24 jun. 2009

Il Divo (Paolo Sorrentino, 2008)

Geachte lezer. Het is niet mijn gewoonte te ageren. Alhoewel reactionair van aard, zijn dit eigenschappen die ik achterwege laat bij het bespreken van een film. Maar als de kloof tussen mijn ervaring en de lofzang op een film zo groot is, knapt er iets bij mij. Dan maak ik een uitzondering. Hiervoor alvast mijn nederige excuses. Het gebeurt niet vaak, de laatste keer was bij Pan’s Labyrinth, één van de meest overschatte films ooit - ik kan dan weken lang overstuur zijn; rusteloos, miskend. Slechte eigenschappen wellicht, maar ik ga dan op zoek naar de oorzaak hiervan. Hoe kan een liefde voor cinema omslaan in zulke haat? Waarom wordt mijn kritische, tolerante blik vertroebeld door een rode waas? Loopt u even mee?




Il Divo vertelt het verhaal (dit begrip moet je ruim nemen) van Giulio Andreotti, een roemruchte politicus uit Italië. Andreotti heeft de dubieuze reputatie de Italiaanse politiek bijna zestig jaar middels allerlei gewichtige posities (onder andere als minister president) te hebben bestierd. Dit deed hij stilletjes, onopvallend, nooit de aandacht vestigend op zichzelf. Andreotti had ontegenzeggelijk connecties met de maffia en was tijdens zijn machtsambt ‘toevalligerwijs’ - zoals een journalist scherp opmerkt in de film - bij zo’n beetje elk politiek schandaal betrokken. Moorden, afpersingen, louche deals; overal had Andreotti wel een vinger in de pap. Een opmerkelijk, enigmatisch figuur die aan het eind van zijn carrière berecht werd voor zijn mogelijke wandaden, maar op slinkse wijze de dans wist te ontspringen. Iemand, dus, met ontzettend vieze handen en wonderzeep.

Paolo Sorrentino, de regisseur (van het intrigerende Le conseguenze dell’amore), probeert deze wonderlijke figuur vorm te geven in een film. Zijn wapens in deze dappere strijd zijn: goede acteurs, heel veel scènes en een ironische, bijna groteske toon. De manier waarop Andreotti door acteur Toni Servillo wordt neergezet - een levend karikatuur, (on)geanimeerd en met een blanco uitstraling - heeft iets van de wijze waarop Peter Sellers zo fabelachtig in een film kon ‘zijn’. Servillo komt daarbij in de buurt. Eigenlijk valt over de acteurs niet zoveel aan te merken; het bataljon prachtige Italiaanse koppen dat voorbij komt is bij vlagen hilarisch en daarnaast krijgen ze toch niet de ruimte om een karakter neer te zetten. Het zijn allemaal edelfiguranten in de dikke, dichte structuur die moet doorgaan voor een plot.

Dat er überhaupt een plot is (de aanloop naar de berechting van Andreotti) kom je pas na een uur te weten. Ondertussen bombardeert Sorrentino je met politieke figuren, teksten in beeld, gevatte dialogen en inventieve scènes. Toegegeven, er zit zeker in het begin van de film nog een brutale belofte in deze tactiek, ongeacht of je op de hoogte bent van de corrupte geschiedenis. Alsof iemand Dr. Strangelove in een nieuwerwets jasje gaat hijsen. Met behulp van korte videoclipachtige scènes ramt Il Divo in hoog tempo de praktijken van Andreotti’s malafide bewind door je strot. Slowmotion, popmuziek, klassieke muziek en een wervelende cameravoering gooien je van de ene beladen introductie in de andere. Dit is geen cinema, dit is MTV.

Soms kijk je naar iemand waarvan je geen flauw benul hebt wie het is of wat zijn/haar functie is in het verhaal - of de realiteit. Ik ben een voorstander van films die hun nationaliteit prijsgeven en als non-Italiaan geeft Sorrentino me zeker het gevoel dat ik naar een Italiaanse film zit te kijken; het is pompeus, gevat. Maar zou dat niet een ondertoon moeten zijn? Moet ik gaan googlen om erachter te komen waar ik naar zit te kijken? Is de betekenisvolle lading die elke scène heeft genoeg om een (nooit gelezen) krantenkop te verbeelden? Ik dacht het niet. De boventoon is die van totale herkenning; van een maker die ervan uit gaat dat we aan een half woord genoeg hebben. En daar speels en inventief mee aan de haal gaat. Hyperlinks, zo u wilt, zonder een mogelijkheid daar op te klikken.




Il Divo is geen slechte film, begrijp me niet verkeerd. Maar het is zeker niet het meesterwerk waar ieder respectabel criticus het mee lijkt te verwarren. Daarvoor is het te inconsistent en ongeconcentreerd; alleen maar bezig met stijl en ideetjes. Pas aan het einde lijkt zich een beetje discipline meester te maken van de regisseur, maar zelfs dan heeft de ‘videoclipheid’ nog de overhand. Continu buiten zichzelf verwijzend - naar een relevante, culturele geschiedenis - refereert Il Divo er manisch op los. Ondertussen zit je als kijker vast in een verwoed vehikel dat maar niet kan besluiten of het Guy Ritchie, Quentin Tarantino, Federico Fellini, Lars von Trier of Stanley Kubrick wil kanaliseren. Il Divo is de antithese van Divo Giulio: besluiteloos, hyper en luidruchtig, met als enige inhoud feiten die zich beter laten verteren als powerpoint presentatie dan als film. Il Divo is over tien jaar weer vergeten, Giulio Andreotti niet.


(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op filmorama.nl)

Geen opmerkingen: