2 mrt. 2008

Elckerlyc (Jos Stelling, 1975)

Als we onze Oost Europese buren mogen geloven, is Jos Stelling één van de beste regisseurs van Nederland. Stelling debuteerde als autodidact in 1974 met Mariken Van Nieumeghen, een film die hij wist te maken met weinig geld en een klein groepje jonge filmfanaten. Uiteindelijk groeide de groep uit tot zo’n 800 man, veelal amateurs, die meewerkten aan de opnamen in de omgeving van Utrecht. Er werd acht jaar aan de film gewerkt, meestal in het weekend. De film sloeg aan in Nederland en buitenland en werd in het jaar daarna zelfs geselecteerd voor het festival in Cannes. Stelling was toen al weer klaar met zijn tweede film, Elckerlyc. Weer had hij een Middeleeuws verhaal bewerkt tot film en weer met hulp van vele amateurs. De film had minder succes, maar is misschien wel beter dan Mariken. De reacties waren typisch voor de manier waarop de Nederlandse pers omgaat met één van zijn meest eigenzinnige regisseurs: zijn beeldende kracht wordt geprezen, maar uiteindelijk is het toch te overdadig of is het plot te dun.




Terwijl men in Polen, Italië en vooral Rusland spreekt over één van de opvolgers van Tarkovski. Het is dan ook niet gek dat Stelling zijn laatste film, Duska, in Rusland draaide na alle wisselende en matige reacties de laatste jaren in Nederland. Stelling ziet film vooral in de katholieke traditie staan. Het katholicisme, met zijn symboliek en metaforen en vooral de uitbeelding ervan, is volgens hem de reden dat regisseurs als Fellini, Buñuel, Scorsese en Coppola zo'n succes hebben. Film liegt, zoals Stelling vaak zegt. In Nederland zijn we calvinistisch: beelden moeten dienstbaar en sober zijn. Je zou zelfs kunnen zeggen dat het gebrek aan film-cultuur in Nederland terug gaat naar onze beeldenstorm in de 16de eeuw; onze calvinistische en protestantse achtergrond heeft weinig respect voor het grootse en het beeldende.

Toch heeft Stelling ook in eigen land een aantal successen behaald. Daarnaast heeft de innemende regisseur zijn filmliefde actief ingezet: hij nam in 1981 het initiatief voor de Nederlandse Filmdagen (wat nu het Nederlands Film Festival is), alhoewel oorspronkelijk bedoeld voor filmmakers, groeide het uit tot een instituut en een grote publiekstrekker. Hij heeft ook twee bioscopen in Utrecht, sinds 1978 Springhaver en sinds kort ook het Louis Hartlooper Complex. Zoals gezegd is hij vooral een visuele filmmaker; er zit weinig tot geen dialoog in zijn films en ze zijn vaak prachtig gefotografeerd. Als er één woord vaak voorkomt in recensies over zijn films, dan is het: flair. Zijn films hebben een bijna onhollandse flair, ze zijn barok. Stelling is meer een schilder dan een schrijver. Zijn onderwerpen zijn daarentegen wel vaak typisch Hollands: polderlandschappen, bruine café's en erotiek.




Elcklerlyc (letterlijk: alleman/iedereen) is gebaseerd op een oud Hollandse 'moraliteit'. Alle karakters zijn archetypisch: er is 'het meisje', 'de schilder', 'de dwaas', etc. Elckerlyc (George Bruens) steelt en geniet bij het leven tot hij een lief meisje tegenkomt. Ze worden verliefd, maar zij sterft door toedoen van een zwakzinnige. Elckerlyc besluit wraak te nemen, hoe precies weet hij niet, maar hij zal haar dood wreken op zijn medemens. Hij trouwt een rijke kasteel-vrouw en weet zo veel macht naar zich toe te trekken. Langzamerhand begint het gedrag van Elckerlyc steeds krankzinniger te worden; hij laat de mensen een machine bouwen die een persoon op zeven manieren kan doden. Natuurlijk gaat 'de dwaas' als eerst. Je voelt dat het niet lang goed kan gaan met deze hoofdpersoon, maar hoe deze megalomane alleman ten onder gaat blijft lang onvoorspelbaar.

Het is een film die heel goed de sfeer van de Middeleeuwen weet over te brengen. Gelukkig interpreteert Stelling het oude verhaal helemaal niet letterlijk, waardoor er veel ruimte overblijft voor sfeer en absurdistische scenes. Daar waar het oorspronkelijke verhaal vertelt over de alleman die onverhoopt te rade gaat bij 'Schoonheyt', 'Cracht' en 'Kennissen' om de dood te ontvluchten, toont Stelling een verdorven killer die in zijn dwaze queeste naar wraak zelf ten ondergaat. Grotesk, plastisch, schilderachtig.

Geen opmerkingen: