17 mrt. 2008

Met Grote Blijdschap (Lodewijk Crijns, 2001)

Met Grote Blijdschap is misschien niet een geweldige titel voor een film en klinkt zelfs een beetje knullig, maar achter deze titel schuilt één van beste Nederlandse films van de laatste jaren. Het verhaal gaat over twee broers; twee broers en een geheim. Een groot geheim. Luc Sipkes (Jaap Spijkers) komt er per toeval achter waar zijn broer, Ad (Jack Wouterse) zich al vijftien jaar schuil houdt. Niemand wist waarheen Ad verdwenen was, en waarom. Hij besluit met zijn jongere en hoogzwangere vrouw, Mieke (Camilla Siegertsz) te kijken of hij zijn verdwenen broer kan vinden. Die blijkt samen met zijn vrouw Els (Renée Soutendijk) ergens in de Ardennen te wonen. Als twee rasechte kluizenaars hebben ze zich afgezonderd in hun bouwvallige huis in de bossen van België. Al snel komt Ad erachter dat ze niet alleen zichzelf hebben verborgen, maar ook nog iets anders.




Wat ze verbergen ga ik uiteraard niet verklappen, want daarmee haal ik de ontzettend knappe spanningsboog uit de film. Het zou zoiets zijn als het einde van een ander hoogtepunt uit Neerlands Cinema, Spoorloos, prijs te geven. Het enige wat ik kan vertellen is dat het geheim naadloos aansluit bij het sublieme acteerwerk van de twee koppels. Dat Jaap Spijkers (vooral bekend van toneelgroep de Trust-compagnie en Cloaca), Jack Wouterse (die de meeste mensen toch vooral zullen kennen van Temmink: The Ultimate Fight, ondanks zijn indrukwekkende aanwezigheid in Nederlandse films) en de voormalige diva Renée Soutendijk kunnen acteren was al bewezen. Maar dat de combinatie van deze drie zo'n hoogtepunt weet te bereiken is opvallend, noemenswaardig zelfs. Deze film laat zien waar Nederland in grossiert. Acteerwerk; naturel, intens en geloofwaardig. Dat het maar weinig regisseurs lukt ze naar dit soort hoogtes te stuwen is jammer, maar het lijkt vooralsnog alleen voorbehouden aan de 'moeilijkere' films. Alsof je in een publieksfilm niet goed mag acteren; alleen maar slechte soap-acteurs voor je camera mag zetten en als er dan een goede acteur inzit, je deze moet laten 'schmieren'.

Lodewijk Crijns was één van de grote talenten van de Filmacademie, in 1994, toen hij afstudeerde met Lap Rouge. (Ik zeg was, ondanks dat ik het hier totaal niet mee eens ben, Crijns heeft namelijk een rare carrière en is een beetje uit de schijnwerpers verdwenen.) Zijn eerste films, Kutzooi en Lap Rouge vielen op met hun rauwe, natuurlijke documentaire-stijl. Daarna volgde al snel Jezus is een Palestijn (1999): een absurde en ondergewaardeerde combinatie van genres, met cabaretier Hans Teeuwen in een dwaze hoofdrol. Ondanks het zichtbare plezier van de regisseur werd de film afgebrand. Dus besloot hij iets 'serieus' te maken: Met Grote Blijdschap. Kim van Kooten (die nu een hit heeft geschreven met Alles is Liefde) had al een scène van Jezus is... herschreven en mocht nu samen met Crijns haar eerste echte scenario schrijven. Niemand kwam naar de bioscoop, maar de critici waren laaiend. Crijns wil eigenlijk wel een vervolg op Costa maken, vertelt hij daarna in een interview, maar dit blijft uit. Hij houdt het bij korte films, zoals het hilarische Turkse Chick. In 2003 maakt hij weer een Telefilm: Loverboy, waarin hij laat zien wat je met acteurs kan doen; soapie Monique van de Werff schittert hierin als naïef meisje dat door een zogenaamde 'loverboy' wordt verleidt tot prostitutie. Momenteel is hij Hitte aan het afronden, een film over een Marokkaanse en een Nederlandse vriendin. Slechte nieuws hierbij is dat Crijns geen geld heeft (gekregen) om de film in de bioscoop te vertonen. Het is tekenend voor de rare positie van deze getalenteerde regisseur, ondanks zijn aanleg voor films die inspelen op de pop-cultuur; aanspreken bij de jeugd, blijft zijn werk in de marge hangen. Iedereen denkt blijkbaar nog steeds aan de kunstzinnige en confronterende Crijns. En dat verkoopt niet.



Met Grote Blijdschap blijft tot nu toe het hoogtepunt uit zijn oeuvre, misschien wel juist omdat hij zich moest inhouden. Het is een aardedonker en broeiend verhaal over angst en schaamte; over familieverhoudingen, broederschap; over verantwoordelijkheid. Het is daarbij ook nog eens een bijzonder gelukte mengeling van psychologische horror, thriller en drama. Crijns weet je steeds op het verkeerde been te zetten, met dank aan het levendige scenario van Kim van Kooten. Afgezonderd in de Belgische bossen tonen ze karakters waarvan ze steeds een laagje afschillen. Steeds kom je dichter bij de ware aard van een persoon. De sobere stijl en het camerawerk zijn onrustig, alsof er ieder moment iets akeligs onthult kan worden. Niet alleen de camera, maar ook de kijker verschuift continu van perspectief en morele veronderstellingen. Het is een briljant geacteerde psychologische studie. We moeten de titel dan ook maar nemen als een ironisch en droog commentaar; een knullig en Nederlands grapje van een speel-zuchtige regisseur die ons hopelijk nog jaren gaat verbazen.

Geen opmerkingen: