19 feb. 2008

Adam's Apples {Adams æpler} (Anders Thomas Jensen, 2005)

Adam's Apples is een eigentijdse bewerking van een verhaal uit de bijbel, het boek van Job. Voor degenen die hun bijbelkennis even niet paraat hebben, het verhaal gaat als volgt: Job is een rijk en gelukkig man met veel kinderen. Om zijn geloof te testen staat God toe dat Satan hem dingen ontneemt. De Duivel is namelijk wel geïnteresseerd in een dergelijk experiment. Ondanks zijn pijnlijke pech blijft Job in het goede geloven, zelfs als hij lichamelijk wordt getroffen door de duivelse grappen. Zijn vrouw en drie vrienden zijn allemaal overtuigd dat Job zijn geloof moet opgeven. Job volhardt en God beloont: Job krijgt uiteindelijk twee keer zoveel rijkdom en kinderen. Eind goed, al goed. (Saillant detail: de bijbel blijft ambigu over de exacte rol van Satan.)


Denen staan bekend om hun inkt-zwarte humor, met regisseurs als Lars von Trier, Thomas Vinterberg en Lone Scherfig om deze stelling kracht bij te zetten. Vaak behandelen ze gevoelige onderwerpen met zo'n sarcastische ondertoon dat het een Engelsman zou doen blozen. Thomas Anders Jensen lijkt er in het bijzonder een duivels plezier in te scheppen de hoofdpersonen in zijn verhalen te beproeven. Naast regisseur is Jensen ook één van de voornaamste scriptschrijvers van Denemarken. In films naar zijn scripts als Mifune's Last Song, Wilbur Wants To Kill Himself en After the Wedding worden de karakters op bijna ongeloofwaardige wijze geplaagd door pijnlijke verliezen en ongelukken, vaak gefilmd in de Dogma stijl. Alhoewel ze daardoor iets weg hebben van soaps, is het de humane en rauwe boodschap in die verhalen, die ze desondanks zo krachtig maakt.

Als regisseur heeft Jensen een duidelijke voorliefde voor het magisch realisme, met een nadruk op de schilderachtige beelden-taal; dus geen los camera-werk, maar zorgvuldig uitgelichte composities. De nadruk ligt ook meer op het absurde dan op het dramatische. In zijn laatste film, Adam's Apples lijkt hij een fragiele balans tussen harde, onderkoelde humor en een sprookjesachtige vertelling te hebben gevonden. Vooral met dank aan de bezetting; tegen hun stereotype in spelen Mads Mikkelsen (vaak een bad guy, recentelijk in Casino Royale) en Ulrich Thomsen (de gevoelige zoon in Festen) respectievelijk een naïeve, optimistische priester (de eigentijdse Job) en een ongeïnteresseerde, kille neonazi. Priester Ivan ziet alleen goeds, zelfs bij de meest verschrikkelijke gebeurtenissen. Neonazi Adam, veroordeeld de priester te gehoorzamen, gelooft in niks. De rest van de cast draagt hun komische steentje bij, met Ali Kazim als hilarisch hoogtepunt als de -in vooroordelen gedrenkte- 'Arabier'. Maar dat deze parabel over geloof ondanks de stereotypen, bekende Deense export-acteurs en overduidelijke symboliek zo knap zijn evenwicht weet te houden is net zo wonderlijk als de goddelijke ingrepen uit het verhaal.


Het is vaak zo dat films met ingrediënten die er op papier uit zien alsof ze bij elkaar een verfrissend geheel zouden moeten vormen, deze belofte niet lang vast kunnen houden. Ze verzanden vaak in een gerecht waar één smaak gaat overheersen of besluiten op het laatst dat er toch nog een sausje overheen gaat. Jensen slaagt erin je consistent te verassen, soms op zo'n manier dat je even twijfelt aan je reactie. Zoals wanneer Adam een portret van Hitler aan de muur hangt, maar dan wel 'het zigeunerjongetje' onder de Hitler-portretten, of Ivan en zijn blinde ontkenning van de conditie van zijn gehandicapte zoon. Het is beter te lachen om de streken van de Duivel dan te jammeren over het onrecht dat God je aandoet, lijkt Jensen te willen zeggen. Dat we meer sympathie hebben voor de amorele neonazi dan de eeuwig optimistische priester is een mooie uitvinding van deze sprookjesachtige bewerking. Een sprookje met onder het cynische vernis een hart op de juiste plaats: links van de allegorie en rechts van de clichés. Je zou het bijna een spirituele film noemen. Bijna.

Geen opmerkingen: