23 nov. 2008

Return to Oz (Walter Murch, 1985)

Return to Oz -de titel zegt het al- is een vervolg op The Wizard of Oz. Voor velen is dat een film, maar voor de meeste Amerikanen uit het begin van de vorige eeuw is een Oz een boek. Een franchise 'avant la lettre': het succes van de eerste, The Wonderful Wizard of Oz uit 1900, was zo groot dat na 15 delen en zelfs nadat schrijver L. Frank Baum overleed de vraag niet ophield. Voordat 'de' Wizard of Oz uitkwam waren er al negen verfilmingen gemaakt en in feite is de film met Judy Garland die iedereen kent dus een remake. Gek genoeg lijkt Return grotendeels vergeten -of verdrongen. Return to Oz is dan ook niet zomaar een vervolg; naast officieel recordhouder langste tijd tussen origineel en sequel -46 jaar- is de film een voorbode voor een trend die af en toe zijn rare hoofd boven water steekt: een combinatie tussen 'sequel' en 'reinterpretation' (zie: The Incredible Hulk, een film die maar niet kan besluiten of het een vervolg is of een 'franchise reboot'). Een semi-sequel, bij gebrek aan een beter woord. Return to Oz is duidelijk in zijn intentie; deze film wil -en kan- niet vergeleken worden met de geliefde voorganger en zet bijna direct een andere toon dan de luchtige musical uit 1939. Een donkere toon.

Dat Dorothy (een jonge Faruiza Balk in haar eerste film) weer veilig terug is in Kansas na haar avontuur in Oz, bij oom Henry en tante Em, weet inmiddels iedereen. Maar dat Dorothy, zes maanden na de tornado, niet meer kan slapen en haar vrienden in Oz niet los kan laten, had niemand echt verwacht. Oom en tante zijn bezorgd en besluiten Dorothy naar een nieuwe wonderdokter te sturen, die werkt met elektriciteit; zogenaamde electro-shocktherapie. Gelukkig weet Dorothy net op tijd te ontsnappen aan de ijzige zuster (Jean Marsh) en de niet-te-vertrouwen dokter (Nicol Williamson); net als ze haar willen onderwerpen aan deze nieuwe behandeling slaat de bliksem in en weet een mysterieus blond meisje haar te bevrijden. Ze springen in het water, op de hielen gezeten door de zuster en niet veel later wordt Dorothy -samen met haar kip, Billina- wakker in de Deadly Desert in het land van Oz. Als Dorothy op zoek gaat naar haar vrienden is het eens zo kleurrijke Oz veranderd in een ruïne en alle inwoners zijn van steen. De Yellow Brick Road is niet meer wat het was en Toto is thuis gebleven. Samen met nieuwe vrienden Tik-Tok (een soort primaire android) en Jack Pumpkinhead (inderdaad: een Halloween hoofd) gaan ze op zoek naar de ex-koning van Oz: de Scarecrow. Allereerst moeten ze langs bij koningin Mombi (een dubbelrol van Marsh); een vrouw die haar hoofd kan verwisselen.




De film barst van het avontuur, inventieve plotwendingen en memorabele karakters, zoals een werkelijk sprookje betaamt, maar de boventoon is die van horror. De Nome King (dubbelrol van Williamson) met zijn geanimeerde, sluikse onderdanen; de Wheelers, hyena-achtige, gillende wezens op vier wielen; Mombi en haar collectie hoofden, die gillen als Dorothy ze per ongeluk wakker maakt; sommige scènes zijn werkelijk nachtmerrie-verwekkend. Feitelijk is de film getrouwer aan zijn bronmateriaal dan zijn illustere voorganger. Schrijver Baum heeft altijd hooggehouden dat hij een Amerikaans equivalent van de Europese sprookjes wilde neerzetten; Grimm zonder het geweldadige, Andersen zonder de romantiek. Ondanks het voortdurende succes van de Oz-boeken was de film een genadeloze flop, gedoemd te verliezen in een vergelijking met de suikerzoete klassieker.

Return to Oz was de eerste en laatste film in de carrière van Walter Murch, de regisseur. Een carrière als geluidsman en editor wel te verstaan, en niet zo maar eentje: American Graffiti, Apocalypse Now, The Conversation, The Godfather en The English Patient, om er maar een paar te noemen. Murch dacht dat de tijd wel rijp was voor een andere draai -een andere kant- aan het verhaal, maar helaas dachten het publiek en de critici er anders over. Gek genoeg valt hem niks te verwijten; alles is formidabel ontworpen, met fantastische special effects van de Jim Henson Creature shop en 'claymation' guru Will Vinton. De film lijkt in niks -behalve de 'Ruby Slippers'- op de musical en zou deze dus ook niet moeten bijten. Thematisch is de film veel gelaagder,veel dieper dan de 'iedereen bezit stiekem al dat wat hij verlangt' moraal van de Technicolor droom. Dit is een nachtmerrie, maar één met therapeutische bedoelingen. Dorothy moet leren haar fantasie los te laten en deze in zijn eigen realiteit te plaatsen, op eigen waarde te schatten.




Deze donkere Disney film komt uit 1985, een jaar waarin de studio nog een andere, opmerkelijke film uitbracht: The Black Cauldron (Taran en de Toverketel). Opmerkelijk, omdat ook deze 'Disney Classic' een duistere, zelfs bloederige toon heeft. In de verdwaalde jaren na de dood van Walt Disney werd het regime van de studio zo vaak verwisseld dat er soms -schrik!- nieuwe dingen werden uitgeprobeerd. Net voordat de Disney-formule opnieuw werd uitgevonden met de musical (The Little Mermaid, Lion King, etc.) was er nog even een poging de sprookjes van Disney inhoudelijk van een gewaagde, duistere kant te voorzien -terug naar de oorspronkelijke klassiekers- maar helaas kwam de overweldigende musical-tornado. Het was ook in deze periode dat Disney en Jim Henson overwogen samen te gaan, een deal die werd afgeblazen door de dood van Henson in 1990. In een alternatief universum hadden we nu grimmige, prachtig gemaakte sprookjesfilms van de grootste kinderfantasie-fabriek op aarde. Maar in de realiteit moeten we het doen met dit wonderlijke bastaardkind van deze twee grootheden, voor dood achtergelaten, dat misschien ooit nog wordt herontdekt door een nieuwsgierige Toto.


13 nov. 2008

Nieuw project Malick?

Acteur Jim Caviezel (JC uit The Passion of the Christ) vertelt in een interview met the Indepent over een nieuw project van regisseur Terrence Malick:

"Caviezel's old friend Malick (also a Catholic) is apparently planning to make a film of the Middle English poem, Gawain and the Green Knight. Gawain is a proud and virtuous knight tempted three times by a beautiful lady, the Green Knight an emissary from God who ultimately exposes the chinks in his armour. Caviezel may well have talked himself out of a job by the time Malick gets round to casting, but he'd make a perfect Gawain. He's so determined to be a saint, but what he always sounds is human."






Malick en de Middeleeuwen heeft de potentie iets zeer bijzonders te worden. Heer Gawein en de Groene Ridder -zoals het in het Nederlands heet- is een oud Engels gedicht uit de 14de eeuw. Gawain is de jongste uit het gezelsschap van Koning Arthur en moet het hoofd van de Groene Ridder afhakken.

Als dit allemaal door gaat is het pas klaar in 2015, hebben de geruchten. Meester production designer Jack Fisk is betrokken. Eerst maar eens de komende Malick, The Tree of Life afwachten.

9 nov. 2008

The Life and Death of Colonel Blimp (Powell and Pressburger, 1943)

Cinema, de collectieve kunstvorm. Cinema, de legering van alle kunstvormen. Cinema, de kunstvorm waarbij alle afzonderlijke delen samen veel meer zijn. Het zijn vaak deze overtrokken statements die mensen bezigen als ze proberen te duiden waarom ze van film houden. Je hoeft het zeker niet te onderschrijven om van goede films te kunnen genieten. Maar soms kan je het -heel voorzichtig- roepen als je, dronken van herinneringen aan goede films, heftig in discussie om tafel zit met gelijkgestemden. Het zijn vooral dit soort hyperbolen die cinefielen bijna verontwaardigd op je afvuren als blijkt dat je nog nooit van Powell and Pressburger hebt gehoord. Heel gek is dat niet, want als er één constante is in de carrière van deze Britse grootmacht, is het wel hun constante en harmonieuze drang tot samenwerken. Niet alleen werkten regisseur Michael Powell en (Hongaarse) scriptschrijver Emeric Pressburger ruim 17 jaar samen zonder duidelijke begrensde taakverdeling -al hun films droegen het opschrift: 'Written, Produced and Directed by Michael Powell and Emeric Pressburger'- ook wisten ze al hun medewerkers op enthousiaste manier te betrekken bij het maken van hun films. Het komt zelden voor dat twee 'nonbroeders' -dus geen Coens, Dardennes of Quays- zo lang en zo verstrengeld hun creaties tot stand brachten.




Gek genoeg zijn hun films altijd vrijwel direct herkenbaar, maar is het heel moeilijk te zeggen waarom je ze als zodanig herkent. Ze zijn sterk gestileerd, formeel, ambitieus, luchtig maar ook experimenteel, sprookjesachtig, politiek beladen, oprecht en... ontegenzeggelijk Brits. Niet voor een gat te vangen, dus. Het lijkt daardoor dat hun samenwerking bovenal een symbiotisch laboratorium was; voor de mogelijkheden van cinema; voor de relatie die cinema met zijn 'voorgangers' -sprookjes, literatuur, muziek en theater- heeft; als een reflectie op de aard van dit medium. Juist door het creeeren van hun eigen hechte film-familie, 'The Archers', kreeg hun unieke samenwerking al snel een bijna mythische status en bezorgde ze de gewenste onafhankelijkheid om hun experimenteerdrift voort te zetten. Als er iets eenduidigs naar voren komt uit hun films, is het de strijd tussen realiteit en fantasie. Hun eerste echte samenwerking, The Life and Death of Colonel Blimp, over de vriendschap tussen een Engelse en een Duitse militair tussen drie oorlogen door, laat al meteen de Sturm und Drang van de twee amicale makers zien. Maar het heeft lange tijd geduurd voordat iedereen dat heeft kunnen zien.

Kenmerkend voor hun bravoure is de verdekte, maar duidelijk te herkennen kritiek op de Britse manier van oorlogvoeren in Colonel Blimp -gemaakt terwijl de Tweede Wereldoorlog nog in volle gang was. Sterker nog: de hoofdpersoon, de Engelse militair Clive Wynne-Candy (Roger Livesey) -pompeus en zelfingenomen- deed opperbevelhebber Winston Churchill zo aan zichzelf denken, dat hij -bang voor een parodie- besloot een memo naar de produktie te sturen. Of ze de produktie wilden staken. Dit embargo weerhield Powell en Pressburger er niet van de film uit te brengen, maar de afkeuring van de Britse regering zorgde er wel voor dat het jaren duurde voordat de Britten met trots en verwondering naar Colonel Blimp keken -hetzij nog steeds in flink gesneden versie. De Amerikanen konden hem pas twee jaar later aanschouwen. Dat komt vooral door de kritiek op 'de Britse bevelhebber' in het algemeen maar ook door de uiterst sympathieke Duitse militair, Theo Kretschmar-Schuldorff (Anton Walbrook), die zijn vriend Wynne-Candy overklast in realistisch en nuchter denken.

Zoals vermeld is het moeilijk je vinger te leggen op de kern van het werk van Powell en Pressburger en dat gaat zeker op voor Colonel Blimp. Naast een historie van Britse militia in drie oorlogen (de Tweede Boerenoorlog, WO I en II), is het een verhaal over een onwaarschijnlijke vriendschap, een definitie van 'Britsheid' en een sprookje over liefde en broederschap. Het is deze gelaagdheid die van de film, ondanks dat hij net zo verouderd is als Candy aan het begin en eind van de film, een fascinerend en episch geheel maakt; een film die nog steeds buitengewoon charmant is en daarbij een ode aan de mogelijkheden van film.




De vriendschap in het verhaal geeft bijna het idee dat de makers elkaar de platonische liefde verklaren door dit te uiten in hun eerste gezamenlijke creatie. Het creatieve proces/filmmaken als een oorlog waarin je elkaar af en toe tegenkomt, advies geeft, ruzie maakt en verliefd wordt op hetzelfde meisje, keer op keer. Je probeert het meisje voor je te winnen, bang dat de ander er mee weg zal lopen. Alsof het meisje een metafoor is voor het idee/de film. Maar dan realiseer je je dat de verbroedering belangrijker is. Of zoals Michael Powell zelf hartverwarmend over Emeric Pressburger zei: "He knows what I am going to say even before I say it -maybe even before I have thought it- and that is very rare. You are lucky if you meet someone like that once in your lifetime."