19 okt. 2008

De Vliegende Hollander (Jos Stelling, 1995)

De film De Vliegende Hollander heeft eigenlijk weinig te doen met de sage De Vliegende Hollander. Het verhaal van een spookschip -met achter het roer de meest koppige kapitein ooit- wordt wel verteld, maar regisseur Jos Stelling geeft een hele andere draai aan deze legende. Een hele persoonlijke draai. Niet dat ik veel over het emotionele reilen en zeilen van Nederlands meest onderkende regisseur weet, maar deze film ademt overtuiging en drijvende bezieling. Het lijkt eigenlijk erg veel op Elckerlyc, die andere film van Stelling gebaseerd op een oeroud stukje Nederlands erfgoed. In die film zoekt de hoofdpersoon wraak naar aanleiding van de dood van zijn vrouw, op zoek naar macht en een manier om de dood te besturen wordt hij uiteindelijk krankzinnig. In De Vliegende Hollander speelt Stelling met een soortgelijke thematiek, weer een queeste, maar gelukkig is de maker nu een stuk ouder, milder en vooral: poëtischer. Ook al is het tempo en de richting van het verhaal soms onbegrijpelijk en blijven sommige motieven en thema's erg mistig, je kan niet ontkomen aan het gevoel dat deze film met bijzonder veel aandacht en liefde is gemaakt. Dit is geenszins een aanprijzing, dus laat ik het anders formuleren: De Vliegende Hollander is net geen documentaire uit de Middeleeuwen, alles aan deze film roept: Middeleeuwen! Niemand weet deze periode beter neer te zetten dan Jos Stelling -met op de tweede plaats: Terry Gilliam.



Het plot is niet ingewikkeld, maar toch lastig om na te vertellen: in de 16de eeuw, in Vlaanderen, vertelt een Italiaanse 'speelman' Campanelli een jonge Hollander -hij heet dus Hollander- over zijn vader; de Vliegende Hollander -dat de twee elkaar kennen hebben we in de proloog gezien- terwijl deze lijfeigene (soort horige of slaaf) altijd gehoord heeft gekregen dat hij geen vader heeft. De fantastische verhalen van Campanelli (met veel plezier door Italiaanse grootheid Nino Manfredi gespeeld) zijn genoeg aanleiding om zijn verplichtigingen bij boer Netelneck te ontvluchten, samen met de vrouw van diens zoon. De jonge Hollander (René Groothof) gaat op zoek naar het schip in de hoop zijn vader te vinden. Uiteindelijk vindt hij een schip , in een moeras, met daarop een dwerg (René van 't Hof, een acteur waarvan je altijd meer wilt zien). Ondanks meerdere moordpogingen van deze opportunistische dwerg, overleeft Hollander en weet hij het schip zelfs bijna te verplaatsen. Het zijn deze moordpogingen die op gekke wijze terugkeren in het verhaal; de Hollander weet keer op keer te ontsnappen aan de dood, sterker nog: hij lijkt zich hier niets van aan te trekken. Als hij zijn vader maar vindt, deze Hollander die kan vliegen.

Uiteindelijk blijkt deze zoektocht een heel intieme en ontroerende ontknoping te verbergen, lang niet zo episch als het verhaal (op papier) je doet verwachten. Dat is de kracht maar ook meteen de zwakte van De Vliegende Hollander; de logica en de drijfveren van de hoofdpersoon zijn zo persoonlijk, dat ze je ofwel diep raken of je verbaasd achterlaten. Acht jaar heeft Stelling aan zijn film kunnen werken en de Hollander was hiermee een tijd lang de duurste Nederlandse film. Misschien dat deze voorbereidingen en investeringen dezelfde verwachtingen opriepen bij de critici als een korte synopsis van het verhaal bij een willekeurige filmliefhebber; in plaats van grootse en epische streken zet de regisseur het verhaal met veel detail en in kleine aanstippingen neer. De Vliegende Hollander werd neergesabeld toen de film uitkwam in Nederland, iedereen verwachtte een magnum opus en zag daarom een mislukte film. Maar zoals fans in Rusland en Oost Europa weten is geen enkele film van Jos Stelling ooit echt mislukt.




Aan de oppervlakte lijkt deze Hollander inderdaad een uit zijn baan geschoten, dure 'period' film, maar wie de structuur van het verhaal los kan laten, wordt overrompeld door de tastbare textuur van deze film. De dromerige, bijna Middeleeuwse sensiviteit en logica die het verhaal blootgeeft. Net zoals Paul Verhoeven heeft ook Stelling een voorkeur voor het vleselijke en het geaarde; letterlijk liters modder en stront passeren de revue. Het lijkt wel alsof deze aarde dient als tegenwicht voor de lichtvoetige fantasie van de Hollander. Dat de zoon van de Vliegende Hollander wordt gespeeld door de echte zoon van René Groothof geeft al een beetje aan op welk niveau Stelling opereert. Het is een bijna onuitvoerbare balanceeract; tussen grote, dure avonturenfilm en persoonlijke, intieme auteurfilm, maar De Vliegende Hollander weet net voor het einde zijn publiek te overtuigen. Blijkt dat je de hele tijd hebt zitten wachten op iets letterlijks terwijl het er al lang is, als je er maar werkelijk in gelooft.


Geen opmerkingen: