9 dec. 2008

Aanrader: Oorlogswinter

Oorlogswinter komt akelig dicht in de buurt van een meesterwerk. Beter dan Zwartboek, en ik durf zelfs te zeggen: beter dan Soldaat van Oranje. Intiem, meeslepend, ontroerend en bijzonder spannend. Het lijkt erop dat regisseur Martin Koolhoven nu toch eindelijk het stokje van maestro Paul Verhoeven heeft overgenomen. Het eigenzinnige, donkere sfeertje van zijn oude werk (Suzy Q, De Grot, Het Zuiden) is duidelijk terug te vinden en zijn overstap naar het populistische genre (Knetter, Het Schnitzelparadijs) lijkt simpelweg voorwerk voor een film als Oorlogswinter. Er wordt prachtig geacteerd (met Yorick van Wageningen en nieuwkomer Martijn Lakemeier als absolute uitblinkers), ingetogen gefilmd en de grootse scènes worden niet geschuwd. Waar Verhoeven je alles op fantastische wijze door de strot ramt, laat Koolhoven je soepeltjes de geheimzinnige sfeer en intriges indrinken. Op indringende wijze toont hij een oorlog waar niemand elkaar kan vertrouwen; waar de Duitsers niet het enige gevaar waren, zonder het gevoel voor intimiteit en emotie uit het oog te verliezen. Gedurfd, typisch Nederlands en groots. Deze film zuigt je op. Meesterlijk. Hulde aan Koolhoven!





6 dec. 2008

Bizar rumoer Alien 5

Niemand had ooit nog durven dromen dat de originele Alien films nog een staartje anders dan de bloedeloze Alien vs. Predator serie zouden krijgen, maar bij MTV gaan andere verhalen. De wandelgangen fluisterden al jaren stiekem over een eventuele comeback van Lt. Ripley (Sigourney Weaver) en Alien regisseur Ridley Scott. Nu heeft Weaver in een interview met MTV wat meer los gelaten.




van MTV:

...

But wait, there is hope! When I chatted with Sigourney Weaver the other day (check out her take on the “Ghostbusters” sequel here), the actress definitely seemed to still have plans for her iconic alter-ego. “There’s definitely uncharted territory for Ripley,” she promised.

However Weaver wondered if the alien itself can and should factor into another film after the exposure its gotten in two “AVP” films. She asked aloud “whether there’s unchartered territory for a creature who’s become somewhat debased by this computer generated thing. I haven’t seen ["Alien Vs. Predator"] but I just think if you overexpose the creature, that’s a mistake.”

Weaver confirmed that she and Scott have discussed re-teaming for a fifth film, “Both of us feel a kind of commitment to that woman. He’s as much responsible for who she is as I am.” Then as she opined on the way the alien creature had been ruined in the recent films, Weaver’s comments got especially interesting.

“We’d have to go back to the drawing board on [the alien],” she said. “Ridley said that right away when we first talked about [a fifth film].”

And finally, the quote that’s gotten me mighty curious, “What we’re interested in is taking the character of Ripley and seeing what other science fiction story we can tell about someone who has lived several lives.”

...

Nu zit ik persoonlijk niet echt meer te wachten op een nieuwe film van Ridley Scott, maar als hij Alien wil aanpakken ben ik er helemaal voor het totaal om te gooien. Daarnaast is Lt. Ripley een ontzettend goed karakter wat inderdaad vraagt om uitbuiting -zie: de vrij eigenzinnige Aliens strips van uitgever Dark Horse. Misschien zal dit rumoer zich binnenkort scharen in het rijtje van niet-gemaakte-maar-intrigerende-films, zoals de houten planeet in Alien 3 van regisseur Vincent Ward en dino's met geweren in Jurassic Park 4 van regisseur/scriptschrijver John Sayles. Tot die tijd blijft het een bungelende wortel voor de neuzen van alle Alien aanbidders.


23 nov. 2008

Return to Oz (Walter Murch, 1985)

Return to Oz -de titel zegt het al- is een vervolg op The Wizard of Oz. Voor velen is dat een film, maar voor de meeste Amerikanen uit het begin van de vorige eeuw is een Oz een boek. Een franchise 'avant la lettre': het succes van de eerste, The Wonderful Wizard of Oz uit 1900, was zo groot dat na 15 delen en zelfs nadat schrijver L. Frank Baum overleed de vraag niet ophield. Voordat 'de' Wizard of Oz uitkwam waren er al negen verfilmingen gemaakt en in feite is de film met Judy Garland die iedereen kent dus een remake. Gek genoeg lijkt Return grotendeels vergeten -of verdrongen. Return to Oz is dan ook niet zomaar een vervolg; naast officieel recordhouder langste tijd tussen origineel en sequel -46 jaar- is de film een voorbode voor een trend die af en toe zijn rare hoofd boven water steekt: een combinatie tussen 'sequel' en 'reinterpretation' (zie: The Incredible Hulk, een film die maar niet kan besluiten of het een vervolg is of een 'franchise reboot'). Een semi-sequel, bij gebrek aan een beter woord. Return to Oz is duidelijk in zijn intentie; deze film wil -en kan- niet vergeleken worden met de geliefde voorganger en zet bijna direct een andere toon dan de luchtige musical uit 1939. Een donkere toon.

Dat Dorothy (een jonge Faruiza Balk in haar eerste film) weer veilig terug is in Kansas na haar avontuur in Oz, bij oom Henry en tante Em, weet inmiddels iedereen. Maar dat Dorothy, zes maanden na de tornado, niet meer kan slapen en haar vrienden in Oz niet los kan laten, had niemand echt verwacht. Oom en tante zijn bezorgd en besluiten Dorothy naar een nieuwe wonderdokter te sturen, die werkt met elektriciteit; zogenaamde electro-shocktherapie. Gelukkig weet Dorothy net op tijd te ontsnappen aan de ijzige zuster (Jean Marsh) en de niet-te-vertrouwen dokter (Nicol Williamson); net als ze haar willen onderwerpen aan deze nieuwe behandeling slaat de bliksem in en weet een mysterieus blond meisje haar te bevrijden. Ze springen in het water, op de hielen gezeten door de zuster en niet veel later wordt Dorothy -samen met haar kip, Billina- wakker in de Deadly Desert in het land van Oz. Als Dorothy op zoek gaat naar haar vrienden is het eens zo kleurrijke Oz veranderd in een ruïne en alle inwoners zijn van steen. De Yellow Brick Road is niet meer wat het was en Toto is thuis gebleven. Samen met nieuwe vrienden Tik-Tok (een soort primaire android) en Jack Pumpkinhead (inderdaad: een Halloween hoofd) gaan ze op zoek naar de ex-koning van Oz: de Scarecrow. Allereerst moeten ze langs bij koningin Mombi (een dubbelrol van Marsh); een vrouw die haar hoofd kan verwisselen.




De film barst van het avontuur, inventieve plotwendingen en memorabele karakters, zoals een werkelijk sprookje betaamt, maar de boventoon is die van horror. De Nome King (dubbelrol van Williamson) met zijn geanimeerde, sluikse onderdanen; de Wheelers, hyena-achtige, gillende wezens op vier wielen; Mombi en haar collectie hoofden, die gillen als Dorothy ze per ongeluk wakker maakt; sommige scènes zijn werkelijk nachtmerrie-verwekkend. Feitelijk is de film getrouwer aan zijn bronmateriaal dan zijn illustere voorganger. Schrijver Baum heeft altijd hooggehouden dat hij een Amerikaans equivalent van de Europese sprookjes wilde neerzetten; Grimm zonder het geweldadige, Andersen zonder de romantiek. Ondanks het voortdurende succes van de Oz-boeken was de film een genadeloze flop, gedoemd te verliezen in een vergelijking met de suikerzoete klassieker.

Return to Oz was de eerste en laatste film in de carrière van Walter Murch, de regisseur. Een carrière als geluidsman en editor wel te verstaan, en niet zo maar eentje: American Graffiti, Apocalypse Now, The Conversation, The Godfather en The English Patient, om er maar een paar te noemen. Murch dacht dat de tijd wel rijp was voor een andere draai -een andere kant- aan het verhaal, maar helaas dachten het publiek en de critici er anders over. Gek genoeg valt hem niks te verwijten; alles is formidabel ontworpen, met fantastische special effects van de Jim Henson Creature shop en 'claymation' guru Will Vinton. De film lijkt in niks -behalve de 'Ruby Slippers'- op de musical en zou deze dus ook niet moeten bijten. Thematisch is de film veel gelaagder,veel dieper dan de 'iedereen bezit stiekem al dat wat hij verlangt' moraal van de Technicolor droom. Dit is een nachtmerrie, maar één met therapeutische bedoelingen. Dorothy moet leren haar fantasie los te laten en deze in zijn eigen realiteit te plaatsen, op eigen waarde te schatten.




Deze donkere Disney film komt uit 1985, een jaar waarin de studio nog een andere, opmerkelijke film uitbracht: The Black Cauldron (Taran en de Toverketel). Opmerkelijk, omdat ook deze 'Disney Classic' een duistere, zelfs bloederige toon heeft. In de verdwaalde jaren na de dood van Walt Disney werd het regime van de studio zo vaak verwisseld dat er soms -schrik!- nieuwe dingen werden uitgeprobeerd. Net voordat de Disney-formule opnieuw werd uitgevonden met de musical (The Little Mermaid, Lion King, etc.) was er nog even een poging de sprookjes van Disney inhoudelijk van een gewaagde, duistere kant te voorzien -terug naar de oorspronkelijke klassiekers- maar helaas kwam de overweldigende musical-tornado. Het was ook in deze periode dat Disney en Jim Henson overwogen samen te gaan, een deal die werd afgeblazen door de dood van Henson in 1990. In een alternatief universum hadden we nu grimmige, prachtig gemaakte sprookjesfilms van de grootste kinderfantasie-fabriek op aarde. Maar in de realiteit moeten we het doen met dit wonderlijke bastaardkind van deze twee grootheden, voor dood achtergelaten, dat misschien ooit nog wordt herontdekt door een nieuwsgierige Toto.


13 nov. 2008

Nieuw project Malick?

Acteur Jim Caviezel (JC uit The Passion of the Christ) vertelt in een interview met the Indepent over een nieuw project van regisseur Terrence Malick:

"Caviezel's old friend Malick (also a Catholic) is apparently planning to make a film of the Middle English poem, Gawain and the Green Knight. Gawain is a proud and virtuous knight tempted three times by a beautiful lady, the Green Knight an emissary from God who ultimately exposes the chinks in his armour. Caviezel may well have talked himself out of a job by the time Malick gets round to casting, but he'd make a perfect Gawain. He's so determined to be a saint, but what he always sounds is human."






Malick en de Middeleeuwen heeft de potentie iets zeer bijzonders te worden. Heer Gawein en de Groene Ridder -zoals het in het Nederlands heet- is een oud Engels gedicht uit de 14de eeuw. Gawain is de jongste uit het gezelsschap van Koning Arthur en moet het hoofd van de Groene Ridder afhakken.

Als dit allemaal door gaat is het pas klaar in 2015, hebben de geruchten. Meester production designer Jack Fisk is betrokken. Eerst maar eens de komende Malick, The Tree of Life afwachten.

9 nov. 2008

The Life and Death of Colonel Blimp (Powell and Pressburger, 1943)

Cinema, de collectieve kunstvorm. Cinema, de legering van alle kunstvormen. Cinema, de kunstvorm waarbij alle afzonderlijke delen samen veel meer zijn. Het zijn vaak deze overtrokken statements die mensen bezigen als ze proberen te duiden waarom ze van film houden. Je hoeft het zeker niet te onderschrijven om van goede films te kunnen genieten. Maar soms kan je het -heel voorzichtig- roepen als je, dronken van herinneringen aan goede films, heftig in discussie om tafel zit met gelijkgestemden. Het zijn vooral dit soort hyperbolen die cinefielen bijna verontwaardigd op je afvuren als blijkt dat je nog nooit van Powell and Pressburger hebt gehoord. Heel gek is dat niet, want als er één constante is in de carrière van deze Britse grootmacht, is het wel hun constante en harmonieuze drang tot samenwerken. Niet alleen werkten regisseur Michael Powell en (Hongaarse) scriptschrijver Emeric Pressburger ruim 17 jaar samen zonder duidelijke begrensde taakverdeling -al hun films droegen het opschrift: 'Written, Produced and Directed by Michael Powell and Emeric Pressburger'- ook wisten ze al hun medewerkers op enthousiaste manier te betrekken bij het maken van hun films. Het komt zelden voor dat twee 'nonbroeders' -dus geen Coens, Dardennes of Quays- zo lang en zo verstrengeld hun creaties tot stand brachten.




Gek genoeg zijn hun films altijd vrijwel direct herkenbaar, maar is het heel moeilijk te zeggen waarom je ze als zodanig herkent. Ze zijn sterk gestileerd, formeel, ambitieus, luchtig maar ook experimenteel, sprookjesachtig, politiek beladen, oprecht en... ontegenzeggelijk Brits. Niet voor een gat te vangen, dus. Het lijkt daardoor dat hun samenwerking bovenal een symbiotisch laboratorium was; voor de mogelijkheden van cinema; voor de relatie die cinema met zijn 'voorgangers' -sprookjes, literatuur, muziek en theater- heeft; als een reflectie op de aard van dit medium. Juist door het creeeren van hun eigen hechte film-familie, 'The Archers', kreeg hun unieke samenwerking al snel een bijna mythische status en bezorgde ze de gewenste onafhankelijkheid om hun experimenteerdrift voort te zetten. Als er iets eenduidigs naar voren komt uit hun films, is het de strijd tussen realiteit en fantasie. Hun eerste echte samenwerking, The Life and Death of Colonel Blimp, over de vriendschap tussen een Engelse en een Duitse militair tussen drie oorlogen door, laat al meteen de Sturm und Drang van de twee amicale makers zien. Maar het heeft lange tijd geduurd voordat iedereen dat heeft kunnen zien.

Kenmerkend voor hun bravoure is de verdekte, maar duidelijk te herkennen kritiek op de Britse manier van oorlogvoeren in Colonel Blimp -gemaakt terwijl de Tweede Wereldoorlog nog in volle gang was. Sterker nog: de hoofdpersoon, de Engelse militair Clive Wynne-Candy (Roger Livesey) -pompeus en zelfingenomen- deed opperbevelhebber Winston Churchill zo aan zichzelf denken, dat hij -bang voor een parodie- besloot een memo naar de produktie te sturen. Of ze de produktie wilden staken. Dit embargo weerhield Powell en Pressburger er niet van de film uit te brengen, maar de afkeuring van de Britse regering zorgde er wel voor dat het jaren duurde voordat de Britten met trots en verwondering naar Colonel Blimp keken -hetzij nog steeds in flink gesneden versie. De Amerikanen konden hem pas twee jaar later aanschouwen. Dat komt vooral door de kritiek op 'de Britse bevelhebber' in het algemeen maar ook door de uiterst sympathieke Duitse militair, Theo Kretschmar-Schuldorff (Anton Walbrook), die zijn vriend Wynne-Candy overklast in realistisch en nuchter denken.

Zoals vermeld is het moeilijk je vinger te leggen op de kern van het werk van Powell en Pressburger en dat gaat zeker op voor Colonel Blimp. Naast een historie van Britse militia in drie oorlogen (de Tweede Boerenoorlog, WO I en II), is het een verhaal over een onwaarschijnlijke vriendschap, een definitie van 'Britsheid' en een sprookje over liefde en broederschap. Het is deze gelaagdheid die van de film, ondanks dat hij net zo verouderd is als Candy aan het begin en eind van de film, een fascinerend en episch geheel maakt; een film die nog steeds buitengewoon charmant is en daarbij een ode aan de mogelijkheden van film.




De vriendschap in het verhaal geeft bijna het idee dat de makers elkaar de platonische liefde verklaren door dit te uiten in hun eerste gezamenlijke creatie. Het creatieve proces/filmmaken als een oorlog waarin je elkaar af en toe tegenkomt, advies geeft, ruzie maakt en verliefd wordt op hetzelfde meisje, keer op keer. Je probeert het meisje voor je te winnen, bang dat de ander er mee weg zal lopen. Alsof het meisje een metafoor is voor het idee/de film. Maar dan realiseer je je dat de verbroedering belangrijker is. Of zoals Michael Powell zelf hartverwarmend over Emeric Pressburger zei: "He knows what I am going to say even before I say it -maybe even before I have thought it- and that is very rare. You are lucky if you meet someone like that once in your lifetime."

21 okt. 2008

Chad VanGaalen



Soms loop je toevallig ergens tegenaan en soms is dat een wonder ontmoeting.
Animaties en muziek van Chad VanGaalen: wat een trippende combinatie.

Hij heeft een nieuwe CD en komt in November naar Nederland.
20.nov.2008 20:00
Vera w/ Women Groningen
21.nov.2008 20:00
Crossing Borders Festival Den Haag
22.nov.2008 20:00
Trix w/ Women Antwerp

19 okt. 2008

De Vliegende Hollander (Jos Stelling, 1995)

De film De Vliegende Hollander heeft eigenlijk weinig te doen met de sage De Vliegende Hollander. Het verhaal van een spookschip -met achter het roer de meest koppige kapitein ooit- wordt wel verteld, maar regisseur Jos Stelling geeft een hele andere draai aan deze legende. Een hele persoonlijke draai. Niet dat ik veel over het emotionele reilen en zeilen van Nederlands meest onderkende regisseur weet, maar deze film ademt overtuiging en drijvende bezieling. Het lijkt eigenlijk erg veel op Elckerlyc, die andere film van Stelling gebaseerd op een oeroud stukje Nederlands erfgoed. In die film zoekt de hoofdpersoon wraak naar aanleiding van de dood van zijn vrouw, op zoek naar macht en een manier om de dood te besturen wordt hij uiteindelijk krankzinnig. In De Vliegende Hollander speelt Stelling met een soortgelijke thematiek, weer een queeste, maar gelukkig is de maker nu een stuk ouder, milder en vooral: poëtischer. Ook al is het tempo en de richting van het verhaal soms onbegrijpelijk en blijven sommige motieven en thema's erg mistig, je kan niet ontkomen aan het gevoel dat deze film met bijzonder veel aandacht en liefde is gemaakt. Dit is geenszins een aanprijzing, dus laat ik het anders formuleren: De Vliegende Hollander is net geen documentaire uit de Middeleeuwen, alles aan deze film roept: Middeleeuwen! Niemand weet deze periode beter neer te zetten dan Jos Stelling -met op de tweede plaats: Terry Gilliam.



Het plot is niet ingewikkeld, maar toch lastig om na te vertellen: in de 16de eeuw, in Vlaanderen, vertelt een Italiaanse 'speelman' Campanelli een jonge Hollander -hij heet dus Hollander- over zijn vader; de Vliegende Hollander -dat de twee elkaar kennen hebben we in de proloog gezien- terwijl deze lijfeigene (soort horige of slaaf) altijd gehoord heeft gekregen dat hij geen vader heeft. De fantastische verhalen van Campanelli (met veel plezier door Italiaanse grootheid Nino Manfredi gespeeld) zijn genoeg aanleiding om zijn verplichtigingen bij boer Netelneck te ontvluchten, samen met de vrouw van diens zoon. De jonge Hollander (René Groothof) gaat op zoek naar het schip in de hoop zijn vader te vinden. Uiteindelijk vindt hij een schip , in een moeras, met daarop een dwerg (René van 't Hof, een acteur waarvan je altijd meer wilt zien). Ondanks meerdere moordpogingen van deze opportunistische dwerg, overleeft Hollander en weet hij het schip zelfs bijna te verplaatsen. Het zijn deze moordpogingen die op gekke wijze terugkeren in het verhaal; de Hollander weet keer op keer te ontsnappen aan de dood, sterker nog: hij lijkt zich hier niets van aan te trekken. Als hij zijn vader maar vindt, deze Hollander die kan vliegen.

Uiteindelijk blijkt deze zoektocht een heel intieme en ontroerende ontknoping te verbergen, lang niet zo episch als het verhaal (op papier) je doet verwachten. Dat is de kracht maar ook meteen de zwakte van De Vliegende Hollander; de logica en de drijfveren van de hoofdpersoon zijn zo persoonlijk, dat ze je ofwel diep raken of je verbaasd achterlaten. Acht jaar heeft Stelling aan zijn film kunnen werken en de Hollander was hiermee een tijd lang de duurste Nederlandse film. Misschien dat deze voorbereidingen en investeringen dezelfde verwachtingen opriepen bij de critici als een korte synopsis van het verhaal bij een willekeurige filmliefhebber; in plaats van grootse en epische streken zet de regisseur het verhaal met veel detail en in kleine aanstippingen neer. De Vliegende Hollander werd neergesabeld toen de film uitkwam in Nederland, iedereen verwachtte een magnum opus en zag daarom een mislukte film. Maar zoals fans in Rusland en Oost Europa weten is geen enkele film van Jos Stelling ooit echt mislukt.




Aan de oppervlakte lijkt deze Hollander inderdaad een uit zijn baan geschoten, dure 'period' film, maar wie de structuur van het verhaal los kan laten, wordt overrompeld door de tastbare textuur van deze film. De dromerige, bijna Middeleeuwse sensiviteit en logica die het verhaal blootgeeft. Net zoals Paul Verhoeven heeft ook Stelling een voorkeur voor het vleselijke en het geaarde; letterlijk liters modder en stront passeren de revue. Het lijkt wel alsof deze aarde dient als tegenwicht voor de lichtvoetige fantasie van de Hollander. Dat de zoon van de Vliegende Hollander wordt gespeeld door de echte zoon van René Groothof geeft al een beetje aan op welk niveau Stelling opereert. Het is een bijna onuitvoerbare balanceeract; tussen grote, dure avonturenfilm en persoonlijke, intieme auteurfilm, maar De Vliegende Hollander weet net voor het einde zijn publiek te overtuigen. Blijkt dat je de hele tijd hebt zitten wachten op iets letterlijks terwijl het er al lang is, als je er maar werkelijk in gelooft.


13 okt. 2008

Half Nelson (Ryan Fleck, 2006)

Dan Dunne (Ryan Gosling) is geschiedenisleraar. Op een middelbare school diep in het verscholen hart van Brooklyn, een (hoofdzakelijk) zwarte school. Dan probeert, anders dan zijn collega's, de kinderen iets mee te brengen -meer dan alleen feiten en data. Dan is een voorbeeld; hij leert de kinderen kritisch na te denken en weet ze te betrekken bij zijn lessen over dialectiek. Dialectiek is een redeneervorm die door middel van het gebruik van tegenstellingen naar waarheid probeert te zoeken. Als de beschrijving nu begint te rieken naar Dead Poets Society en Dangerous Minds komt Half Nelson met een tegenstelling: Dan, de leraar die overdag inspireert, heeft al lang last van een hardnekkige verslaving; cocaine en crack zijn al jaren onderdeel van zijn avondritueel. Hij haalt lange nachten door in hotelkamers, op feesten en wc's, of hangt letterlijk rond in zijn huis, dat altijd een zwijnenstal is. Eigenlijk is Half Nelson in veel dingen het tegenovergestelde van een standaard 'inspirational teacher' verhaal, waarin de leerling uiteindelijkt slaagt en de leraar trots toekijkt.



Dan weet tijdens zijn escapistische, met drugs overladen avonturen nooit echt contact met iemand te maken, maar dat verandert drastisch als hij op de wc, diep in een trip betrapt wordt door één van zijn leerlingen, Drey (Shareeka Epps) -een meisje van twaalf dat de wijsheid van een jonge vrouw uitstraalt. Opeens sijpelt het onacceptabele -en door pessimisme en teleurstelling vergalde- gedrag van de leraar door naar zijn schoolklas. Iets wat hij altijd heeft weten te vermijden. Drey reageert kalm en behouden, gehard door een halve familie met drugsproblemen, maar onder haar koele gedrag schuilt een oprechte interesse en sympathie voor haar leraar, de ijlende Dan. De onthullende ontmoeting mondt uit in een vriendschap. Zo'n opmerkelijk koppel kan alleen werken als er ook goed geacteerd wordt, dan werkt zelfs een idee als Harold and Maude. Van Ryan Gosling is al een tijd bekend dat hij een stuk beter is geworden sinds zijn dagen als Young Hercules. De warmte die beide acteurs genereren bij dit samenspel is niet uitzonderlijk, maar wordt overtuigend en naturel neergezet, zeker door Gosling, maar vooral ook door de jonge Epps. Dit mag zoetsappig klinken maar de randjes van het verhaal zijn zwart en Gosling zet met Dan niet alleen een liefhebbend karakter, maar ook een enorme klootzak neer; een door coke opgefokte eenling. Net zoals de bezorgde Drey haar hele gevoelsleven heeft weggestopt onder een masker, een veilige houding.

