15 mrt. 2008

Flesh for Frankenstein (Paul Morrissey, 1973 )

Waar het in Mary Shelley's boek, Frankenstein (ondertitel: The Modern Prometheus), vooral ging om de gevaarlijke poging van de mens om voor god te spelen, gaat Flesh for Frankenstein nog een stapje verder. Als we in het lab arriveren staan er al twee prototypes klaar: een mannelijke en een vrouwelijke 'zombie', zoals dé Dokter ze noemt. Het enige wat nog ontbreekt aan de creaties, is het hoofd van de man. Dit heeft een reden. De Dokter is namelijk op zoek naar een perfect hoofd; een hoofd met een nobele, Servische 'nasum'. Ook moet dit hoofd hersens bevatten die vooral aan voortplanting denken. De Dokter wil namelijk dat zijn zombies mooie nieuwe kindjes voortbrengen, zodat hij een nieuw ras kan bouwen, een ras om de wereld mee te veroveren.



Een fascistische ondertoon dus, zou je zeggen. Maar dat valt eigenlijk wel mee (de lachwekkende en overdreven Duitse accenten van Dr. Frankenstein (Udo Kier) en zijn assistent Otto (Arno Juerging) daargelaten.) De nadruk ligt eigenlijk vooral op voortplanting. Het begint al met de incestueuze oorsprong van de familie Frankenstein; de vrouw van de dokter is ook zijn zus, en zo hebben hun twee zwijgzame kinderen dus zowel oom en tante als vader en moeder. Mevrouw Frankenstein (de Belgische Monique van Vooren) verveelt zich een beetje in hun prachtige kasteel en is voortdurend op zoek naar seksuele escapades, terwijl de Dokter opmerkingen maakt als: "To know death Otto, you have to fuck life... in the gall bladder!" Het lijkt allemaal om seks te draaien. Maar ondanks dit oppervlakkige gegeven, proef je een nauwkeurigheid die doet vermoeden dat de regisseur ook nog iets te melden heeft.

Dat die regisseur Paul Morrissey is, is niet altijd duidelijk geweest. Oorspronkelijk uitgebracht als Andy Warhol's Frankenstein, ging iedereen er vanuit dat Warhol dus ook een belangrijk aandeel in de film had. Ook werd altijd gespeculeerd over de rol van Antonio Margheriti, Italiaans B-Horror Maestro, die Second Unit Director was. Op Italiaanse prints wordt hij namelijk geïdentificeerd als co-regisseur. Dit bleek later allemaal alleen om financiële redenen. In tegenstelling tot de populaire mening dat Warhol het brein was achter deze -en andere- films, was Morrissey verantwoordelijk voor zo'n beetje alles: productie, regie, script, distributie.



De ongelofelijk onafhankelijke regisseur werd door Warhol in 1965 gevraagd of hij kon helpen bij diens film-experimenten; of hij ze van nieuwe richting kon voorzien. En dus werd de output van Morrissey (Flesh, Lonesome Cowboys, Trash, Women in Revolt) steevast voorzien van het voorvoegsel Warhol's. (Sterker nog: The Velvet Underground was ook een idee van Morrissey: hij produceerde hun eerste, niet uitgekomen album.) Morrissey deed dit bewust; het voorzag hem in mogelijkheden onafhankelijk zijn films te kunnen maken. Hij stopte dan ook lange tijd met films maken, toen Warhol hem niet meer van geld kon voorzien.

Wat ze deelden was een voorkeur voor het banale; voor de wansmaak; dat wat men tegenwoordig 'camp' noemt. En dat is dan ook overvloedig terug te vinden in Flesh for Frankenstein. Alhoewel het budget niet enorm was, wordt deze -in het fameuze Cinecittà opgenomen- film gebracht als een decadente draai aan het overbekende verhaal, gevuld met slechte smaak, bloed en over-acting. Het is een rare, prikkelende combinatie, die niet altijd werkt. Maar het is vooral een uitvoering die overtuigd in zijn precisie, ook al is deze gemikt op camp. Morrissey geeft je waarlijk het gevoel dat je een kunstwerk bekijkt; dat er een bijna politieke drijfveer achter schuilt. En daarmee weet hij een groter publiek te bereiken dan bekendere kunstenaars zoals Paul McCarthy en Mike Kelly, die hetzelfde nastreven. Flesh for Frankenstein is grotesk, lachwekkend en diepzinnig op een manier die Freud geweldig had gevonden.

Geen opmerkingen: