25 feb. 2008

The Incredible Shrinking Man (Jack Arnold, 1957)

The Incredible Shrinking Man. Inderdaad, dat klinkt heel flauw en heel 'B'. Maar fijnproevers weten beter. Het onwaarschijnlijke verhaal van een man, meneer Grant Williams (Scott Carey), die door radio-actieve straling elke dag krimpt tot hij in het poppenhuis past, wordt met zoveel ernst en vakmanschap neergezet, dat je het gelooft. Sterker nog: de bijna filosofische ondertoon weet zelf de meest sceptische 'B-classic-hater' te overtuigen van de zogenaamde waarde die deze films vertegenwoordigen in de filmgeschiedenis. Grote woorden voor een shrinking man.




Regisseur Jack Arnold kwam eigenlijk uit de documentaire-hoek, maar stond na een paar films vooral bekend als de science fiction/fantasy man van de Universal studios in de jaren vijftig. Na It Came From Outer Space (1953) en Creature From The Black Lagoon (1955) was Arnold de vaste keus al ze iemand nodig hadden om een pulpig verhaal, met teveel woorden en een uitroepteken in de titel, te verfilmen. En ondanks aanvankelijke tegenzin besloot Arnold deze baan met waarde en plezier uit te dragen. "Ze lieten me tenminste met rust. Niemand was toentertijd een expert in het maken van sci-fi films, dus deed ik net alsof ik dat wel was. Dat was ik niet natuurlijk, maar dat wist de studio niet, dus spraken ze me nooit tegen." Op deze manier wist Arnold zijn naam als één van de beste sci-fi regisseurs van de jaren vijftig hoog te houden en niet alleen kwalitatief maar ook budgetair het 'B'-label te ontstijgen. Met zijn nadruk op sfeer, goede fotografie en special effects heeft hij films gemaakt die hun tijd ver vooruit waren.

Naarmate hoofdpersoon Grant kleiner wordt, verandert de aard van zijn problemen en overpeinzingen. Eerst bezwijkt hij onder de aandacht van de media en het verlies van zijn mannelijkheid (zijn vrouw torent letterlijk boven hem uit), maar als eenmaal blijkt dat zijn ziekte, gediagnosticeerd als 'anti-kanker' niet te remmen is, worden zijn gedachten existentieel. Het naturalistische gebruik van de voice-over geven de alledaagse sets iets depressiefs, iets unheimisch. Al snel is het per ongeluk binnenkomen van een straat kat een gebeurtenis met extreme consequenties. Het inzoomen op deze herkenbare omgeving is iets wat nog steeds gedaan wordt in films, maar zelden halen ze het niveau van The Incredible Shrinking Man.




Dit komt mede door het slimme script (en boek) van Richard Matheson, op zichzelf een sci-fi legende: vaste schrijver bij The Twilight Zone en schrijver van I Am Legend; dit boek wordt over het algemeen beschouwd als één van de meest invloedrijke vampier verhalen van de twintigste eeuw. Momenteel kunnen we de vierde verfilming van dit verhaal, over de laatste man op aarde in zijn gevecht tegen bloeddorstige nachtelijke wezens in de bioscoop zien, met Will Smith in de hoofdrol. Dezelfde eenzaamheid (nee, niet van Will Smith) is terug te vinden bij Grant. Allereerst gefrustreerd en verbitterd door zijn onvermogen, richt hij zijn woede op zijn vrouw Louise (Randy Stewart), die hem ondanks haar eigen strijd trouw bijstaat. Grant wordt al snel heel klein en raakt steeds meer vervreemd van zijn omgeving tot bijna niemand hem nog kan zien. Voor dood achtergelaten, voert hij in de kelder van zijn eigen huis een meesterlijk gefilmde strijd tegen een spin. De fotografie, de (voor die tijd) overtreffelijke effecten, de nadruk op muziek en camera, alles werkt mee in deze film. Het is allemaal net alsof je je exact kan voorstellen hoe het is om tot deze onmogelijke grootte te zijn gereduceerd. Hoe kleiner Grant wordt, hoe groter de kracht van de film. Tot dat.. Tot dat.. Tot dat.. Tot dat.. Tot dat.. Tot dat..

Geen opmerkingen: