20 feb. 2008

Jurassic Park (Steven Spielberg, 1993)

Je hoeft er niet lang over te discussiëren of Jurassic Park een goede film is. Tenzij je met een dertienjarig jongetje praat. Die discussie win je niet. En ergens heeft dat jongetje gelijk: het is wél een goede film, misschien zelfs zijn lievelingsfilm. Steven Spielberg is op zijn best als het jongentje in hem een film maakt, maar zoals alle jongentjes is ook hij gevoelig voor de reacties van zijn vriendjes. Daar waar hij in het begin van zijn carrière (Duel, Sugarland Express, Jaws, Close Encounters) vooral zelf met open mond aan het werk ging, markeert JP een omslag in zijn manier van werken; Steven denkt te veel aan wat zijn vriendjes (het publiek) ervan vinden. Verwondering heeft plaatsgemaakt voor entertainment. En dat is jammer, want hoewel de twee wetenschappers (gespeeld door Sam Neill en Laura Dern) letterlijk hun onderkaak laten vallen bij het aanschouwen van een enorme Brachiosaurus, ligt de nadruk meer op luidruchtige actie dan op verwondering. Niet dat het veel afbreuk aan de film doet, Spielberg vult de film met een handvol meesterlijke scènes.





Spielberg staat bekend om zijn gestroomlijnde productiviteit (War of the Worlds duurde van begin tot eind zes maanden!) en wist naast JP ook Schindler's List in één jaar te maken. Het is aan de film af te zien. Karakters zijn niet echt uitgewerkt en fungeren meer als schetsmatig, karikaturaal aas voor de prehistorische bewoners van het park. Het script is (hoe postmodern) letterlijk als een attractie-park geschreven; het is continue onderweg naar de volgende 'set-piece'. Wat er tussen zit is niet echt belangrijk, als het maar door blijft rijden. Voor de rest hoef ik het verhaal niet uit leggen, of toch: rijke excentriekeling John Hammond (Sir Richard Attenborough) heeft op basis van geavanceerde DNA reproductie een attractie-park met levende dinosauriërs ontworpen en nodigt wetenschappers uit om het goed te keuren. De man verantwoordelijk voor de beveiliging (10.000 volt!) ruikt geld, drukt op een paar toetsen van zijn computer en opent de hekken. Nu kunnen de dino's gaan en staan waar ze willen. En ze willen achter een prooi aan.

Spielberg wordt vaak (terecht) beschuldigd als een van de personen verantwoordelijk voor het huidige blockbuster-klimaat in Hollywood. Een gigantisch apparaat dat met behulp van marketing, special effects en bakken met geld al hun aandacht concentreert op een handjevol groots uitgevoerde B-films in de zomer en de winter. Met Jaws (en Star Wars van George Lucas) hadden de studio's eindelijk weer door hoe ze gegarandeerd geld konden maken: met een franchise. Het gaat niet alleen om de film, maar om alle vormen waar je de inhoud nog meer in kan verpakken en verkopen. En eindeloos opnieuw kan brengen in de vorm van vervolgen. Gek (of geniaal) genoeg, wist Spielberg deze traditie opnieuw uit te vinden. Met behulp van het arsenaal computernerds van ILM (Industrial Light and Magic) wist hij iedereen te overtuigen van de capaciteiten van 'het computer effect'.





En dat is ook de enige reden waarom JP zo goed werkt. Na aanvankelijk de dino's met stop-motion animatie te willen realiseren, kwam Spielberg erachter dat een paar van de nerds stiekem een computer-test hadden gedaan om hem meer opties te geven. Schijnbaar moest Spielberg een traan laten bij het aanschouwen van deze test. Wonder-animator Phil Tippett (één van de meesters achter de effecten van Star Wars) was radeloos, na maanden animeren was hij opeens overbodig. Maar in plaats van ergens anders aan de slag te gaan combineerde hij traditionele animatie met CG: in plaats van een muis, ontwierp hij beweegbare dinosaurus-poppen om de computer van input te voorzien (een techniek die hij nog een keer inzette voor Starship Troopers). De praktische noodzaak alles wat voor handen lag, in te zetten om de dino's te realiseren heeft ervoor gezorgd dat deze computerbeesten nog steeds zo overtuigend zijn. Veel overtuigender dan wat je nu, meer dan tien jaar later, kan aanschouwen in het door kindertelevisie ingegeven aanbod in de bioscoop.

Net zoals Hammond alle technieken combineerde om zijn monsterlijke attractie tot stand te brengen, heeft ook Spielberg een monster gecreëerd. En net als de beveilingsman achter de computer, heeft Hollywood het geld geroken en alle hekken geopend. We mogen niet meer verwonderd van een afstand bang worden van wat we net niet zien of horen, nee, de Tyrannosaurus dendert achter onze jeep aan: brullend, happend en stampend. Maar wat was dat toch leuk en fantastisch de eerste keer.

Geen opmerkingen: