16 apr. 2008

Communion (Philippe Mora, 1989)

Het spel tussen realiteit en fantasie is één van de meest dankbare onderwerpen in cinema. Regisseurs als Buñuel, Cocteau, Gilliam en Lynch hebben er zelfs hun handelsmerk van gemaakt. Maar Philippe Mora is geen naam die je in dat rijtje tegen zal komen. Met films als: Pterodactyl Woman from Beverly Hills, The Beast Within en Howling II en III op zijn naam, is Mora eerder iemand die je tegenkomt in de sale-bakken van de Free Record Shop. Mora maakt B-films, in de trouwste zin van het woord. Dat hij daarnaast net als de voorgenoemde filmmakers ook een schilder is, is zo'n beetje de enige overeenkomst met deze kunstenaars. Maar soms is het mogelijk dat iemand met zo'n twijfelachtig oeuvre toch een hele interessante film maakt. Zeker als de bron van de film een rare, surrealistische draai geeft aan het horror-genre: wat als een schrijver van horror-romans wakker wordt ín een horror-verhaal? En dat niet presenteert -zoals John Carpenter's In the Mouth of Madness- als fictie, maar als feit.




Dat is wat horror-schrijver Whitley Strieber (wiens boeken The Hunger en Wolfen ook als films te zien zijn) in 1987 deed; Strieber beweerde in 1985 door aliens ontvoerd te zijn en schreef een boek over deze ervaringen: Communion. De ongeloofwaardigheid van het idee dat iemand gespecialiseerd in buitensporige fantasieën zulke ervaringen heeft, gebruikte Strieber als een soort omgekeerd alibi. Waarom zou een succesvol genre-schrijver zijn carrière (en geloofwaardigheid) op het spel zetten? Nou, zou een scepticus zeggen, omdat je dan wel in één keer aan de top van de bestseller-lijsten terecht komt. Maar zo'n cult-aanhang had Strieber nooit van tevoren kunnen voorspellen: binnen mum van tijd was Amerika weer in de ban van aliens. Aanvankelijk is Strieber ook sceptisch over zijn ervaringen (die grotendeels onder hypnose naar boven komen), maar zijn output in de jaren na Communion lijkt zich alleen te concentreren op de 'grays'. In 1988 verschijnt Transformation, gevolgd door Breakthrough (1995) en The Secret School (1996). Tussendoor schrijft hij ook nog fictie over buitenaardse belevingen en zijn laatste roman heet zelfs The Grays. Inmiddels is Strieber een overtuigd 'believer', maar de twijfels die hij in zijn eerste twee boeken toont zijn veel interessanter en ver weg van het obsessieve karikatuur dat hij nu is geworden.

Geen enkele studio wilde zich wagen aan een verfilming van zijn bestseller, dus besloot Strieber zijn vriend Philippe Mora te vragen het te verfilmen, dan maar als independent film. Zelf schrijft hij het script en combineert zijn eerste boek met delen uit Transformation. Ondanks het lage budget weten ze Christopher Walken te strikken voor de rol van Strieber en Eric Clapton voor de muziek. En zo maken ze een film die antwoord geeft op de originele vraag, 'wat als een horror-schrijver en een horror-regisseur een non-fictie verhaal verfilmen?' Dat de film ondanks de vermeende overtuiging van zijn onderwerp, Strieber, toch geen keuze kan maken tussen fantasie en realiteit is dapper, maar misschien onbedoeld. De regie van Mora zorgt ervoor dat je je telkens moet afvragen of (scriptschrijver) Strieber niet zelf twijfelt aan zijn mentale gezondheid. Zijn de scepsis van (schrijver) Strieber nog 'realistisch' in zijn boek, in de film is het eerder alsof (karakter) Strieber een psychotische episode heeft. Alsof Mora zijn vriend ook niet echt gelooft. Dat Strieber gespeeld wordt door Christopher Walken draagt ook niet bij aan de geloofwaardigheid van zijn autobiografische verhaal.




Christopher Walken: de acteur die ieder moment lijkt te ontploffen; die charmeur en psychopaat tegelijk kan spelen; die iedere film de moeite waard maakt en de man die kan dansen in een stijl die alleen maar te benoemen is als 'Christopher Walken'. Deze man maakt Communion een film om nooit te vergeten. Als er ooit een podium voor deze acteur was om zijn brille te bewijzen, dan is het deze film. Bijna als een encyclopedie van de acteur Walken, met ieder facet en aspect behandelt. Zelfs als liefdevolle huisvader overtuigt Walken. Je kan je afvragen of de echte Strieber inderdaad zijn verhalen schrijft terwijl hij zichzelf filmt en bekijkt, zijn computer doet ontploffen door hem aan te raken of dingen roept als: "Crack the whip! Drive the slaves off to another cocktail party. Make them babble about Glasnost, I've lost another day here!", maar dat doet er eigenlijk niet toe. Walken is het omgekeerde alibi van Communion. Walken zet zo'n elektrisch-geladen en excentrieke performance neer, dat je bijna vergeet dat hij omringt is door aliens; hij redt een potentiële B-film van de sale-bak. De scènes waarin Strieber teruggaat naar zijn kleine bezoekers zijn van zulke surrealistische kwaliteit, dat het bijna is alsof Philippe Mora de creatieve geesten van Jean Cocteau en David Lynch 'channelt'. Met als muze de tintelende verschijning van Walken. Of Strieber echt ontvoert is door aliens of het allemaal heeft verzonnen maakt niet eigenlijk helemaal niet meer uit, Christopher Walken is echt. En dit is het bewijs.

Geen opmerkingen: