23 apr. 2008

'The Christ and the Antichrist'

Goed nieuws. Lars von Trier is bekomen van een lange en on-inspirerende depressie. Een kwaal waar de regisseur al langer tegen vecht. Het nieuws dat het slecht ging met de 51-jarige von Trier was al sinds September 2007 bekend en begin dit jaar werd hij zelfs opgenomen in een Deens ziekenhuis. Het 'enfant terrible' van de Scandinavische cinema bekende dat hij ditmaal zo depressief was, dat hij zich als een blanco papiertje voelde; geen enkele inspiratie dus. Nu heeft hij aangekondigd dat hij zich weer beter voelt en kan beginnen aan zijn nieuwe film: The Antichrist. De opnames zullen deze zomer plaatsvinden in Duitsland, het wordt een horrorfilm en iets van het plot is al bekend: een koppel trekt zich terug uit de bewoonde wereld -in een hutje in het bos- om bij te komen van de dood van hun kind. Trauma's, horror en een koppel alleen in een hutje in het bos: dat klinkt te goed om waar te zijn. Sterker nog, dat doet me ergens denken aan Ingmar Bergman's uitstapje naar echte horror: Vargtimmen (Hour of the Wolf). The Antichrist wordt een Engelstalige film en het script is van von Trier en Anders Thomas Jensen, die recentelijk Adam's Apples schreef en regisseerde.



Ander goed nieuws. Paul Verhoeven gaat een boek publiceren over Jezus Christus: Jezus van Nazareth. Het boek zou eerst Jezus - de man heetten. In zijn boek wil Verhoeven de mythes rond Jezus wegnemen en hem neerzetten als een revolutionair mens, niet perse de zoon van God. Verhoeven, die nu bezig is met een vervolg op The Thomas Crown Affair, is de enige niet-theoloog verbonden aan de zogeheten Jesus Seminar, een groep auteurs en wetenschappers die op zoek zijn naar een wetenschappelijke en historische Jezus. De 67-jarige regisseur is al jaren lang gefascineerd door de Jezus-mythe en wil al tijden een film aan hem wijden (ondertussen weet hij de Jezus-metafoor wel in zijn films te proppen, zoals de 'wederopstanding' in Robocop). Zijn gedroomde meesterstuk zit er voorlopig niet in (met dank aan o.a. Mel Gibson), dus heeft hij besloten zijn studie dan maar te publiceren als boek bij uitgeverij Bijleveld, in de hoop het ooit te kunnen verfilmen. Het boek komt rond September uit. '' Het is plausibel dat Maria tijdens de joodse opstand in Galilea van 4 voor Christus door een Romeinse soldaat werd verkracht, en Jezus daarom een buitenechtelijk kind was'', schrijft Verhoeven. Zal zijn boek opschudding teweegbrengen of zijn mensen moe van de zoveelste revisionistische geschiedenis van Jezus? Ik hoop dat het gewoon goed verkoopt, dan kan Verhoeven het snel verfilmen.

16 apr. 2008

Walkabout (Nicolas Roeg, 1971)

Regisseur Kevin Smith, die inmiddels meer bewonderaars van zijn 'stand-up shows' heeft dan van zijn films, vertelt daarin zijn hilarische interpretatie van de Lord of the Rings-trilogie: "Fucking movies about people fucking walking... even the fucking trees walk". In Walkabout wordt ook veel gelopen, zoals de titel al aangeeft, maar de natuur in deze film leeft op een ongrijpbare manier. Een platte samenvatting van de film is moeilijk en doet oneindig meer onrecht aan deze film dan aan de voorgenoemde trilogie. Het simplistische plot van Walkabout gaat als volgt: broer (Luc Roeg, zoon van Nicolas) en zus (Jenny Agutter) worden op bizarre wijze achtergelaten in de woestenij van Australië, als hun vader ze mee neemt om daar te picknicken en vervolgens zelfmoord pleegt. Zomaar. Aan hun lot overgelaten dwalen ze door de barre natuur, zonder idee hoe te overleven, tot ze een aboriginal (David Gulpilil) tegenkomen die dit wel weet. De zelfmoord van de vader is behalve bruut ook meteen een indicatie, een soort handleiding hoe je de film moet bekijken; er is geen oorzaak of motivatie die je helpt te verklaren waarom de man het doet, het lijkt 'gewoon' te gebeuren. Aan de andere kant impliceert het wel heel veel. Het is geen subtiele implicatie, maar dat is het bijna nooit bij regisseur Nicolas Roeg.




Roeg is al lang niet meer zo'n imposant figuur in de cinema van vandaag, als hij ooit was. Begonnen in 1960 als cinematograaf bij films als Lawrence of Arabia, Casino Royale en Fahrenheit 451, werkte hij zich omhoog tot hij in 1970, bij Performance de regie deelde met Donald Cammel. In de jaren zeventig was deze Brit één van de meest interessante filmmakers aan deze kant van de oceaan. In de jaren tachtig doofde de esoterische vlam van Roeg langzaam, maar zeker niet onverdienstelijk (zie: Eureka en Bad Timing) uit. In 1990 maakte hij nog de Roald Dahl-verfilming The Witches, een rare en wonderwel gelukte bewerking, maar de kans is groot dat je hem kent van de films die hij van 1970 tot 1976 maakte. Performance is de meest verrassende en psychotische; Walkabout is de meest poëtische en volgens velen zijn meesterwerk; Don't Look Now (één van mijn lievelingsfilms) is de meest toegankelijke en The Man Who Fell To Earth een cryptisch en ambitieus Sci-Fi opus. Vorig jaar kwam, na jaren van soft-erotische middelmatigheid, een nieuwe film: Puffball. Afgaande op de trailer, lijkt het dat Roeg weer teruggrijpt op oude successen: psychologische en donkere werelden, waar de kijker in verdwaalt, met als enige houvast de prachtige beelden en intense sfeer.

Roeg dankt zijn faam en erkenning aan twee, niet onbelangrijke, kwaliteiten: zijn gevoel voor beeld en montage. Vaak stond hij zelf achter de camera, met als resultaat geconcentreerde en intuïtieve composities. Maar het is de non-lineaire manier van monteren die Roeg zijn plek in de geschiedenis bezorgde; zijn films behandelen tijd als iets kneedbaars, iets wat niet vast staat, scènes maken sprongen van jaren, dagen en minuten naar voren en naar achteren. Het geeft de films een ongrijpbaar, maar nadrukkelijk psychologisch karakter. Samen met zijn voorliefde voor erotische, esoterische en zelfs occulte motieven maakt het zijn werk, net als David Bowie in The Man Who Fell to Earth, bijna buitenaards. Roeg werkt met zoveel artistieke vrijheid, dat het soms ook te persoonlijk aanvoelt en onbegrijpelijk wordt. Maar als het wel werkt, zoals in Walkabout, werkt het op bijna sublieme manier.



Walkabout ontleent zijn titel niet aan rondlopen, maar aan een oud aboriginal-ritueel, waarbij een jongen op zestienjarige leeftijd zes maanden door de wildernis van Australië moet zwerven, wordt verbannen, om in de sporen van zijn voorvaders te treden en volwassen te worden. Dit vormt het schrijnende en interessante uitgangspunt van de film: alhoewel het lijkt alsof de twee kinderen verdwalen, is het de aboriginal die van het pad van zijn rite dwaalt om ze te helpen. Hij is hulpeloos als het aankomt op communicatie; alhoewel het jonge broertje met handen en voeten met hem kan praten, weet de 'geciviliseerde' jonge vrouw niet wat ze met hem aan moet. Dagen, misschien wel maanden gaan voorbij, waarin de erotische lading van het impliciete spel tussen haar en hem lijkt op te lopen. Ondertussen toont Roeg de natuur om hun heen. Het lijkt alsof deze natuur meer leven en kracht bezit dan de schijnbaar willekeurige beelden van de steden en mensen die hij hier doorheen snijdt.

Van een afstand lijkt het alsof de film gaat over de eeuwenoude discussie over natuur versus civilisatie, maar van dichtbij is Walkabout veel rijker en intrigerender dan een romantisch pleidooi. Nergens wordt de film een statement. Net zoals in Koyaanisqatsi verleiden de beelden en de structuur je mee te gaan en te observeren. Het is een cynische, dromerige en onderbewuste observatie, één die je misschien liever niet wil maken, maar zo hypnotisch, dat je niet anders kan dan meegezogen worden. De aboriginal laat zich ook meeslepen, maar kan deze verleiding -in de vorm van de lonkende en sensuele Jenny Agutter- niet aan. Hij ontvlucht de hardheid van het 'geciviliseerde' spel. Het is alsof Roeg impliceert dat de mens nog veel harder is dan de natuur. Maar wat je interpretatie van deze visionaire en elliptische trip ook mag zijn, het is niet de conclusie die je onthoudt, maar de droom zelf. Hij zal je als een prachtige, poëtische nachtmerrie achtervolgen.

Communion (Philippe Mora, 1989)

Het spel tussen realiteit en fantasie is één van de meest dankbare onderwerpen in cinema. Regisseurs als Buñuel, Cocteau, Gilliam en Lynch hebben er zelfs hun handelsmerk van gemaakt. Maar Philippe Mora is geen naam die je in dat rijtje tegen zal komen. Met films als: Pterodactyl Woman from Beverly Hills, The Beast Within en Howling II en III op zijn naam, is Mora eerder iemand die je tegenkomt in de sale-bakken van de Free Record Shop. Mora maakt B-films, in de trouwste zin van het woord. Dat hij daarnaast net als de voorgenoemde filmmakers ook een schilder is, is zo'n beetje de enige overeenkomst met deze kunstenaars. Maar soms is het mogelijk dat iemand met zo'n twijfelachtig oeuvre toch een hele interessante film maakt. Zeker als de bron van de film een rare, surrealistische draai geeft aan het horror-genre: wat als een schrijver van horror-romans wakker wordt ín een horror-verhaal? En dat niet presenteert -zoals John Carpenter's In the Mouth of Madness- als fictie, maar als feit.




Dat is wat horror-schrijver Whitley Strieber (wiens boeken The Hunger en Wolfen ook als films te zien zijn) in 1987 deed; Strieber beweerde in 1985 door aliens ontvoerd te zijn en schreef een boek over deze ervaringen: Communion. De ongeloofwaardigheid van het idee dat iemand gespecialiseerd in buitensporige fantasieën zulke ervaringen heeft, gebruikte Strieber als een soort omgekeerd alibi. Waarom zou een succesvol genre-schrijver zijn carrière (en geloofwaardigheid) op het spel zetten? Nou, zou een scepticus zeggen, omdat je dan wel in één keer aan de top van de bestseller-lijsten terecht komt. Maar zo'n cult-aanhang had Strieber nooit van tevoren kunnen voorspellen: binnen mum van tijd was Amerika weer in de ban van aliens. Aanvankelijk is Strieber ook sceptisch over zijn ervaringen (die grotendeels onder hypnose naar boven komen), maar zijn output in de jaren na Communion lijkt zich alleen te concentreren op de 'grays'. In 1988 verschijnt Transformation, gevolgd door Breakthrough (1995) en The Secret School (1996). Tussendoor schrijft hij ook nog fictie over buitenaardse belevingen en zijn laatste roman heet zelfs The Grays. Inmiddels is Strieber een overtuigd 'believer', maar de twijfels die hij in zijn eerste twee boeken toont zijn veel interessanter en ver weg van het obsessieve karikatuur dat hij nu is geworden.

Geen enkele studio wilde zich wagen aan een verfilming van zijn bestseller, dus besloot Strieber zijn vriend Philippe Mora te vragen het te verfilmen, dan maar als independent film. Zelf schrijft hij het script en combineert zijn eerste boek met delen uit Transformation. Ondanks het lage budget weten ze Christopher Walken te strikken voor de rol van Strieber en Eric Clapton voor de muziek. En zo maken ze een film die antwoord geeft op de originele vraag, 'wat als een horror-schrijver en een horror-regisseur een non-fictie verhaal verfilmen?' Dat de film ondanks de vermeende overtuiging van zijn onderwerp, Strieber, toch geen keuze kan maken tussen fantasie en realiteit is dapper, maar misschien onbedoeld. De regie van Mora zorgt ervoor dat je je telkens moet afvragen of (scriptschrijver) Strieber niet zelf twijfelt aan zijn mentale gezondheid. Zijn de scepsis van (schrijver) Strieber nog 'realistisch' in zijn boek, in de film is het eerder alsof (karakter) Strieber een psychotische episode heeft. Alsof Mora zijn vriend ook niet echt gelooft. Dat Strieber gespeeld wordt door Christopher Walken draagt ook niet bij aan de geloofwaardigheid van zijn autobiografische verhaal.




Christopher Walken: de acteur die ieder moment lijkt te ontploffen; die charmeur en psychopaat tegelijk kan spelen; die iedere film de moeite waard maakt en de man die kan dansen in een stijl die alleen maar te benoemen is als 'Christopher Walken'. Deze man maakt Communion een film om nooit te vergeten. Als er ooit een podium voor deze acteur was om zijn brille te bewijzen, dan is het deze film. Bijna als een encyclopedie van de acteur Walken, met ieder facet en aspect behandelt. Zelfs als liefdevolle huisvader overtuigt Walken. Je kan je afvragen of de echte Strieber inderdaad zijn verhalen schrijft terwijl hij zichzelf filmt en bekijkt, zijn computer doet ontploffen door hem aan te raken of dingen roept als: "Crack the whip! Drive the slaves off to another cocktail party. Make them babble about Glasnost, I've lost another day here!", maar dat doet er eigenlijk niet toe. Walken is het omgekeerde alibi van Communion. Walken zet zo'n elektrisch-geladen en excentrieke performance neer, dat je bijna vergeet dat hij omringt is door aliens; hij redt een potentiële B-film van de sale-bak. De scènes waarin Strieber teruggaat naar zijn kleine bezoekers zijn van zulke surrealistische kwaliteit, dat het bijna is alsof Philippe Mora de creatieve geesten van Jean Cocteau en David Lynch 'channelt'. Met als muze de tintelende verschijning van Walken. Of Strieber echt ontvoert is door aliens of het allemaal heeft verzonnen maakt niet eigenlijk helemaal niet meer uit, Christopher Walken is echt. En dit is het bewijs.

8 apr. 2008

Jeff Smith verkoopt filmrechten van Bone


De -grotendeels- meesterlijke strip Bone van tekenaar Jeff Smith wordt verfilmd door studio Warner Bros. Of het een animatie, een live-action film of een combinatie van beiden wordt, is nog niet duidelijk. Dat ligt aan Smith en de toekomstige regisseur. Het fantasy-verhaal van Bone is getekend als een soort kruising tussen tekenaar Walt Kelly (die ook voor Disney werkte) en een Europese stijl die je veel in Frankrijk en België ziet. Een groot en episch avontuur, zoals ze dat vroeger noemde. Smith doet de mooiste dingen met zijn contrast (de strip was eerst zwart-wit, maar nu ook ingekleurd verschenen) maar vooral ook met de dynamiek van de panelen op elke pagina. Smith wist zijn strip eigenhandig uit te geven en al snel werd Bone een klassieker. Studio's Nickolodeon en Paramount kochten de rechten van zijn strip uiteindelijk niet in 2000. Reden: ze wilden er een kinderfilm van maken, compleet met liedjes en dat wilde Smith niet. Nu, bij Warner Bros. zijn twee producenten betrokken: één werkte eerder met Wes Anderson, David O. Russell en M. Night Shyamalan ; de ander deed mee aan het belachelijke 10.000 BC, The Departed en Torque (praktisch een kinderfilm.) Hopelijk krijgt Bone een regisseur zoals Spike Jonze, die nu met 'The Wild Things' praktische effecten en een volwassen benadering van het onderwerp gebruikt om een fantasy-verhaal te vertellen. Aan de andere kant: het kan net zo goed toch weer een kinderfilm worden, ongeacht de donkere, dreigende toon die Smith vaak aan weet te raken. Smith heeft met Bone een universum neergezet dat er uit ziet als iets dat aan de goede kant van Disney en Tolkien zit. Als er één boek is dat bijna elke vakantie mee gaat, dan is het Bone wel.

Stop Uwe Boll!


"Cutting or shooting people in pieces is defiantly one of my strong sides as a director."

"Spielberg gets sloppy. We saw that with War of the Worlds (why the fuck the older brother survived?) and also in parts of Jaws, E.T., Munich etc.! My performance in Postal as 'Nazi Theme Park Owner' outperforms easily Ben Kingsley in Schindler's List!"




"En wie is dat?" vraag je je natuurlijk af. Eigenlijk niet iemand die je aandacht zou moeten geven, maar met deze buitenkans kan ik het niet laten. Uwe Boll, ook bekend als 'The Master of Error' is een regisseur die zulke slechte films maakt, dat hij dan maar dit ongelofelijke gebrek aan talent in zijn voordeel gebruikt en de publiciteit omarmt. Best sympathiek eigenlijk, zou je denken, een beetje zoals Verhoeven die zijn 'razzie' voor Showgirls persoonlijk komt ophalen. Maar in tegenstelling tot neerlands trots Verhoeven zit er geen greintje satire in zijn films. Boll staat bekend om zijn videogame-bewerkingen, die van zo'n absurde kwaliteit zijn dat vier van zijn films in de 'Bottom 100' van de IMDb staan. Dat iemand slechte films maakt is eigenlijk geen probleem, tenzij je het je missie maakt ze ook daadwerkelijk te bekijken, wat ik sterk kan afraden. Soms zijn slechte films leuk. Congo is bijvoorbeeld zo'n film die zo slecht bedacht, geacteerd en geregisseerd is, dat je alleen maar kan lachen bij elke misstap. Dit is niet het geval bij Boll, ik heb het één keer geprobeerd en 'm een half uur later uitgezet.

Dat de man intelligent genoeg is om een bokswedstrijd te organiseren tussen hem en zijn critici, is dan wel weer grappig. Maar ook een manier om aandacht te krijgen voor zijn oeuvre. Een oeuvre dat sommige mensen vergelijken met dat van 'idiot-savant' Ed Wood. Dit is alles behalve de waarheid. Boll, die ook economie heeft gestudeerd, heeft er een specialiteit van gemaakt de rechten voor video-games op te kopen, die een grote naam hebben op basis van het spel zelf. Vervolgens smijt hij dit in filmvorm en lokt hij arme pubers naar de bioscoop of de videotheek. Niet dat ik een voorstander van video-game verfilmingen ben, maar ik geloof wel dat alles in potentie een goede film zou kunnen zijn. Als er maar een getalenteerd regisseur mee aan de haal gaat.

Nu heeft Boll in een interview gereageerd op een online petitie, die direct aan hem gericht is. Die petitie is erop uit Dr. Uwe Boll te overtuigen van het stopzetten van zijn carrière. Er werd hem gevraagd bij hoeveel stemmen hij overtuigd zou zijn. Bij een miljoen was zijn antwoord. Een buitenkans om deze 'filmmaker' te beletten in het verder opslokken van de kostbare tijd van arme, verveelde computernerds en tieners. Grijp je kans!