende thema van misplaatstheid prachtig verbeeldt, ondanks de wat twijfelachtige beschrijving.) Hij bezoekt zijn demente, zwijgzame moeder; hij gaat op zoek naar een vliegveldmedewerker en wordt door de douane als verdachte aangezien, met de nodige gevolgen. Het zijn fantastische, kleine vignettes, maar ze zijn schaars; dwalende hooibalen in de woestijn die deze aangename, maar nietszeggende vertelling blijkt.




De existentiële potentie van een man die verdwaald zodra hij met pensioen moet is groot, maar wordt alleen zeer oppervlakkig aangesneden, impliciet. Te impliciet. De film kabbelt lijzig en behaagziek door, totdat Odd ’s nachts naakt gaat zwemmen in een verlaten zwembad en hij wordt gestoord door twee blote meisjes. Hij ontvlucht stilletjes, trekt een paar hoge hakken aan en loopt tegen een slapende man op straat aan, Trygve Sissener (Espen Skjønberg). Deze man zet dan eindelijk het langverwachte plot in gang: ze gaan naar zijn huis en onder het genot van sterke drank vertelt hij Odd wijze levenslessen; over kansen grijpen, ouder worden, herinneringen en loslaten. Loslaten. Iets waar Trygve, een voormalig diplomaat, veel ervaring mee heeft: hij kan namelijk blind autorijden, hele steden door, en weet Odd over te halen dit de volgende ochtend samen met hem te doen - met alle gevolgen van dien. Deze scène is de reuring waar O’Horten al ruim een halve film op wacht.

Het gevolg: Odd is bevrijd en gaat opeens actief stappen ondernemen. Deze illustratie van het doel van Odds avonturen zorgt voor een plotse verschuiving in nadruk; het kalme, losse karakter van de film wordt opeens transparant en doelmatig. Zo doelmatig en nadrukkelijk dat Hamer er geen doekjes meer om windt en rechtstreeks afstevent op de moraal van het verhaal. U kent ze wel, van de Amerikaanse familiefilms: ‘Carpe Diem’ en, om met Herman van Veen te spreken, ‘je kunt altijd opnieuw beginnen.’ Het kleine beetje ongerichte spanning dat de film heeft opgebouwd, vloeit als een clichématige aderlating weg, richting goedbedoeldheid. Zo komt toch alles heel snel goed met de sympathieke Odd en verwijst Hamer zijn film linea recta naar de volgende aanbeveling: een heerlijke film om op zondag met je oma te kijken. Middelmatige arthouse, die niemand tegen de borst zal stuiten.


(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op filmorama.nl)

Geen opmerkingen: