11 jul. 2009

Swoon (Tom Kalin, 1992)

Lang voor O.J. had Amerika al een ‘trial of the century’, in 1924. Er zaten twee mannen in de beklaagdenbank: ‘Babe’ Leopold en ‘Dickie’ Loeb. Nathan Freudenthal Leopold, Jr. en Richard Albert Loeb, twee rijke studenten, hadden schuld bekend in de moordzaak op de 14-jarige Bobby Franks. Amerika stond op zijn kop - mede door de koele, afstandelijke wijze waarop deze bijzonder intelligente jongens zichzelf presenteerden naar het publiek en de media, maar vooral over het feit dat deze jongeheren homoseksueel waren. Hun voorkeur werd grootschalig ingezet (ook door hun advocaat, die hen zo van de galg redde) om een motief te plakken op deze mysterieuze zaak, want hun credo de perfecte moord te willen plegen om zo op Nietzscheaanse wijze aan alle moreel te ontstijgen, ging er natuurlijk niet in bij het grote publiek.




Swoon (1992) is hierop gebaseerd en is het speelfilmdebuut van regisseur Tom Kalin, die - naast het script voor het bizarre Office Killer (van kunstenares Cindy Sherman) en de productie van I Shot Andy Warhol - nog één andere speelfilm regisseerde: Savage Grace. Ook die film heeft een waargebeurde moord met een (onderdrukte) onomwonden homoseksuele dader als inspiratiebron. Niet voor niets werd Swoon (en daarmee Kalin) gezien als onderdeel van de New Queer Cinema, samen met Poison van Todd Haynes en The Living End van Gregg Araki. Voor zover DVD-winkels deze categorie hebben, zul je deze film dus waarschijnlijk treffen onder het kopje ‘Gay’, maar dit laat ons natuurlijk al lang niet meer afschrikken in deze metroseksuele tijden.

Kalin is de eerste die deze breeduitgemeten moordzaak zo roze inkleurt; al eerder gebruikte Hitchcock het als bron voor Rope en ook Michael Haneke liet zich inspireren toen hij Funny Games (twee keer) maakte. Tot dusver de (film-)geschiedenis. Ondanks de homoseksuele nadruk is dit zeker niet de reden waarom Swoon zo’n intrigerende en welhaast hypnotiserende film is. Dat is volledig te danken aan de bijzondere stijl van Kalin; een kruising tussen de glamour van zwart-wit modefotografie en de soberheid van minimalistische arthouse, dit alles overgoten met een speelse, intelligente saus van montage en juxtapositie. Tel daarbij op rare anachronistische elementen, zoals moderne afstandbedieningen en telefoontoestellen en je hebt een verfrissend staaltje avant-garde dat niet tegen het hoofd stoot.

In Swoon draait alles om Leopold (Graig Chester) en Loeb (Daniel Schlachet): na een vervreemdende opening waarin von Masochs Venus in Furs letterlijk ten tonele wordt gebracht - een tekst die als thema in de film zal terugkeren - zien we de twee mannen stiekem genieten van hun liefde. Voor ze elkaar een ring overhandigen smijten ze eerst nog wat flessen kapot. Middels impressionistische beelden, oude archiefbeelden en voice-overs van beiden wordt de criminele aard van hun relatie uit de doeken gedaan: de machosistische Loeb lijkt een sensuele overredingskracht op de bangige, gepassioneerde Leopold uit te oefenen. Elke misdaad - in eerste instantie nog redelijk onschuldig - wordt door Loeb beloond met seks: een verwrongen bindingsproces. Het is een ingewikkelde, Freudiaanse toestand, maar Kalin weet deze betoverende roes enigszins inleefbaar te vertellen.




De moord op Bobby Franks is eigenlijk gewoon een onderdeel van deze uit de hand gelopen rituelen en de jongens bereiden hun meesterplan tussen het socialiseren en discussiëren door, zoals ze ook een thesis over moraliteit zouden schrijven. Deze afstandelijke en intellectuele benadering zit ook in de film, maar wordt gelukkig afgewisseld door prachtig camerawerk; kleine details die de poëzie en alledaagsheid van de situatie benadrukken. De ontvoeringscène is een kleine meesterwerkje op zich: onder de ondraaglijke lichtheid van hun handelingen schuilt een onderhuidse spanning die lijkt op te lossen in de mooie beelden. De twijfelende Leopold laat zich steeds maar weer meevoeren door de amorele Loeb, die, als ze de gehuurde auto ontdoen van bloedsporen, nog grappend tegen een chauffeur zegt: "Sven, you've just had the pleasure of shaking hands with a murderer".

Als het duo eenmaal opgepakt wordt, zwichten ze al snel voor het feit dat ze geen perfecte moord hebben gepleegd; alibi’s en bewijsmateriaal werken ze tegen. Het slot van de film verraad een beetje de motieven van Kalin, maar wel op knappe manier. Zonder te veroordelen laat hij zien hoe de twee openlijk en laconiek hun schuld bekennen. Terwijl de buitenwereld zich geen raad weet met zulke moordenaars, zoeken de mannen alleen erkenning bij elkaar, of zoals Leopold bekent: "Killing Bobby Franks together would join Richard and me for life". Het zijn die laatste scènes; waarin het gerecht op zoek gaat naar rationele verklaringen en aan de haal gaat met de feiten (het was een perverse verkrachting!); waarin de media de dood van Leopold in de gevangenis vervormt tot een sensationeel en rechtvaardig verhaal, dat je er achter komt hoe subtiel en genuanceerd deze film eigenlijk is. Swoon intrigeert omdat het geen redenen geeft of uitspraken doet, maar zich op stijlvolle wijze concentreert op deze enigmatische partners in crime.


(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op filmorama.nl)

Geen opmerkingen: