20 feb. 2008

Evil Dead II (Sam Raimi, 1987)

Net zoals oude zwart-wit films alleen lijken voorbehouden aan de zogenaamde 'connaisseurs', heeft horror de naam alleen nerds en geeks te plezieren. Bij het horen van namen voor sub-genres als: 'splatter', 'slasher' of 'giallo', doemt vooral het beeld op van puberende jongens die stoned nachten doorhalen, slurpend aan hun cola, naarstig op zoek naar rondborstige actrices, slijmerige monsters en splijtende hoofden. Hard bezig hun volgende kick te halen, duikelen ze bizarre, slecht-geacteerde, grotesk en goedkoop vormgegeven horror films op, om vervolgens tegen hun vrienden te pochen dat ze weer een hele slechte film hebben gezien. Het stereo-type klopt grotendeels. Veel films bevinden zich vooral in de markt: laag budget, veel opbrengst. Sommige films uit deze commerciële traditie overstijgen de dubieuze oorsprong van het genre: The Texas Chainsaw Massacre is er één, Videodrome, Halloween en Braindead bijvoorbeeld ook, maar de Evil Dead Trilogie, en met name Evil Dead II is een film zonder goedkope reputatie.




Toegegeven: het heeft zijn naam niet mee, en het is ook nog eens deel twee van deze 'gemene dood', dus een korte introductie. Sam Raimi, nu vooral bekend als regisseur van de Spiderman-films, maakt al sinds jonge jaren filmpjes met vrienden, en dan het liefst slap-stick. The Three Stooges waren de grote helden van Raimi en zijn creatieve vriendenkring. Hij wil natuurlijk de stap naar Hollywood maken en Sam bedenkt zich dat het maken van een horror-film een goed(kop)e mogelijkheid is zichzelf in de schijnwerpers te manoeuvreren. Ze maken en financieren de korte horrorfilm Within the Woods in 1978, om geld binnen te halen voor wat uiteindelijk -in 1981- The Evil Dead zou worden. The Evil Dead is een succes, niet meteen in Amerika, maar wel in Europa en een na een tijdje is de film hét synoniem voor de low-budget horrorfilm. Raimi denkt een deur te hebben geopend en stort zich op Crimewave, een hyperactieve combinatie tussen detective en comedy, in samenwerking met de gebroeders Coen. De film flopt genadeloos en het lucratieve idee voor een vervolg op The Evil Dead wordt bittere noodzaak.

Tegen wil en dank belandt Raimi in het horrorgenre, nota bene Stephen King zorgt ervoor dat hij zijn film bij de roemruchte producent/gigant Dino De Laurentiis kan realiseren. Ondanks dat Raimi aanvankelijk grotere plannen heeft voor het vervolg -hoofdfiguur Ash stapt door een portaal naar de Middeleeuwen, te zien in deel drie: Army of Darkness- moet hij het doen met een laag budget. Hij neemt deze taak waardig op zich, dan maar weer klein. Klein, grappig en absurd. Het vervloekte boshutje uit deel één vormt weer het decor. En ook het verhaal wordt grotendeels ge-recycled: groep jonge mensen gaat naar boshut, vinden boek met spreuken, roepen kwade geesten op en binnen korte tijd staat alleen nog held Ash (Bruce Campbell) overeind om de helse krachten te bevechten. Maar deze rare hybride van sequel en remake voelt totaal niet tweedehands.




Bruce Campbell is een man met een kin en een mimiek waar Jim Carrey jaloers op zou moeten zijn. De cult-status van deze acteur berust eigenlijk alleen op de Evil Dead films en terecht: hoe hysterischer en kwaadaardiger de horror, hoe fabelachtiger zijn gezicht. Campbell -vaste acteur uit de eerdergenoemde vriendenkring- weet de waanzin zo te verbeelden dat het direct op je lachspieren slaat. Campbell draagt de serie films; hij is een soort anker voor de dwaze ideeën. Raimi hanteert in Evil Dead II een camera-voering die lange tijd ongeëvenaard was in snelheid, inventiviteit en hilariteit. Juist het 're-maken' van het origineel resulteert het in een perfectionistische creativiteit . Je proeft continue de lol en de drang tot experiment, maar ook maakt Raimi op een originele manier de ruimtelijkheid van de benauwde boshut tastbaar. Kunstenaar Matthew Barney zegt hier veel inspiratie opgedaan te hebben.

Waar Raimi zijn inspiratie vandaan haalt is duidelijk, de geschiedenis van de slap-stick trekt zich voorbij in de carnaval-achtige vermomming van een hysterisch en bloederig monster. De eerste helft van de film heeft een flair, energie en een manische genialiteit die nog steeds onovertroffen is. Zowel binnen als buiten het genre. De tweede helft is vermakelijk, maar haalt niet hetzelfde niveau. Als je je scrupules opzij kan zetten en steeds bedenkt dat je straks in de 'making of' rubberen monsters, lachende medewerkers en liters ketchup zal zien, is dit één van de leukste horror-films ooit gemaakt. Als je het serieus neemt, heb je kans zelf gek te worden en vervolgens je op hol geslagen hand er af te zagen. Kies maar.

Geen opmerkingen: