20 feb. 2008

The Squid and the Whale (Noah Baumbach, 2005)

Noah Baumbach is geen naam die je vaak hoort. En zeker niet in Nederland. De meeste mensen zullen misschien een klein belletje horen rinkelen als je vermeldt dat hij de schrijver is van The Life Aquatic with Steve Zissou, een film van zelf benoemd wunderkind Wes Anderson. Anderson staat bekend als één van de grootste uitdragers van de 'nieuwe' indepent cinema in Amerika. Samen met regisseurs als David O. Russell, Spike Jonze, Paul Thomas Anderson en Alexander Payne staan ze, voor wat de critici in Amerika noemen, een nieuwe garde. Allemaal begonnen in de jaren negentig en allemaal refereren ze naar die goeie oude jaren zeventig; een periode waarin een nationale industrie alleen maar bijzondere films leek te produceren. Een periode die Hollywood maar al te graag (dunnetjes) over zou willen doen.



En dat is eigenlijk ook wat er grotendeels gebeurt: indies -zoals Amerika zijn zogenaamde onafhankelijke films noemt- zijn inmiddels een industrie op zich geworden. Het is bijna tot formule verworden: excentrieke karakters, 'coming-of-age'-achtige verhalen, popmuziek, semi-intellectuele verwijzingen en een beetje bizar. Gegarandeerd succes op festivals, erkenning van de critici en vaak grote publiekstrekkers. En begrijpelijk: in het kapitalistische film-klimaat is originaliteit ver te zoeken en dit soort films lijken tegenwicht te bieden. Lijken. Want wat je niet moet vergeten is dat deze indies, -geïnspireerd door de 'counter-culture' houding van filmmakers uit de jaren zeventig als Hal Ashby, Mike Nichols, Bob Rafelson en John Cassavetes- alles behalve independent zijn: de studio's nemen maar al te graag dit soort films in productie, bemoeien zich ermee en verdienen er veel geld (en status) mee. Met als resultaat films zoals Little Miss Sunshine, Garden State, Sideways en I ♥ Huckabees. Films die net iets te gretig origineel willen zijn.

Gelukkig zijn er, natuurlijk, ook makers die werkelijk iets origineels hebben te vertellen. Noah Baumbach is er één van. Zijn debuut, Kicking and Screaming uit 1995 heeft nog steeds niet de bekendheid die het verdient, maar is wel uit als onderdeel van de begeerde Criterion Collection. Zeven jaar na zijn laatste film, Mr. Jealousy, een kleine en ondergewaardeerde komedie kwam hij met The Squid and the Whale. Als een nog zwartgalligerige Woody Allen toont Baumbach de gevolgen van een echt-scheiding op een gegoed gezin in de jaren tachtig in Brooklyn. De Berkmans; vader Bernard (Jeff Daniels), moeder Joan (Laura Linney) en hun tiener-zoons Frank en Walt (Owen Kline en Jesse Eisenberg), worden allemaal slachtoffer van deze breuk. Net als in de film waren Baumbachs ouders schrijvers, en ook zijn ouders gingen uit elkaar toen hij nog een tiener was. Alles wijst op een autobiografie. Met veel muziek, losse camera voering en een uitstekend gevoel voor detail zet Baumbach het hele gezin uiteen in wat je eigenlijk een zwarte komedie zou kunnen noemen.



Dat lukt hem bijna; tegenover de scherpe en dubbelzinnige rol van Jeff Daniels staat het te weinig uitgewerkte karakter van moeder Linney. Dit is dan ook het enige wat valt aan te merken op de film. Het gezin wordt zo sterkt vertolkt door alle acteurs -met Jeff Daniels in misschien wel zijn beste rol- dat je nooit twijfelt aan de bizarre authenticiteit van de situatie. De door ijdelheid gepijnigde schrijver geeft de meest slechte adviezen aan zijn zoons en gedraagt zich als een snibbige en bronstige beer. De twee zoons verliezen zichzelf ook op hilarische en pijnlijke wijze. Het knappe is dat de film, ondanks zijn komische en soms afstandelijke manier van vertellen, nooit de emotie uit oog verliest. Of Baumbach nou werkelijk een autobiografie neerzet of de helft uit zijn duim zuigt is niet belangrijk. Hij geeft de karakters zo'n psychologische diepte in hun op hol geslagen gedrag, dat je soms niet weet of je moet lachen of huilen.

Vaak wordt Baumbach vergelijken met collaborateur en collega Wes Anderson, als ware hij zijn kleine broertje. Deze film leent zich bijzonder goed als vergelijkingsmateriaal met zijn film The Royal Tenenbaums, ook over een uiteengevallen gezin. Maar waar Anderson blijft steken in een excentrieke stijl en de nadruk vooral aan de oppervlakte legt, weet Baumbach wel door te dringen in het excentrieke gedrag van de bewoners van zijn films. Zijn karakters voelen echt en weten op hun eigen, absurde manier duidelijk te maken hoeveel je kan verliezen als je eigenlijk niets te verliezen hebt. Of zoals Baumbach zelf zegt: "Ik ben opgevoed om kritisch en erudiet te zijn, het was heel moeilijk dat los te laten. Mijn rebellie zit in de nadruk op emotie, ik wil dat mensen mijn films voelen, in plaats van er over na te denken."

Geen opmerkingen: