19 apr. 2009

Factory Girl (George Hickenlooper, 2006)

Wat maakt een populaire kunstenaar of kunstwerk nog populairder? Juist, het verhaal achter die kunstenaar of dat kunstwerk; achter het persona of ‘image’ van een kunstenaar; achter dat intrigerende meesterwerk dat zijn publiek blijft intrigeren. Edie Sedgwick was geen van beiden. Edie was de muze van de kunstenaar, het onderwerp van zijn kunstwerken. Factory Girl doet een originele poging in het immer populaire landschap van de ‘biopic’. Wie was de muze van Andy Warhol (en Bob Dylan)? Waarom? Jammer dat de originaliteit daar blijft steken, want voor de rest is Factory Girl - net als de Campbell’s Soup Cans van Warhol - als duizend uit een dozijn.

Edie (Sienna Miller) is een mooi meisje met rijke ouders dat door omstandigheden opeens middenin het centrum van de New Yorkse ‘artscene’ in de jaren zestig terecht komt: in Andy Warhol’s Factory. Tijdens het filmen van Vinyl in 1965 besluit Warhol opeens het plan van de film om te gooien. Oorspronkelijk zouden er alleen mannen in figureren, maar haar magnetische aanwezigheid bezorgt haar een rol. Ze mag erbij zitten. Als een verdwaald supermodel.




Warhol vindt dat iedereen beroemd moet zijn en doopt Edie zijn ‘Superstar’. Iedereen heeft recht op minstens 15 minuten beroemdheid. En dit gebeurt dan ook met Edie, die al snel de pagina’s van Vogue mag sieren en een geliefd onderwerp van de media wordt. Warhol en Edie zijn altijd samen. Edie is het volkomen tegenovergestelde van Warhol: naïef, levendig en betrokken. Een brandend brok vrouwelijkheid. Ook Bob Dylan (vertolkt door Hayden Christensen, maar uit juridische overwegingen heet zijn rol ‘Musician’ op de aftiteling) is onder de indruk en begint een relatie met haar. Er ontstaat jaloezie en verwarring in deze rare driehoeksverhouding. Edie heeft alles. Maar natuurlijk raakt ze ook alles weer kwijt. Waaraan? Haar overtollig drugsgebruik, haar (incestueuze) familieverleden? We zullen het nooit weten ondanks talloze pogingen van gefascineerde biografen. Ondanks Factory Girl van regisseur George Hickenlooper.

Hickenlooper, die uit de documentairewereld komt, dankt zijn faam vooral aan Hearts of Darkness, een briljante documentaire over Apocalypse Now. Maar daarin figureerde dan ook een levende, betrokken en uiterst confessionele Francis Ford Coppola temidden van zijn zelf gecreëerde chaos. In Factory Girl is die persoon er niet: Warhol en Edie zijn dood, en Bob Dylan heeft - middels een rechtzaak - laten weten niet betrokken te willen zijn. Wat rest van deze enigmatische figuren is de oppervlakte en de omstandigheden. Hickenlooper doet zijn uiterste best hiervan een aantrekkelijk geheel te maken; verschillende soorten film, impressionistische scènes en een fijne soundtrack. Het blijft steken op het niveau van een TV-film waar af en toe een geforceerd stukje fictie (‘het is iets met haar vader’) in geïnjecteerd wordt, in een radeloze poging het gedrag van Edie betekenis te geven.




Wat de film redt van middelmatigheid zijn de vertolkingen van de twee hoofdrolspelers. Pearce weet Warhol als een mens neer te zetten; een tikje satanisch; een autistische popsjamaan die nooit echt betrokken is en iedereen lijkt te gebruiken in zijn verlangen naar oppervlakkigheid. Maar wel een mens. Miller laat zien dat je niet Lindsay Lohan hoeft te heten om deze rol met verve te spelen. Haar Edie is net zo charmant en ontreddert als de veelvuldig gedocumenteerde IT-girl . Zelfs als Edie - helemaal kapot - in haar hotelkamer door een paar ‘filmmakers’ voor de zoveelste keer wordt voorzien van drugs, blijft ze die warme en levendige vrouw. Sommige scènes tussen Warhol en Edie zijn zelfs ontroerend. Maar de film is veel te druk bezig met alles eromheen (met Dylan, met alle mensen in The Factory) om hier in te duiken, om hier bij te blijven.

Misschien had de medewerking van Dylan meer betekenis kunnen geven aan de centrale driehoeksverhouding (die nu geforceerd en ongebalanceerd overkomt, mede door het spel van Christensen). Nu moeten we niet alleen dat missen, maar ook een Factory Girl zonder één van zijn nummers over Edie. Uit Just Like A Woman: ‘She takes just like a woman, yes, she does. She makes love just like a woman, yes, she does. And she aches just like a woman. But she breaks just like a little girl.’ En dat is eigenlijk de enige conclusie die je kan trekken over Edie. Gelukkig dat Dylan dat al zo simpel en met zoveel gevoel heeft gedaan, want Factory Girl is afgeleid door omstandigheden en oppervlakkigheden.

(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op filmorama.nl)

12 apr. 2009

Europa (Lars von Trier, 1991)

Europa (ook wel bekend als Zentropa) is een toverhoed van een film. Visueel gezien zijn er niet veel films die zoveel oude trucjes op zo’n overtuigende wijze in een geheel weten te passen - Dracula van Francis Ford Coppola komt in de buurt. Mooier nog: er is geen computer aan te pas gekomen. Zwart-wit en kleur; voorgrond en achtergrond; sets en echte gebouwen: alles loopt door elkaar heen en is prachtig uitgevoerd. Deens regisseur Lars von Trier staat - naast zijn provocerende houding - vooral bekend als iemand die zichzelf juist beperkingen oplegt; vaart bij restricties. Het is dan ook niet verwonderlijk dat zijn naam hoofdzakelijk associaties opwekt met het DOGMA 95 manifest; het alweer achterhaalde, maar indrukwekkende pleidooi voor zuiverheid en eenvoud in films. Voor Europa (de derde film in zijn Europe Trilogy) had von Trier ook een manifest geschreven, alsof het een vereiste is. Uit MANIFESTO NO. 3: “For here is my confession: LARS VON TRIER, A SIMPLE MASTURBATOR OF THE SILVER SCREEN. … No trick is too tacky, no device too cheap, no effect too tasteless.” Dat is wel even wat anders dan de sobere stijl die hij later zou tentoonstellen.



Veel hoofdletters, maar dat hoort nou eenmaal bij de vurige ambities die von Trier zichzelf heeft opgelegd. Europa is daarin niet anders dan zijn andere films: het is zijn persoonlijke visie op de situatie in Duitsland vlak na de Tweede Wereldoorlog. Leopold Kessler (Jean Marc Barr) is half Amerikaans, half Duits en is van de Verenigde Staten naar Duitsland gekomen om te helpen met de opbouw, of zoals hij zelf zegt: “…it’s time for someone to show some kindness to Germany.” Via zijn verbitterde oom (Ernst-Hugo Järegård, die op mij een onuitwisbare indruk heeft achtergelaten als tierende Zweed in von Trier’s Riget) krijgt Leopold een baan als slaaptreinconducteur bij treinbedrijf Zentropa. Zentropa is zo’n beetje alles wat we van Duitsland te zien krijgen en de metaforische associaties - de ‘ordnung und gründlichkeit’ in de treinen krijgen een wel heel cynische betekenis - liggen niet onder de oppervlakte: Zentropa ís het gebroken Duitsland. Hier leert Leopold het vak van de strenge Duitsers en ontmoet hij Katharina Hartmann (Barbara Sukowa), de dochter van de eigenaar van Zentropa. Haar vader zit tot aan zijn nek in een geforceerde medewerking met de geallieerde Amerikanen. Maar er is nog overal verzet van Nazi sympathisanten en de verleidelijke Katharina bekent Leopold, in alle liefde en net voordat ze zich aanbiedt dat ook zij heeft meegewerkt.

Al snel raakt de naïeve en behulpzame Leopold betrokken bij zowel de opdringerige wensen van de geallieerde Amerikanen als die van de rebelerende Duitsers (zogenaamde Weerwolven). Uiteindelijk zal deze idealist keuzes moeten maken. Het gaat hem moeilijk af: zijn liefde voor Katharina lijkt de belangrijkste raadgever. Het plot verdikt en de film neemt de vorm aan van een thriller. Een thriller die, net als de stijl, laag op laag stapelt. Deze combinatie levert een surreële en paranoïde kwaliteit op die Kafka wellicht had kunnen overtuigen van zijn eigen brille. De opening, waar de alwetende verteller (Max von Sydow) de kijker hypnotiseert terwijl we de spoorlijn aan ons voorbij zien trekken had het al aangekondigd: “Seven, you go deeper and deeper and deeper. Eight, on every breath you take, you go deeper. Nine, you are floating. On the mental count of ten, you will be in Europa. Be there at ten. I say: ten.” We zijn in een nachtmerrie belandt waar morele conflicten, regels en onmogelijkheden iemand tot waanzin kunnen brengen. Want, hoe verdeel je loyaliteit als je iedereen wilt helpen en altijd begripvol wilt zijn?




Zoals de hypnotiserende stem je beveelt, wordt je haast gedwongen je in te leven in de verwarde Leopold - die steeds meer verstrikt raakt in een moreel web - en ben je soms de draad volledig kwijt. Gelukkig is de film zo rijk in beelden en vondsten, dat je voortdurend bent afgeleid; de overgangen en het gebruik van achtergrondprojecties geeft alles een magische sfeer. Alsof je wakker wordt in een lucide droom, waar je nog steeds verwonderd om je heen kijkt; een bijzonder spel tussen bewust en onbewust. De toon van de film laveert tussen cynisch en romantisch; tussen formeel en experimenteel; tussen irritant en intrigerend. De ambities van von Trier zijn hoog (zo hoog dat hij in Cannes zijn middelvinger omhoog stak toen hij de felbegeerde Palme D’Or niet ontving voor zijn film) en er zijn momenten waar hij het waarmaakt. Maar net als de idealistische Leopold moet ook von Trier buigen voor de regels en onmogelijkheden. De film bezwijkt soms en - vooral - tegen het einde onder zijn eigen aspiraties. Maar ondertussen deconstrueert het wel de oorlogsfilm, de thriller, Hitchcock, nachtmerries en de mogelijkheid alles te begrijpen. Europa is een testament van het talent en de ambitie van het Deense ‘enfant terrible’; een ode aan gelaagdheid, experiment en mogelijkheden. Een manifest.

Het Zusje van Katia (Mijke de Jong, 2008)

Sinds haar film Bluebird mag duidelijk zijn dat Mijke de Jong een groot filmtalent is. Samen met die andere opvallende filmvrouwen die Nederland nu rijk is: Dana Nechustan (van Nachtrit); Nanouk Leopold (van Guersney); Ineke Houtman (van Polleke) en Esther Rots, die onlangs haar speelfilmdebuut had met Kan door huid heen. Je zou bijna het idee krijgen dat er een kleine revolutie aan de gang is in Nederland: vrouwelijke auteurs. Stuk voor stuk maken ze films die iets eigenzinnigs hebben; niet aan de - oubollige Nederlandse - conventies van film voldoen. De stem van deze vrouwen is duidelijk hoorbaar, vooral in het buitenland, waar ze met prijzen en nominaties om de oren worden geslagen. Wat vooral naar voren komt bij deze ‘vrouwenfilms’ - om het maar even oneerbiedig te categoriseren - is de manier waarop acteren weer ‘echt’ lijkt in een Nederlandse film.

Mijke de Jong is daarin een meester, iets wat terecht gelauwerd is in haar voorlaatste film Tussenstand, maar ook terug te vinden is in Bluebird, een fantastische film. De Jong meent dan ook dat alles om de acteurs zou moeten draaien, iets wat volledig naar voren komt in haar eerdere, maar vrij onbekende films, zoals Uitgesloten en Broos. Bijna als documentaires zijn ze gedraaid, met een losse cameravoering, lange takes en veel improvisatie. Tussenstand nam daar afstand van: de cameravoering was afwisselend formeel en rigide, geforceerd experimenteel. Het acteerwerk daarentegen - bijna volledig geïmproviseerd - was gedurfd, confronterend en overtuigend. Het leverde in ieder geval een onvergelijkbare film op. In haar nieuwste film, Het Zusje van Katia pakt de Jong het weer even net anders aan. Maar het hoge niveau van acteren blijft.



Het Zusje van Katia is gebaseerd op de gelijknamige roman van Andrés Barba, een Spaanse schrijver die hiermee debuteerde in 2001. Het boek beschrijft de relaties binnen een immigrantenfamilie in Madrid vanuit het perspectief van - u had het al geraden - het zusje van Katia. In de film leeft deze (Russische) familie ergens in Amsterdam. Noord om precies te zijn, want dat doet het goed de laatste tijd. “Wat wil je worden?” vraagt de schoolmeester. -“Gewoon,” antwoordt het zusje van Katia. -“Gewoon? Wat gewoon?” reageert hij bijna geïrriteerd. “Gewoon, het zusje van Katia.”

Het is een opmerkelijke statement -en een profetische daarnaast- zo, die de toon van deze film zet. We zien het zusje door Amsterdam rondwaren, diep verwonderd en een beetje verloren. Thuis wacht ze als een trouwe huisvrouw op die ene helft van haar geuzennaam. Katia. Katia vreet het leven. “Ik ben slecht en jij bent stom,” is zo’n beetje het eerste dat ze tegen haar zusje zegt. Waarna ze liefelijk naast elkaar in bed gaan liggen. Het is meteen duidelijk: een gebroken gezin, waarin een heleboel ontbreekt, maar nog altijd plaats is voor warmte. Ook moeder heeft haar gebreken, via sluikse opmerkingen en kleine stukjes dialoog komen we er achter dat ze een hoer is. Dan is er nog oma, die af en toe goed advies geeft en dingen betreurt. Het samenspel van de vrouwen aan tafel is magistraal.

Deze situatie suddert zo een tijd door, met Katia als energetisch middelpunt van alles: ze heeft een vriendje; het vriendje is weg; ze schopt ruzie met moeder. Het zusje ziet alles aan en moet de rare acties van Katia maar accepteren. Zusje staat erbij en kijkt ernaar. Ze spendeert de meeste tijd op straat, op zoek naar voorbeelden. Voorzichtig probeert ze zich bij mensen te scharen. Ze is een buitenstaander die toekijkt, maar ook over intieme grenzen heen gaat, stiekem, als een hartverwarmende spion. De camera zit er dicht op, er wordt prachtig gefilmd. We kijken mee met iemand die meekijkt. Het zijn scènes die sterk doen denken aan Rosetta van de gebroeders Dardenne, maar de intensiteit van die film mist, daarvoor zijn de handelingen van deze hoofdrolspeler, het zusje, niet desperaat genoeg. En de camera te afstandelijk. Langzamerhand loopt de situatie thuis uit de hand: Katia wordt stripteuse, moeder verlaat het huis en oma is stervende. Het zusje ontmoet John Turner, een man die het woord van God verkondigd. Ze raken bevriend. Alles is dreigend, maar tegelijkertijd ontzettend voorspelbaar.



Het mooie is wel dat de Jong de naïeve en ontluikende seksualiteit van het nog immer naamloze zusje en haar gebrek aan ‘goede’ rolmodellen soms venijnig overtuigend neer weet te zetten, zonder dat ze schokkend zijn. Ze zijn gewoontjes en naturel, je kan het je helemaal voorstellen. Als zusje aan Katia vraagt wat je met iemand doet als je verliefd bent vertelt ze dat je van alles kan doen, alles is fijn samen, om te eindigen met: “Je kan hem natuurlijk ook pijpen.” Dat soort momenten raken associatief een aantal interessante en actuele thema’s: de goedbedoelde, maar naïeve steun van John Turner die geen idee heeft hoe hij haar moet bereiken; de onvoorkomelijk ongebalanceerde situatie van de immigranten.

Het Zusje van Katia weet het inleefbaar te vertellen. Maar het is ook meteen het zwaktepunt van de film: het lijkt in eerste instantie alleen te beschouwen, begrip te kweken, maar bewaart stiekem het drama voor het laatst. Net voordat dit gebeurt wordt het echt intrigerend, als het zusje in een leeg huis toneelstukjes opvoert: over hoe ze denkt over de situatie, over haar verlangens. Maar dan is het al te laat. Dan begint het - blijkbaar noodzakelijke - plot zich op te dringen en is het duidelijk dat er toch een conclusie wordt geforceerd. Had het zusje van Katia haar stem maar eerder laten horen, dan hadden we haar tot het einde aan toe met verwondering gevolgd. Nu is het zusje uiteindelijk toch gewoon geworden. Met een netjes einde. Het Zusje van Katia is zeker niet slecht, maar ze observeert te lang voordat ze haar echte potentie onthult.

(Dit artikel verscheen oorspronkelijk op filmorama.nl)

6 apr. 2009

Cinemateur heeft een nieuw podium

Jasper schrijft vanaf volgende week ook voor filmorama.nl
Een non-commerciële site voor frisse, enthousiaste schrijvers.



Recensies zullen ook op Cinemateur verschijnen.
Klik er alvast heen om dit staaltje verse journalistiek te proeven.