9 nov. 2008

The Life and Death of Colonel Blimp (Powell and Pressburger, 1943)

Cinema, de collectieve kunstvorm. Cinema, de legering van alle kunstvormen. Cinema, de kunstvorm waarbij alle afzonderlijke delen samen veel meer zijn. Het zijn vaak deze overtrokken statements die mensen bezigen als ze proberen te duiden waarom ze van film houden. Je hoeft het zeker niet te onderschrijven om van goede films te kunnen genieten. Maar soms kan je het -heel voorzichtig- roepen als je, dronken van herinneringen aan goede films, heftig in discussie om tafel zit met gelijkgestemden. Het zijn vooral dit soort hyperbolen die cinefielen bijna verontwaardigd op je afvuren als blijkt dat je nog nooit van Powell and Pressburger hebt gehoord. Heel gek is dat niet, want als er één constante is in de carrière van deze Britse grootmacht, is het wel hun constante en harmonieuze drang tot samenwerken. Niet alleen werkten regisseur Michael Powell en (Hongaarse) scriptschrijver Emeric Pressburger ruim 17 jaar samen zonder duidelijke begrensde taakverdeling -al hun films droegen het opschrift: 'Written, Produced and Directed by Michael Powell and Emeric Pressburger'- ook wisten ze al hun medewerkers op enthousiaste manier te betrekken bij het maken van hun films. Het komt zelden voor dat twee 'nonbroeders' -dus geen Coens, Dardennes of Quays- zo lang en zo verstrengeld hun creaties tot stand brachten.




Gek genoeg zijn hun films altijd vrijwel direct herkenbaar, maar is het heel moeilijk te zeggen waarom je ze als zodanig herkent. Ze zijn sterk gestileerd, formeel, ambitieus, luchtig maar ook experimenteel, sprookjesachtig, politiek beladen, oprecht en... ontegenzeggelijk Brits. Niet voor een gat te vangen, dus. Het lijkt daardoor dat hun samenwerking bovenal een symbiotisch laboratorium was; voor de mogelijkheden van cinema; voor de relatie die cinema met zijn 'voorgangers' -sprookjes, literatuur, muziek en theater- heeft; als een reflectie op de aard van dit medium. Juist door het creeeren van hun eigen hechte film-familie, 'The Archers', kreeg hun unieke samenwerking al snel een bijna mythische status en bezorgde ze de gewenste onafhankelijkheid om hun experimenteerdrift voort te zetten. Als er iets eenduidigs naar voren komt uit hun films, is het de strijd tussen realiteit en fantasie. Hun eerste echte samenwerking, The Life and Death of Colonel Blimp, over de vriendschap tussen een Engelse en een Duitse militair tussen drie oorlogen door, laat al meteen de Sturm und Drang van de twee amicale makers zien. Maar het heeft lange tijd geduurd voordat iedereen dat heeft kunnen zien.

Kenmerkend voor hun bravoure is de verdekte, maar duidelijk te herkennen kritiek op de Britse manier van oorlogvoeren in Colonel Blimp -gemaakt terwijl de Tweede Wereldoorlog nog in volle gang was. Sterker nog: de hoofdpersoon, de Engelse militair Clive Wynne-Candy (Roger Livesey) -pompeus en zelfingenomen- deed opperbevelhebber Winston Churchill zo aan zichzelf denken, dat hij -bang voor een parodie- besloot een memo naar de produktie te sturen. Of ze de produktie wilden staken. Dit embargo weerhield Powell en Pressburger er niet van de film uit te brengen, maar de afkeuring van de Britse regering zorgde er wel voor dat het jaren duurde voordat de Britten met trots en verwondering naar Colonel Blimp keken -hetzij nog steeds in flink gesneden versie. De Amerikanen konden hem pas twee jaar later aanschouwen. Dat komt vooral door de kritiek op 'de Britse bevelhebber' in het algemeen maar ook door de uiterst sympathieke Duitse militair, Theo Kretschmar-Schuldorff (Anton Walbrook), die zijn vriend Wynne-Candy overklast in realistisch en nuchter denken.

Zoals vermeld is het moeilijk je vinger te leggen op de kern van het werk van Powell en Pressburger en dat gaat zeker op voor Colonel Blimp. Naast een historie van Britse militia in drie oorlogen (de Tweede Boerenoorlog, WO I en II), is het een verhaal over een onwaarschijnlijke vriendschap, een definitie van 'Britsheid' en een sprookje over liefde en broederschap. Het is deze gelaagdheid die van de film, ondanks dat hij net zo verouderd is als Candy aan het begin en eind van de film, een fascinerend en episch geheel maakt; een film die nog steeds buitengewoon charmant is en daarbij een ode aan de mogelijkheden van film.




De vriendschap in het verhaal geeft bijna het idee dat de makers elkaar de platonische liefde verklaren door dit te uiten in hun eerste gezamenlijke creatie. Het creatieve proces/filmmaken als een oorlog waarin je elkaar af en toe tegenkomt, advies geeft, ruzie maakt en verliefd wordt op hetzelfde meisje, keer op keer. Je probeert het meisje voor je te winnen, bang dat de ander er mee weg zal lopen. Alsof het meisje een metafoor is voor het idee/de film. Maar dan realiseer je je dat de verbroedering belangrijker is. Of zoals Michael Powell zelf hartverwarmend over Emeric Pressburger zei: "He knows what I am going to say even before I say it -maybe even before I have thought it- and that is very rare. You are lucky if you meet someone like that once in your lifetime."

Geen opmerkingen: