3 mei 2009

Il Gattopardo (Luchino Visconti, 1963)

Onbetwist meesterwerk. Het is een term die je wel eens tegenkomt op DVD-hoezen of hele oude films die veel te duur zijn. Onbetwist. Alsof er over smaak niet te twisten valt. Een onbetwist meesterwerk over de ondergang van de Italiaanse aristocratie rond 1860. Il Gattopardo heeft deze dubieuze reputatie. En als dat saai klinkt geef ik u geen ongelijk. Het eerste uur van dit erkende meesterwerk van Luchino Visconti is een constante (en frustrerende) herinnering aan het feit dat u nooit echt heeft opgelet bij de geschiedenisles - vooral bij het hoofdstuk over Italië in de negentiende eeuw. De film is gebaseerd op de gelijknamige roman van Guiseppe Tomasi di Lampedusa en vertelt het verhaal van de Siciliaanse edelman Don Fabrizio, prins van Salina (en zijn familie) ten tijde van de ‘Risorgimento’ in Italië. Zijn de politieke verwijzingen in het boek al niet voor de ongeschoolde, Visconti schijnt de politieke laag in de film nog meer te hebben aangezet. Maar dit hoeft niet te betekenen dat je geschiedkundige moet zijn om deze prachtige film te kunnen waarderen.




Het is eigenlijk niet meer dan context. Context voor het verhaal van Don Fabrizio. Dat Visconti de aangewezen regisseur was - hij was zelf van aristocratische komaf, maar ook een overtuigd marxist en daarnaast een filmmaker met een enorm gevoel voor detail en stijl - om zijn verhaal te vertellen was van tevoren duidelijk, maar voor de hoofdrolspeler was dat anders. Hollywood-acteur Burt Lancaster was hoognodig om het enorme budget van dit epos rond te krijgen, tot groot ongenoegen van Visconti. Dit was een film over Italië, specifieker nog: over Sicilië. Een verhaal dat alleen maar bedacht en vertolkt kon worden door Italianen. Maar 20th Century Fox, de Amerikaanse financieerder, dacht daar anders over. En gelukkig maar: Lancaster als Don Fabrizio is de hoofdreden waarom Il Gattopardo - door de dichte textuur van briljante technicolor en ingewikkelde politiek heen - schijnt als een ontroerende en melancholische meditatie over vergankelijkheid.

Don Fabrizio heeft al zijn nobele hoop op zijn neef Tancredi (Frans acteur Alain Delon) gezet: deze fiere en charmante jongeman speelt niet alleen een militaire rol in de revolutie, maar is ook nog zo ambitieus om zelf een rol te willen spelen bij de eenwording van Italië. “Alles moet veranderen om alles bij het oude te houden,” geeft hij zijn oom mee net voor hij zich in de strijd mengt. De dochter van de prins wordt verliefd op Tancredi, maar ‘de Don’ weet beter als hij dit nieuws van zijn lichtelijk kruiperigere priester krijgt te horen: “romantische fantasieën, gaat niet werken”. Hier begint te schemeren dat de prins meer lijkt te weten dan zijn ijdele postuur voordoet, dat er een diepe wijsheid schuilt onder deze aristocratische machthebber; een paradoxaal figuur die macht heeft, maar het niet krampachtig vasthoudt. Hij begint in te zien dat ‘zijn’ lange traditie (het feodale stelsel: geestelijkheid, adel en burgerij) eindig is en binnenkort niet meer dan een ruïne zal zijn.

Als hij in zijn vakantiedorp, Donnafugata, de ‘nouveau riche’ burgemeester en zijn prachtige dochter Angelica (de prachtige Claudia Cardinale) ontmoet, is niet alleen hij, maar ook Tancredi om. Een huwelijk tussen zijn arme neef van adel en deze prachtige, plots rijke, jongedame is niet alleen van politiek belang voor Don Fabrizio, maar we zien ook de liefde die hij voor beiden koestert. Hij stelt alles in werking om dit huwelijk te bekrachtigen, ook al betekent dit ook het onontkoombare einde van zijn oude waardes en tradities. Na ruim twee uur expositie en decorum - de film telt 185 minuten - komen we aan bij het hoogtepunt van de film, het absolute meesterschap van Visconti: de balscène. Op dit bal wordt Angelica aan de adel voorgesteld. Hier worden de verhoudingen tussen prins, neef en meisje duidelijk - niet door dialoog of expositie, maar door subtiele bewegingen en momenten.




Als een trechter werkt de film van een enorm canvas naar een intiem schouwspel toe. We lopen samen met de inmiddels vermoeide Don Fabrizio door dit bal, deze decadente bedoening. Opeens hebben we net als hij, tussen het drukbevolkte gala, alleen nog oog voor het stralende koppel. Tussen alle detail, alle vertoon en alle sociale verplichtingen ontluikt zich een verhaal over vergankelijkheid, overgangen. Over een oude man die ziet dat het al afgelopen is. Opeens dringt het besef door dat je misschien wel twee uur nodig hebt om deze scène van zo’n ongrijpbare, emotionele diepte te voorzien. Tussen alle politiek en ouderwetse dialogen. Opeens - maar ongemerkt al een tijdje - zie je de brille van Il Gattopardo zich ontvouwen. En begrijp je de pijn van een edelman uit 1860 zonder enkel besef van context, geschiedenis of politiek. En dan, tijdens de wals die hij met Angelica danst begrijp je opeens waarom soms ‘onbetwist’ wordt gebruikt.



Geen opmerkingen: