2 jul. 2009

Eenmaal geslagen, nooit meer bewogen (Gerrard Verhage, 1995)

Een Hollandsere titel houd je niet voor mogelijk: Eenmaal geslagen, nooit meer bewogen. Deze komt waarschijnlijk uit dezelfde straat als De geschiedenis van mijn kaalheid en Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming - let wel: zonder hoofdletters, zoals een nuchtere Nederlandse titel betaamt. Klinkt als een boek. Zo’n vergeeld en stoffig boek dat jaren op de plank van je eikenhouten kast staat voordat je het eruit trekt en ontdekt dat het er toch met een reden stond. Deze film van Gerrard Verhage valt helaas niet in de categorie van laatontdekte pracht. Sterker nog: het stof laat zich er maar moeilijk vanaf blazen.

Eenmaal geslagen, nooit meer bewogen is gebaseerd op een Belgisch boek, gek genoeg: La Mèche (De Lont) van Lucy Veldhuizen-Marchal, uit 1948. Vaste scenarist van Verhage, Ger Beukenkamp, bewerkte dit boek eerst tot toneelstuk en later tot script. Een vaderloos gezin in Amsterdam Zuid - gefilmd in Den Haag – leeft binnenshuis, in een wereld van boeken; moeder (toneelkoningin Ineke Veenhoven) zwaait de scepter over klein gehouden zoon Charles (een veel te grote Jack Wouterse in een geruite spencer) en ontevreden dochter Gina (Ariane Schluter, die de show steelt). Charles is een boekenwurm, evenals inwonende neef Jozef (Stefan de Walle, die iedereen zal herkennen als Kees uit de serie Flodder). Continu quoten de neven - maar ook moeder - erop los en reciteren ze uit boeken van auteurs die in de jaren ’50 hoog in het vaandel van literatuurminnend Nederland stonden, maar nu niet eens meer leeslijsten sieren - Anna Blaman, iemand?




Het is een benauwd huis, precies zoals je ze voorstelt bij Nederland in en nabij 1950: grote, slecht verlichte vestingen van keurigheid; vale, bruingroene interieurs die men alleen verlaat om naar de slager aan de overkant te gaan. Of, in dit geval: de apotheker. Charles bekent aan zijn moeder dat hij gaat trouwen met de weduwe van de apotheker, in de hoop daarmee zijn diepgewortelde band met deze familiebestierster te ontkrachten. Mary (Kathenka Woudenberg), de apothekersweduwe, zal spoedig intrekken. Moeder reageert ontzet en gefrustreerd: deze situatie gaat uit de hand lopen. Jozef, ondertussen, zit boven in zijn kamer en beziet alles. Hij werkt aan een roman en gebruikt de familieperikelen als directe inspiratie. Hij wisselt dit af met het botvieren van zijn seksuele verlangens op Gina en Mary - waarvan hij vermoedt dat zij de apotheker zelf heeft omgebracht - en het becommentariëren van de karakters in zijn roman. Zo zou een dunne lijn moeten ontstaan tussen wat werkelijk gebeurt en wat Jozef verzint.

Dit wil maar niet uit de verf komen. Het levert een knullige constructie op; een misplaatst gevoel van postmoderniteit; een interessant concept dat een bijna autistische interesse in zichzelf toont. De acteurs - naast de fotografie en decors - weten dit enigszins te verhullen, ondanks de literaire toon die aan alles plakt en misschien op een toneel nog wel werkt, maar hier alleen maar op de boekenplank slaat. En dat is eigenlijk wel zonde van het acteertalent: Jack Wouterse, de Philip Seymour Hoffman van de lage landen; Veenhoven, de Mary Dresselhuys van de buis; De Walle en met name Alex van Warmerdam-collaboratrice Ariane Schluter maken het toch een dubieus genot deze vreemde film te aanschouwen.




Regisseur Verhage, die vorig jaar overleed, was een bevlogen man: medeoprichter van het filmtijdschrift Skrien, Het Amsterdams Stadsjournaal (een links, betrokken filmcollectief uit de jaren ’70) en de Dutch Directors Guild. Bij het grote publiek zal eigenlijk vooral De Dominee associaties oproepen, bij het kleine publiek de documentaires uit zijn activistische periode, zoals zijn prachtige debuutfilm De Koppelbazen. Publieksfilms; het was een nieuwe richting voor afgestudeerd neerlandicus Verhage, die naast een verfilming van Nooit meer slapen (van W.F. Hermans) ook met een film over Willem Holleeder en Willem Endstra in de weer was. Eenmaal geslagen, nooit meer bewogen mist de bevlogenheid die in zijn andere films wel terug te vinden is. Het is als Abel of De Avonden, maar dan van een maker die niet precies weet wat de noodzaak van zijn verhaal is. Alles is ontdaan van drama, vervangen door een Nederlandse nuchterheid en precisie. Dit is Nederlandse Cultuur - met een hoofdletter - maar de grote vraag is: voor wie? Studenten Nederlandse Literatuur?

Ondanks hard bewijsmateriaal lijkt het me dat scenarist Beukenkamp het verhaal van Veldhuizen-Marchal heeft bewerkt zodat niet Gina de persoon is van waaruit we de familie bezien, maar schrijver Jozef. Deze cynische rol is lekker literair, maar levert een film op die vergeet zijn publiek te betrekken. Terwijl juist Gina de enige is die nog een emotionele strijd levert met de beklemmende, intellectuele gang van zaken. Zo wordt Eenmaal geslagen, nooit meer bewogen een mislukt portret van een overbekend Nederlands gegeven: de beklemmende huiskamersfeer uit de jaren ’50. En dat is jammer, want als iemand dit literaire genre eens goed zou afstoffen, zou een film gemaakt kunnen worden die niet alleen cultureel verantwoord is, maar die deze tijd ook helemaal inleefbaar maakt.


(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op filmorama.nl)

Geen opmerkingen: