17 mei 2009

Elephant (Gus Van Sant, 2003)

Gus Van Sant heeft de neiging zijn publiek te verdelen. Niet alleen zijn publiek, ook zichzelf: ooit begonnen met knappe films (over de jonge, homoseksuele onderlaag rond de West Coast van Amerika) als Mala Noche, My Own Private Idaho en Drugstore Cowboy, maakte hij in de jaren negentig de overstap naar de mainstream - waarvan Good Will Hunting (en recentelijk: Milk) bij iedereen is bijgebleven als bewijs dat hij een commercieel filmmaker is. Na een exacte kopie van Alfred Hitchcocks Psycho en een zeer matig ‘vervolg’ op Good Will Hunting, Finding Forrester, stuurde Van Sant weer hard naar links om in 2002 met Gerry op de proppen te komen: Casey Affleck en Matt Damon, bijna Beckett-achtig verdwaald in een woestijn. Vervolgens omarmde de kunstwereld hem weer; Elephant en Last Days, formele experimenten in soberheid, maakten een grote impact in het alternatieve circuit. Blijkbaar laveert deze regisseur gemakkelijk van de ene ‘richting’ naar de andere. Is Van Sant nu een roekeloos bestuurder of een bekwaam chauffeur die graag tegen het verkeer inrijdt? Iemand die geen onderscheid maakt tussen een doorgetrokken streep en een stippellijn?




Elephant opent als een arty kunstvideo: een statisch shot van een wolkenlucht, het geluid van sportende jeugd en titels in een lettertype dat je gratis bij iMovie krijgt. Gelukkig weten we waar deze film over gaat: ‘de Columbine shootings’ - of een interpretatie daarvan. Een lading die veel dreiging en verwachting geeft, zelfs aan zo’n knullig begin. Maar vrijwel direct ben je deze knulligheid vergeten zodra de film opent; de eerste tiener wordt geïntroduceerd. (Door middel van sobere tussentitels in dito lettertype. Ze zullen de hele film terugkomen en zijn de enige concrete karakterdefinities die we krijgen aangereikt door Van Sant.) We zien een auto door een woonwijk rijden en meteen een zijspiegel meepikken van een geparkeerde auto; het voertuig slingert verder, het shot houdt lang aan. De auto wordt bestuurd door de dronken vader van John (John Robinson), maar dat is meer een detail. De slingerende auto maakt indruk, maakt verdacht en zet de toon. Het gegeven dat deze film over Columbine gaat is genoeg om iedereen verdacht te maken.

Dit uitgangspunt hanteert Van Sant een hele tijd: we krijgen lange shots van banale gebeurtenissen, introducties van allerlei scholieren. De ongemakkelijke puberlichaamstaal straalt van ze af; van deze jonge, ongeschoolde acteurs, die bijna allemaal ‘karakters’ spelen met hun eigen voornaam. De detective in de kijker wordt aangesproken en gaat radeloos op zoek naar een dader, naar een motief. Maar dit zal lastig worden - frustrerend zelfs - want de enige achtergrond (in de vorm van flashbacks) die we krijgen, zijn als we al weten wie de daders gaan worden. En ook al lijkt het erop dat de film makkelijke antwoorden klaar heeft staan voor moeilijke vragen, zijn zelfs deze antwoorden - pispaaltjes, overgevoelig, videogamegeweld, homoseksualiteit - ruim te interpreteren en alles behalve uitleggerig. Maar tegen die tijd is de detective in je ook allang bezig met kijken en observeren; meegezogen in het landerige tempo van deze film. We lopen mee met willekeurige tieners door de gangen van het enge, kale universum dat de middelbare school heet; gecodeerde sociale afspraken worden langzaam ontcijferd in een stijl die men ‘achterhoofden-poëzie’ zou kunnen dopen.




Van Sant vertoont de triviale handelingen van deze tieners met zo’n precisie, met zo’n strenge formaliteit dat het niet anders kan dan benauwen. De subtiele musique concrète (alledaagse geluiden verwerkt tot composities) van Leslie Shatz geeft het nog net dat duwtje dat het nodig heeft. Dat het straks gaat uitmonden in een bloedbad is eigenlijk niet meer aan de orde. De Steadicam als sierlijk wapen tegen duiding van een gebeurtenis die betekenis weet te overrompelen in zijn berekendheid, ongevoeligheid en gruwelijkheid. Kan de lens zowel een liefdevolle blik als een pessimistische analyse tonen? Het lijkt erop. Is er een Nederlands woord voor ‘doom-laden’? Want dat is de term die hier verbeeld wordt.

Van Sant verdeelt zijn kijkers. Zij die het saai vinden; oppervlakkige navelstaarderij; l’art pour l’art. En zij die deze sensitieve combinatie tussen kunst en actualiteit juist een verdieping vinden. Dat de film niet simpelweg wijst (en kan wijzen) naar de oppervlakkigheid van Amerika als oorzaak van het geweld - de favoriete zondebok van een paar critici, in een intellectuele poging de film te duiden - is inmiddels pijnlijk duidelijk geworden door een tiental ‘high school shootings’ in Europa en elders. Dit gaat niet over Amerika, dit had overal kunnen gebeuren. Het echte probleem, de ware oorzaak zal zich misschien pas over decennia openbaren. Ondertussen kunnen we er alleen naar kijken. In zijn naïveteit, in zijn complexiteit, in zijn zinloosheid. En juist dat heeft Van Sant prachtig verbeeld.

2 opmerkingen:

Anoniem zei

woouw! goed stuk.
maar, wat is er een nederlands woord voor 'doom-laden'?

Jasper de Bruin zei

Dank. Sinister komt in de buurt, maar dekt de lading niet. Als iemand het weet mag 'ie het zeggen.

Gr
Jasper