2 mrt. 2008

Asparagus (Suzan Pitt, 1979)

Asparagus van Suzan Pitt is een visionair stukje animatie. Twintig minuten lang is het alsof je per ongeluk telepathisch contact maakt met iemands droomwereld. Iemand die druk bezig is met haar seksualiteit, iemand die grip probeert te krijgen op haar artistieke leven, iemand met een duistere visie. En dat allemaal met asperges. Bizar is niet het goede woord, want dat veronderstelt dat het niet te begrijpen is. Gek genoeg leent de bijna hermetische droom van Pitt zich heel erg voor begrip. Langzaam en hypnotisch volgen we een vrouw zonder gezicht, die blijkbaar haar freudiaanse verlangens projecteert op asperges. De film zuigt je op. Hoe intellectueel de referenties ook mogen zijn, en hoe opzettelijk chaotisch de muziek, (die veel doet denken aan het werk van Jonathan Beppler, componist van de Cremaster Cycle van Matthew Barney) nergens stort deze korte film in onder zijn pretentieuze gewicht. Het knappe van Asparagus is dat je nergens het idee hebt dat de maker er teveel over heeft nagedacht. Alsof het ongefilterd uit haar hoofd in animatie is omgezet.



Suzan Pitt ontvangt in 1965 haar Bachelor-diploma aan de Cranbrook Academy of Art, ze studeert af met schilderijen. Kort daarna gaat ze in de weer met een 8mm-camera om animaties te maken. Al snel gaat ze over op 16mm. Ze gaat ook les geven op kunst academies en maakt vaak in samenwerking met haar studenten een aantal korte animaties. Deze samenwerking is overigens volgens haar het belangrijkste aspect van haar artistieke ontwikkeling. In 1971 maakt ze Crocus, een soort studie voor Asparagus. Niet alleen zijn de titels van dezelfde orde, ook het onderwerp, vrouwelijke seksualiteit, wordt als een surrealistisch tableau uitgediept. In 1975 volgt Jefferson Circus Songs, waarin ze vooral experimenteert met 'pixilation'; een techniek waarbij echte acteurs beeldje voor beeldje bewegen. Jefferson Circus Songs is bij vlagen hypnotisch, maar is toch net te 'arty' om echt grip op te krijgen.




Alhoewel Pitt's werk grotendeels bestaat uit traditionele cel animatie, vult ze het vaak aan met elke denkbare animatie-techniek. Die experimenteer-drang (in combinatie met haar schilderijen) zorgt er dan ook voor dat het werk van Pitt eigenlijk alleen in musea's te bekijken is. In het begin van de jaren tachtig krijgen mensen eindelijk een kans haar onconventionele animatie op een groot scherm te ervaren; Asparagus draait jaren in het zogenaamde 'Midnight Movies'-circuit in Amerika als voorfilm van een andere vreemde eend in de bijt: Eraserhead van David Lynch, eveneens uit 1979. Het is een voorbeeld van hoe sterk deze -inmiddels verloren- traditie van programmering kan werken. Beide makers komen uit een traditie die meer nadruk legt op experiment dan op narratief, en alle twee slagen ze erin hun intuïties vakkundig om te zetten in donkere droomwerelden die zo hermetisch zijn, dat hun eigen logica in hun voordeel werkt. Of, in andere woorden: Lynch en Pitt hebben met hun eerste volwaardige films bewezen dat kunstenaars ook films kunnen maken die een publiek weten te boeien, zonder zich druk te maken over het narratieve gedeelte. Je zou zelfs kunnen zeggen dat Asparagus, net als Eraserhead een perfect huwelijk vormt tussen kunst en cinema.

Asparagus is een tripje. Surrealistisch, seksueel geladen en uiterst wonderlijk. Het lijkt wel te knetteren. Alsof Henri Rousseau zijn schilderijen met statische elektriciteit heeft geïnjecteerd. Het trage, hypnotische tempo is even wennen, maar zorgt ook voor een concentratie en droomachtige werkelijkheid. En hoewel het verhaal zich wel leent voor een soort psycho-analytische betekenis, blijft alles mysterieus. De vrouw zonder gezicht; haar masker; de asperges; het theater; ze zijn allemaal metaforisch, maar niet op een platte manier. Veel meer kan ik niet vertellen over het verhaal, want dat is er vooral om te ondergaan. Alsof je onder invloed van LSD naar een Droste blik staart...




Pitt heeft zich, in tegenstelling tot Lynch, na Asparagus lange tijd teruggetrokken uit het maken van films. Tot 1995 is ze vooral bezig geweest met installaties, decors en andere tussenvormen van film. Onder invloed van de 'Expanded Cinema' beweging (die performance kunst en film combineert) richte ze haar aandacht weer op de kunstwereld, in de hoop haar beelden nog meer vrijheid te geven in hun vorm. Ook haar schilderijen heeft ze nooit verlaten (en meerdere malen geëxposeerd, waaronder in het Stedelijk Museum.) Toch moeten we blij zijn dat ze het animeren weer heeft opgepakt met Joy Street (1995) en onlangs met El Doctor in 2006. Ondanks dat ze steeds meer in de richting van traditionele cartoons bewegen -in Joy Street is deze cartoon-heid nog onderdeel van een groter artistieker geheel, maar El Doctor neigt wel heel erg naar een 'televisie' stijl- hebben haar animaties een geheel eigen plek in het genre. Pitt heeft bewezen dat animatie inderdaad kunst kan zijn en niet alleen maar kunstzinnig.

Geen opmerkingen: