2 mrt. 2008

Day for Night {La Nuite américaine} (François Truffaut, 1973)

Day for Night is een film over filmmaken. De titel -ook in het Frans- refereert naar een techniek die met behulp van filters ervoor zorgt dat een scène die overdag geschoten wordt, eruit ziet als nacht. De film in deze film, 'Meet Pamela', die geregisseerd wordt door Meneer Ferrand (François Truffaut), is een klucht; een film zonder enige pretenties en met een uitgekauwd plot. Dit is eigenlijk meteen duidelijk vanaf het moment dat 'de filmmakers' beginnen met filmen. Maar net zoals de titel ons vertelt dat films (en films maken) een illusionaire aangelegenheid zijn, zegt het ook iets over 'Meet Pamela'. Alsof de lichtzinnige toon van dit stereo-typische melodrama over overspel na de filters van Truffaut een andere kleur krijgt. Echt nacht wordt het niet in Day for Night, maar er is wel veel gedonder.



De cast van 'Meet Pamela' is gevuld met een aantal archetypen: de verleidelijke Hollywood ster (Jacqueline Bisset) die per ongeluk vreemd gaat -Bisset werd trouwens vooral ontdekt als actrice door deze film- en ook nog eens herstellende is van een zenuwinzinking; de verlopen en dronken diva (Valentina Cortese) die haar teksten niet kan herinneren; de oudere 'leading man' (Jean-Pierre Aumont) die voorzichtig uit de kast aan het komen is; en de jonge, nerveuze en onhandige acteur (Jean-Pierre Léaud) en niet te vergeten: de nog jonge, aantrekkelijke actrice (Alexandra Stewart) die opeens drie maanden zwanger blijkt te zijn. Het verhaal wat ze moeten uitbeelden voor de camera loopt langzaam over in hun privé-levens, zodat Ferrand niet alleen de opstapelende problemen van de productie moet verwerken, maar ook nog eens zijn cast in het gareel moet houden. De rest van het 'productie-team' wordt grotendeels 'gespeeld' door de professionals die Truffaut vaker vergezellen. De chaos, saaiheid en lol die je je voorstelt bij het maken van een film worden op een bijna nonchalante manier verbeeldt. Dat bijna iedereen zijn eigen beroep 'acteert', geeft het zelfs iets authentieks.

Truffaut heeft de film gevuld met ervaringen uit zijn eigen carrière als regisseur en verwijst daarnaast naar het werk van zijn cinematische helden; Buñuel, Hitchcock, Bergman, Godard, Welles, etc. Dit doet hij zelfs letterlijk: regisseur Ferrand krijgt steeds boeken opgestuurd over deze regisseurs. Maar dit zit de film nooit in de weg, het zijn meer voetnoten, interessant voor de kenner, maar niet essentieel voor het verhaal. Eigenlijk iedereen van de productie wordt min of meer betrokken in het verhaal. Mensen die willen weten wat iemand die 'key grip' doet, nou eigenlijk doet, kunnen terecht bij deze film. Zo weet Truffaut soms bijna een informatieve film te maken, maar nooit helemaal: er ligt meer nadruk op het sociologische aspect van filmmaken en bovenal op zijn persoonlijke passie voor het maken van een film.




Het is een kleine traditie: films over filmmaken, en meestal hebben ze een cynisch of satirisch karakter. The Player van Altman, Living in Oblivion, Ed Wood, The Stunt Man, 8½ van Fellini en recentelijk Inland Empire van Lynch behandelen het onderwerp allemaal (op succesvolle manier) alsof het eigenlijk een probleem is. Er komt zoveel bij kijken, dat het eigenlijk een wonder is als het wel goed gaat. Truffaut filmt er in rap tempo over- en doorheen. Natuurlijk zijn er problemen, altijd zelfs, maar dat maakt het misschien wel zo bijzonder; dat een groep mensen besluit één ding te maken en dat ze dat meestal lukt, met alle problemen van dien. Dit lijkt oppervlakkig, maar juist in deze benadering zit iets heel liefdevols. Dit, laat Truffaut zien, is het wonder van cinema: elk aspect telt en draagt bij aan het eindproduct. Day for Night ademt film, net als zijn maker. Niet verwonderlijk als je bedenkt dat François een keer een lifter meenam en hem prompt de auto uitzette, toen bleek dat de man niet genoeg mee kon praten over dat wat door de aderen van de bestuurder stroomde: film, films en cinema.

En deze obsessieve passie is ook wat de film overeind houdt. In handen van een mindere regisseur was dit al snel op een ordinaire soap uitgedraaid. Truffaut weet zijn liefde voor cinema zo te vertalen, dat je niet anders dan aangestoken kan raken. De energie van de regisseur -Truffaut en zijn alter-ego Ferrand- geeft het losse verhaal een vanzelfsprekendheid die het geheel natuurlijk doet overkomen. Natuurlijk is de film het belangrijkst, natuurlijk verlaat je een man voor de film, natuurlijk maakt het niet uit wat voor een film je maakt, maar dát je een film maakt. Zo creëert de regisseur een micro-universum waarin iedereen betrokken is bij deze liefde. En er ook in meegesleurd wordt. Het is alsof Truffaut -in als zijn optimisme- zichzelf een scenario voorschotelt waarin hij als regisseur zelfs een hele slechte film tot een goed, wat zeg ik, perfect einde wil brengen.


Geen opmerkingen: