12 apr. 2009

Het Zusje van Katia (Mijke de Jong, 2008)

Sinds haar film Bluebird mag duidelijk zijn dat Mijke de Jong een groot filmtalent is. Samen met die andere opvallende filmvrouwen die Nederland nu rijk is: Dana Nechustan (van Nachtrit); Nanouk Leopold (van Guersney); Ineke Houtman (van Polleke) en Esther Rots, die onlangs haar speelfilmdebuut had met Kan door huid heen. Je zou bijna het idee krijgen dat er een kleine revolutie aan de gang is in Nederland: vrouwelijke auteurs. Stuk voor stuk maken ze films die iets eigenzinnigs hebben; niet aan de - oubollige Nederlandse - conventies van film voldoen. De stem van deze vrouwen is duidelijk hoorbaar, vooral in het buitenland, waar ze met prijzen en nominaties om de oren worden geslagen. Wat vooral naar voren komt bij deze ‘vrouwenfilms’ - om het maar even oneerbiedig te categoriseren - is de manier waarop acteren weer ‘echt’ lijkt in een Nederlandse film.

Mijke de Jong is daarin een meester, iets wat terecht gelauwerd is in haar voorlaatste film Tussenstand, maar ook terug te vinden is in Bluebird, een fantastische film. De Jong meent dan ook dat alles om de acteurs zou moeten draaien, iets wat volledig naar voren komt in haar eerdere, maar vrij onbekende films, zoals Uitgesloten en Broos. Bijna als documentaires zijn ze gedraaid, met een losse cameravoering, lange takes en veel improvisatie. Tussenstand nam daar afstand van: de cameravoering was afwisselend formeel en rigide, geforceerd experimenteel. Het acteerwerk daarentegen - bijna volledig geïmproviseerd - was gedurfd, confronterend en overtuigend. Het leverde in ieder geval een onvergelijkbare film op. In haar nieuwste film, Het Zusje van Katia pakt de Jong het weer even net anders aan. Maar het hoge niveau van acteren blijft.



Het Zusje van Katia is gebaseerd op de gelijknamige roman van Andrés Barba, een Spaanse schrijver die hiermee debuteerde in 2001. Het boek beschrijft de relaties binnen een immigrantenfamilie in Madrid vanuit het perspectief van - u had het al geraden - het zusje van Katia. In de film leeft deze (Russische) familie ergens in Amsterdam. Noord om precies te zijn, want dat doet het goed de laatste tijd. “Wat wil je worden?” vraagt de schoolmeester. -“Gewoon,” antwoordt het zusje van Katia. -“Gewoon? Wat gewoon?” reageert hij bijna geïrriteerd. “Gewoon, het zusje van Katia.”

Het is een opmerkelijke statement -en een profetische daarnaast- zo, die de toon van deze film zet. We zien het zusje door Amsterdam rondwaren, diep verwonderd en een beetje verloren. Thuis wacht ze als een trouwe huisvrouw op die ene helft van haar geuzennaam. Katia. Katia vreet het leven. “Ik ben slecht en jij bent stom,” is zo’n beetje het eerste dat ze tegen haar zusje zegt. Waarna ze liefelijk naast elkaar in bed gaan liggen. Het is meteen duidelijk: een gebroken gezin, waarin een heleboel ontbreekt, maar nog altijd plaats is voor warmte. Ook moeder heeft haar gebreken, via sluikse opmerkingen en kleine stukjes dialoog komen we er achter dat ze een hoer is. Dan is er nog oma, die af en toe goed advies geeft en dingen betreurt. Het samenspel van de vrouwen aan tafel is magistraal.

Deze situatie suddert zo een tijd door, met Katia als energetisch middelpunt van alles: ze heeft een vriendje; het vriendje is weg; ze schopt ruzie met moeder. Het zusje ziet alles aan en moet de rare acties van Katia maar accepteren. Zusje staat erbij en kijkt ernaar. Ze spendeert de meeste tijd op straat, op zoek naar voorbeelden. Voorzichtig probeert ze zich bij mensen te scharen. Ze is een buitenstaander die toekijkt, maar ook over intieme grenzen heen gaat, stiekem, als een hartverwarmende spion. De camera zit er dicht op, er wordt prachtig gefilmd. We kijken mee met iemand die meekijkt. Het zijn scènes die sterk doen denken aan Rosetta van de gebroeders Dardenne, maar de intensiteit van die film mist, daarvoor zijn de handelingen van deze hoofdrolspeler, het zusje, niet desperaat genoeg. En de camera te afstandelijk. Langzamerhand loopt de situatie thuis uit de hand: Katia wordt stripteuse, moeder verlaat het huis en oma is stervende. Het zusje ontmoet John Turner, een man die het woord van God verkondigd. Ze raken bevriend. Alles is dreigend, maar tegelijkertijd ontzettend voorspelbaar.



Het mooie is wel dat de Jong de naïeve en ontluikende seksualiteit van het nog immer naamloze zusje en haar gebrek aan ‘goede’ rolmodellen soms venijnig overtuigend neer weet te zetten, zonder dat ze schokkend zijn. Ze zijn gewoontjes en naturel, je kan het je helemaal voorstellen. Als zusje aan Katia vraagt wat je met iemand doet als je verliefd bent vertelt ze dat je van alles kan doen, alles is fijn samen, om te eindigen met: “Je kan hem natuurlijk ook pijpen.” Dat soort momenten raken associatief een aantal interessante en actuele thema’s: de goedbedoelde, maar naïeve steun van John Turner die geen idee heeft hoe hij haar moet bereiken; de onvoorkomelijk ongebalanceerde situatie van de immigranten.

Het Zusje van Katia weet het inleefbaar te vertellen. Maar het is ook meteen het zwaktepunt van de film: het lijkt in eerste instantie alleen te beschouwen, begrip te kweken, maar bewaart stiekem het drama voor het laatst. Net voordat dit gebeurt wordt het echt intrigerend, als het zusje in een leeg huis toneelstukjes opvoert: over hoe ze denkt over de situatie, over haar verlangens. Maar dan is het al te laat. Dan begint het - blijkbaar noodzakelijke - plot zich op te dringen en is het duidelijk dat er toch een conclusie wordt geforceerd. Had het zusje van Katia haar stem maar eerder laten horen, dan hadden we haar tot het einde aan toe met verwondering gevolgd. Nu is het zusje uiteindelijk toch gewoon geworden. Met een netjes einde. Het Zusje van Katia is zeker niet slecht, maar ze observeert te lang voordat ze haar echte potentie onthult.

(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op filmorama.nl)

Geen opmerkingen: