26 feb. 2008

The Straight Story (David Lynch, 1999)

Niks aan deze film doet vermoeden dat de regisseur erachter verantwoordelijk is voor een collectie nachtmerrie-achtige, absurde en schizofrene films die hun publiek weten te verdelen. Sterker nog; Lynch is erin geslaagd een film te maken die niet 'Lynchiaans' is. De titel van de film slaat daarom niet alleen op de hoofdpersoon (Richard Farnsworth speelt Alvin Straight), maar vooral op de plek van de film in Lynch's oeuvre. Het verhaal is verfrissend recht-toe-recht-aan, nergens komt opeens een dwerg uit de korenvelden aanzetten en zelfs als je zoiets verwacht -de magistrale openingsscène, de vrouw die herten aanrijdt- weet Lynch zich gedisciplineerd in te houden. Bijna alsof het typische 'Americana' gevoel dat Lynch altijd van een zeer grimmige ondertoon wist te voorzien, zich eindelijk in al zijn warmte en goedheid aan hem openbaarde.




Het waren donkere jaren voor Lynch; na het succes van zijn anti-soap Twin Peaks, lukte het Lynch niet meer zijn ideeën te slijten aan zowel het publiek als de studio's. Zijn film Twin Peaks: Fire Walk With Me leek een bittere verwerking van het gedwongen stopzetten van de gelijknamige serie en werd als zodanig ontvangen, twee series (On the Air en Hotel Room) kwamen niet verder dan een pilot en Lost Highway werd gezien als een overdadige wandeling over de gebaande paden: onbegrijpelijk met veel stijl en weinig inhoud, was de algemene consensus. In andere woorden: Lynch was uit. Gelukkig is Lynch een meester in de meditatie en bedacht hij zich dat het alleen maar beter kon worden vanuit deze onverwachte en diepe put.

Het is dus misschien helemaal niet gek dat hij een 'straight story' wilde maken. Je zou zelfs vermoeden dat Lynch zijn bron aan 'Americana-horror' helemaal had uitgeput met Lost Highway en hij zijn stuur rigoureus omgooide om op een landweggetje te vervolgen. (Gezien zijn films daarna lijkt het er zelfs op dat hij nu inderdaad een andere wereld aan het villen is: die van Hollywood.) Het is ook de enige film die Lynch niet zelf schreef: het verhaal, gebaseerd op een waargebeurd verhaal, is van de hand van de moeder van één van zijn kinderen en vaste editor/producent, Mary Sweeney.

Alvin Straight, een oude man uit Iowa met een slechte heup en slechte ogen, hoort dat zijn broer Lyle, met wie hij in geen tien jaar heeft gesproken, een hart stilstand heeft gehad. Zijn dochter, Rose (Sissy Spacek) is niet bijster slim en kan ook geen auto besturen. Dus besluit Alvin dat hij zijn broer moet opzoeken, dan maar op zijn oude grasmaaier die voor tractor door kan gaan. Dus tuft Meneer Straight rustig door de prachtige, geconserveerde platteland van Amerika. Bijna alles is oud en langzaam in deze film. Maar nooit saai, dat kan ook bijna niet met een regisseur die op zijn vrije dagen dooie muizen in zijn schilderijen verwerkt. Lynch bewijst boven alles met The Straight Story dat hij meer dan een kundig filmmaker is en zeker niet iemand wiens werk bestaat bij de gratie van ingewikkelde verhaallijnen en shock-momenten.




Het tempo, de kadrering, de acteurs: alles ademt controle en gevoel. Een hoed die afwaait heeft de intensiteit van een ontploffing, een aanrijding met een hert is als een botsing uit een achtervolgingsscène. Het is een holistische road-movie, een simpele meditatie over leven en dood. Zelfs de verwachtingen van de uiteindelijke ontmoeting worden ingelost. Toch zit er een donker randje aan deze film: Farnsworth, die tijdens de film al aan botkanker leed en als oudste acteur een Oscar-nominatie ontving, maakte kort na de film een einde aan zijn eigen leven. Alsof de film zijn laatste woord was, een boodschap om over te dragen aan zijn kleinkinderen. Je zou bijna wensen dat David Lynch vaker zijn zachte kant zou tentoonstellen.

Geen opmerkingen: