12 apr. 2009

Europa (Lars von Trier, 1991)

Europa (ook wel bekend als Zentropa) is een toverhoed van een film. Visueel gezien zijn er niet veel films die zoveel oude trucjes op zo’n overtuigende wijze in een geheel weten te passen - Dracula van Francis Ford Coppola komt in de buurt. Mooier nog: er is geen computer aan te pas gekomen. Zwart-wit en kleur; voorgrond en achtergrond; sets en echte gebouwen: alles loopt door elkaar heen en is prachtig uitgevoerd. Deens regisseur Lars von Trier staat - naast zijn provocerende houding - vooral bekend als iemand die zichzelf juist beperkingen oplegt; vaart bij restricties. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn naam hoofdzakelijk associaties opwekt met het DOGMA 95 manifest; het alweer achterhaalde, maar indrukwekkende pleidooi voor zuiverheid en eenvoud in films. Voor Europa (de derde film in zijn Europe Trilogy) had von Trier ook een manifest geschreven, alsof het een vereiste is. Uit MANIFESTO NO. 3: “For here is my confession: LARS VON TRIER, A SIMPLE MASTURBATOR OF THE SILVER SCREEN. … No trick is too tacky, no device too cheap, no effect too tasteless.” Dat is wel even wat anders dan de sobere stijl die hij later zou tentoonstellen.



Veel hoofdletters, maar dat hoort nou eenmaal bij de vurige ambities die von Trier zichzelf heeft opgelegd. Europa is daarin niet anders dan zijn andere films: het is zijn persoonlijke visie op de situatie in Duitsland vlak na de Tweede Wereldoorlog. Leopold Kessler (Jean Marc Barr) is half Amerikaans, half Duits en is van de Verenigde Staten naar Duitsland gekomen om te helpen met de opbouw, of zoals hij zelf zegt: “…it’s time for someone to show some kindness to Germany.” Via zijn verbitterde oom (Ernst-Hugo Järegård, die op mij een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten als tierende Zweed in von Trier’s Riget) krijgt Leopold een baan als slaaptreinconducteur bij treinbedrijf Zentropa. Zentropa is zo’n beetje alles wat we van Duitsland te zien krijgen en de metaforische associaties - de ‘ordnung und gründlichkeit’ in de treinen krijgen een wel heel cynische betekenis - liggen niet onder de oppervlakte: Zentropa ís het gebroken Duitsland. Hier leert Leopold het vak van de strenge Duitsers en ontmoet hij Katharina Hartmann (Barbara Sukowa), de dochter van de eigenaar van Zentropa. Haar vader zit tot aan zijn nek in een geforceerde medewerking met de geallieerde Amerikanen. Maar er is nog overal verzet van Nazi sympathisanten en de verleidelijke Katharina bekent Leopold, in alle liefde en net voordat ze zich aanbiedt dat ook zij heeft meegewerkt.

Al snel raakt de naïeve en behulpzame Leopold betrokken bij zowel de opdringerige wensen van de geallieerde Amerikanen als die van de rebelerende Duitsers (zogenaamde Weerwolven). Uiteindelijk zal deze idealist keuzes moeten maken. Het gaat hem moeilijk af: zijn liefde voor Katharina lijkt de belangrijkste raadgever. Het plot verdikt en de film neemt de vorm aan van een thriller. Een thriller die, net als de stijl, laag op laag stapelt. Deze combinatie levert een surreële en paranoïde kwaliteit op die Kafka wellicht had kunnen overtuigen van zijn eigen brille. De opening, waar de alwetende verteller (Max von Sydow) de kijker hypnotiseert terwijl we de spoorlijn aan ons voorbij zien trekken had het al aangekondigd: “Seven, you go deeper and deeper and deeper. Eight, on every breath you take, you go deeper. Nine, you are floating. On the mental count of ten, you will be in Europa. Be there at ten. I say: ten.” We zijn in een nachtmerrie belandt waar morele conflicten, regels en onmogelijkheden iemand tot waanzin kunnen brengen. Want, hoe verdeel je loyaliteit als je iedereen wilt helpen en altijd begripvol wilt zijn?




Zoals de hypnotiserende stem je beveelt, wordt je haast gedwongen je in te leven in de verwarde Leopold - die steeds meer verstrikt raakt in een moreel web - en ben je soms de draad volledig kwijt. Gelukkig is de film zo rijk in beelden en vondsten, dat je voortdurend bent afgeleid; de overgangen en het gebruik van achtergrondprojecties geeft alles een magische sfeer. Alsof je wakker wordt in een lucide droom, waar je nog steeds verwonderd om je heen kijkt; een bijzonder spel tussen bewust en onbewust. De toon van de film laveert tussen cynisch en romantisch; tussen formeel en experimenteel; tussen irritant en intrigerend. De ambities van von Trier zijn hoog (zo hoog dat hij in Cannes zijn middelvinger omhoog stak toen hij de felbegeerde Palme D’Or niet ontving voor zijn film) en er zijn momenten waar hij het waarmaakt. Maar net als de idealistische Leopold moet ook von Trier buigen voor de regels en onmogelijkheden. De film bezwijkt soms en - vooral - tegen het einde onder zijn eigen aspiraties. Maar ondertussen deconstrueert het wel de oorlogsfilm, de thriller, Hitchcock, nachtmerries en de mogelijkheid alles te begrijpen. Europa is een testament van het talent en de ambitie van het Deense ‘enfant terrible’; een ode aan gelaagdheid, experiment en mogelijkheden. Een manifest.

Geen opmerkingen: