21 okt. 2008

Chad VanGaalen



Soms loop je toevallig ergens tegenaan en soms is dat een wonder ontmoeting.
Animaties en muziek van Chad VanGaalen: wat een trippende combinatie.

Hij heeft een nieuwe CD en komt in November naar Nederland.
20.nov.2008 20:00
Vera w/ Women Groningen
21.nov.2008 20:00
Crossing Borders Festival Den Haag
22.nov.2008 20:00
Trix w/ Women Antwerp

19 okt. 2008

De Vliegende Hollander (Jos Stelling, 1995)

De film De Vliegende Hollander heeft eigenlijk weinig te doen met de sage De Vliegende Hollander. Het verhaal van een spookschip -met achter het roer de meest koppige kapitein ooit- wordt wel verteld, maar regisseur Jos Stelling geeft een hele andere draai aan deze legende. Een hele persoonlijke draai. Niet dat ik veel over het emotionele reilen en zeilen van Nederlands meest onderkende regisseur weet, maar deze film ademt overtuiging en drijvende bezieling. Het lijkt eigenlijk erg veel op Elckerlyc, die andere film van Stelling gebaseerd op een oeroud stukje Nederlands erfgoed. In die film zoekt de hoofdpersoon wraak naar aanleiding van de dood van zijn vrouw, op zoek naar macht en een manier om de dood te besturen wordt hij uiteindelijk krankzinnig. In De Vliegende Hollander speelt Stelling met een soortgelijke thematiek, weer een queeste, maar gelukkig is de maker nu een stuk ouder, milder en vooral: poëtischer. Ook al is het tempo en de richting van het verhaal soms onbegrijpelijk en blijven sommige motieven en thema's erg mistig, je kan niet ontkomen aan het gevoel dat deze film met bijzonder veel aandacht en liefde is gemaakt. Dit is geenszins een aanprijzing, dus laat ik het anders formuleren: De Vliegende Hollander is net geen documentaire uit de Middeleeuwen, alles aan deze film roept: Middeleeuwen! Niemand weet deze periode beter neer te zetten dan Jos Stelling -met op de tweede plaats: Terry Gilliam.



Het plot is niet ingewikkeld, maar toch lastig om na te vertellen: in de 16de eeuw, in Vlaanderen, vertelt een Italiaanse 'speelman' Campanelli een jonge Hollander -hij heet dus Hollander- over zijn vader; de Vliegende Hollander -dat de twee elkaar kennen hebben we in de proloog gezien- terwijl deze lijfeigene (soort horige of slaaf) altijd gehoord heeft gekregen dat hij geen vader heeft. De fantastische verhalen van Campanelli (met veel plezier door Italiaanse grootheid Nino Manfredi gespeeld) zijn genoeg aanleiding om zijn verplichtigingen bij boer Netelneck te ontvluchten, samen met de vrouw van diens zoon. De jonge Hollander (René Groothof) gaat op zoek naar het schip in de hoop zijn vader te vinden. Uiteindelijk vindt hij een schip , in een moeras, met daarop een dwerg (René van 't Hof, een acteur waarvan je altijd meer wilt zien). Ondanks meerdere moordpogingen van deze opportunistische dwerg, overleeft Hollander en weet hij het schip zelfs bijna te verplaatsen. Het zijn deze moordpogingen die op gekke wijze terugkeren in het verhaal; de Hollander weet keer op keer te ontsnappen aan de dood, sterker nog: hij lijkt zich hier niets van aan te trekken. Als hij zijn vader maar vindt, deze Hollander die kan vliegen.

Uiteindelijk blijkt deze zoektocht een heel intieme en ontroerende ontknoping te verbergen, lang niet zo episch als het verhaal (op papier) je doet verwachten. Dat is de kracht maar ook meteen de zwakte van De Vliegende Hollander; de logica en de drijfveren van de hoofdpersoon zijn zo persoonlijk, dat ze je ofwel diep raken of je verbaasd achterlaten. Acht jaar heeft Stelling aan zijn film kunnen werken en de Hollander was hiermee een tijd lang de duurste Nederlandse film. Misschien dat deze voorbereidingen en investeringen dezelfde verwachtingen opriepen bij de critici als een korte synopsis van het verhaal bij een willekeurige filmliefhebber; in plaats van grootse en epische streken zet de regisseur het verhaal met veel detail en in kleine aanstippingen neer. De Vliegende Hollander werd neergesabeld toen de film uitkwam in Nederland, iedereen verwachtte een magnum opus en zag daarom een mislukte film. Maar zoals fans in Rusland en Oost Europa weten is geen enkele film van Jos Stelling ooit echt mislukt.




Aan de oppervlakte lijkt deze Hollander inderdaad een uit zijn baan geschoten, dure 'period' film, maar wie de structuur van het verhaal los kan laten, wordt overrompeld door de tastbare textuur van deze film. De dromerige, bijna Middeleeuwse sensiviteit en logica die het verhaal blootgeeft. Net zoals Paul Verhoeven heeft ook Stelling een voorkeur voor het vleselijke en het geaarde; letterlijk liters modder en stront passeren de revue. Het lijkt wel alsof deze aarde dient als tegenwicht voor de lichtvoetige fantasie van de Hollander. Dat de zoon van de Vliegende Hollander wordt gespeeld door de echte zoon van René Groothof geeft al een beetje aan op welk niveau Stelling opereert. Het is een bijna onuitvoerbare balanceeract; tussen grote, dure avonturenfilm en persoonlijke, intieme auteurfilm, maar De Vliegende Hollander weet net voor het einde zijn publiek te overtuigen. Blijkt dat je de hele tijd hebt zitten wachten op iets letterlijks terwijl het er al lang is, als je er maar werkelijk in gelooft.


13 okt. 2008

Half Nelson (Ryan Fleck, 2006)

Dan Dunne (Ryan Gosling) is geschiedenisleraar. Op een middelbare school diep in het verscholen hart van Brooklyn, een (hoofdzakelijk) zwarte school. Dan probeert, anders dan zijn collega's, de kinderen iets mee te brengen -meer dan alleen feiten en data. Dan is een voorbeeld; hij leert de kinderen kritisch na te denken en weet ze te betrekken bij zijn lessen over dialectiek. Dialectiek is een redeneervorm die door middel van het gebruik van tegenstellingen naar waarheid probeert te zoeken. Als de beschrijving nu begint te rieken naar Dead Poets Society en Dangerous Minds komt Half Nelson met een tegenstelling: Dan, de leraar die overdag inspireert, heeft al lang last van een hardnekkige verslaving; cocaine en crack zijn al jaren onderdeel van zijn avondritueel. Hij haalt lange nachten door in hotelkamers, op feesten en wc's, of hangt letterlijk rond in zijn huis, dat altijd een zwijnenstal is. Eigenlijk is Half Nelson in veel dingen het tegenovergestelde van een standaard 'inspirational teacher' verhaal, waarin de leerling uiteindelijkt slaagt en de leraar trots toekijkt.



Dan weet tijdens zijn escapistische, met drugs overladen avonturen nooit echt contact met iemand te maken, maar dat verandert drastisch als hij op de wc, diep in een trip betrapt wordt door één van zijn leerlingen, Drey (Shareeka Epps) -een meisje van twaalf dat de wijsheid van een jonge vrouw uitstraalt. Opeens sijpelt het onacceptabele -en door pessimisme en teleurstelling vergalde- gedrag van de leraar door naar zijn schoolklas. Iets wat hij altijd heeft weten te vermijden. Drey reageert kalm en behouden, gehard door een halve familie met drugsproblemen, maar onder haar koele gedrag schuilt een oprechte interesse en sympathie voor haar leraar, de ijlende Dan. De onthullende ontmoeting mondt uit in een vriendschap. Zo'n opmerkelijk koppel kan alleen werken als er ook goed geacteerd wordt, dan werkt zelfs een idee als Harold and Maude. Van Ryan Gosling is al een tijd bekend dat hij een stuk beter is geworden sinds zijn dagen als Young Hercules. De warmte die beide acteurs genereren bij dit samenspel is niet uitzonderlijk, maar wordt overtuigend en naturel neergezet, zeker door Gosling, maar vooral ook door de jonge Epps. Dit mag zoetsappig klinken maar de randjes van het verhaal zijn zwart en Gosling zet met Dan niet alleen een liefhebbend karakter, maar ook een enorme klootzak neer; een door coke opgefokte eenling. Net zoals de bezorgde Drey haar hele gevoelsleven heeft weggestopt onder een masker, een veilige houding.

Dan is er nog Frank, een 'oom' van Drey, gespeeld door Anthony Mackie, een acteur die grotendeels onbekend blijft, ondanks -of misschien wel dankzij- hoofdrollen in twee films van Spike Lee die niemand gezien heeft (She Hate Me en Sucker Free City). Frank zorgt voor Drey, als een peetoom -al blijft het mysterieus wat zijn precieze relatie tot Drey is- en biedt haar een baan als courier aan. Frank is drugdealer maar leeft zelf zonder drugs, eigenlijk zeer verantwoord. Een stuk verantwoordelijker dan het leven van Dan, die een confrontatie met Frank opzoekt. Ook Mackie speelt zo sterk dat het lijkt of het drietal acteurs zich optrekt aan elkaar, zodat een bijzonder evenwicht in deze genuanceerde driehoeksverhouding onstaat. Regisseur Ryan Fleck versnijdt het verhaal van deze drie mensen met voordrachten uit de klas van Dan, waarin een leerling een belangrijke opstand uit de geschiedenis bespreekt, voorzien van zwart-wit beelden. Het geeft de film een extra lading, een politieke drang, maar gelukkig wordt dit element nooit onderstreept of uitgespeld; net als zijn hoofdpersoon heeft de film niet de overtuiging om zich er volledig voor in te zetten. Het wordt gemompeld, met af en toe een bijtende, emotionele en gearticuleerde opmerking. Zelfs de muziek -van band Broken Social Scene- mompelt; als slecht onthouden, maar prachtig uitgevoerde melodieën van bekende popliedjes.



Dat de film uiteindelijk niet heel veel uitspreekt werkt in zijn voordeel, als een verknipt dagboek: zo naturel en onopgelost dat het bijna aanvoelt als een documentaire -ook visueel: de lens zit dicht op zijn onderwerp, onrustig. Ook schuwen de makers de confrontatie niet; de dubieuze en pijnlijke aard van bepaalde scenes zijn bijna Europees te noemen. Dit zit hem in de manier waarop het alle Amerikaanse clichés tackelt en onderuithaalt, zoals een film als Happiness dat ook kan. Alles is een grijs gebied hier: de drugsdealer zou een goede vaderfiguur kunnen zijn, de leraar is een gebroken figuur. Niks is zwart/wit. Iedereen heeft zijn zwaktes en angsten. Op een bepaalde manier werkt de film bijna vergevend, in het openlijk tonen van de tegenstrijdigheid in een mens. Dan vertelt zijn klas over 'verandering als resultaat van tegengestelde krachten' en geschiedenis als een 'verhaal van veranderingen', maar zijn eigen leven staat al jaren stil, lijkt toekomstloos. Nooit wordt duidelijk waarom. Er moet een verborgen geschiedenis achter het vertrokken gezicht van Dan, dit intense portret zitten. En het is deze pijnlijke geschiedenis die de kijker er zelf bij moet verzinnen. En deze suggestie maakt van Half Nelson niet alleen een acteerprestatie, maar ook een hele moderne variant op een schuldbekentenis. Een bekentenis waarvoor je niemand kan veroordelen.