Dan is er nog Frank, een 'oom' van Drey, gespeeld door Anthony Mackie, een acteur die grotendeels onbekend blijft, ondanks -of misschien wel dankzij- hoofdrollen in twee films van Spike Lee die niemand gezien heeft (She Hate Me en Sucker Free City). Frank zorgt voor Drey, als een peetoom -al blijft het mysterieus wat zijn precieze relatie tot Drey is- en biedt haar een baan als courier aan. Frank is drugdealer maar leeft zelf zonder drugs, eigenlijk zeer verantwoord. Een stuk verantwoordelijker dan het leven van Dan, die een confrontatie met Frank opzoekt. Ook Mackie speelt zo sterk dat het lijkt of het drietal acteurs zich optrekt aan elkaar, zodat een bijzonder evenwicht in deze genuanceerde driehoeksverhouding onstaat. Regisseur Ryan Fleck versnijdt het verhaal van deze drie mensen met voordrachten uit de klas van Dan, waarin een leerling een belangrijke opstand uit de geschiedenis bespreekt, voorzien van zwart-wit beelden. Het geeft de film een extra lading, een politieke drang, maar gelukkig wordt dit element nooit onderstreept of uitgespeld; net als zijn hoofdpersoon heeft de film niet de overtuiging om zich er volledig voor in te zetten. Het wordt gemompeld, met af en toe een bijtende, emotionele en gearticuleerde opmerking. Zelfs de muziek -van band Broken Social Scene- mompelt; als slecht onthouden, maar prachtig uitgevoerde melodieën van bekende popliedjes.



Dat de film uiteindelijk niet heel veel uitspreekt werkt in zijn voordeel, als een verknipt dagboek: zo naturel en onopgelost dat het bijna aanvoelt als een documentaire -ook visueel: de lens zit dicht op zijn onderwerp, onrustig. Ook schuwen de makers de confrontatie niet; de dubieuze en pijnlijke aard van bepaalde scenes zijn bijna Europees te noemen. Dit zit hem in de manier waarop het alle Amerikaanse clichés tackelt en onderuithaalt, zoals een film als Happiness dat ook kan. Alles is een grijs gebied hier: de drugsdealer zou een goede vaderfiguur kunnen zijn, de leraar is een gebroken figuur. Niks is zwart/wit. Iedereen heeft zijn zwaktes en angsten. Op een bepaalde manier werkt de film bijna vergevend, in het openlijk tonen van de tegenstrijdigheid in een mens. Dan vertelt zijn klas over 'verandering als resultaat van tegengestelde krachten' en geschiedenis als een 'verhaal van veranderingen', maar zijn eigen leven staat al jaren stil, lijkt toekomstloos. Nooit wordt duidelijk waarom. Er moet een verborgen geschiedenis achter het vertrokken gezicht van Dan, dit intense portret zitten. En het is deze pijnlijke geschiedenis die de kijker er zelf bij moet verzinnen. En deze suggestie maakt van Half Nelson niet alleen een acteerprestatie, maar ook een hele moderne variant op een schuldbekentenis. Een bekentenis waarvoor je niemand kan veroordelen.



4 aug. 2008

Cinemateur en vacances

Oftewel, ik ga op vakantie. Daarnaast ligt er nog zo'n berg met ander werk dat ik de komende tijd niet aan schrijven kom. Vanaf oktober weer alle tijd en iedere week een recensie. Ik wens ieder een fijne vakantie.


14 jul. 2008

Videoclips in 3D (and beyond)

Radiohead, de band die vorig jaar hun nieuwe album In Rainbows gratis beschikbaar stelde om te downloaden, heeft weer een première: een videoclip gemaakt zonder camera's. De clip voor het nummer House of Cards is helemaal gemaakt met 3D-laser-technologie. House of Cards, geregisseerd door James Frost van het Californische Zoo Films, zal de laser-gelijkenis van zanger Thom Yorke, zijn liefdesinteresse en een stel feestgangers vertonen. Hoe dan? Nou, dat is een lang en technisch verhaal, maar voor degenen die het helemaal willen weten deze Engelse tekst:

"The Geometric Informatics scanning system employs structured light to capture detailed 3D images at close proximity, and was used to render the performances of Radiohead’s Thom Yorke, the female lead and several partygoers.

The Velodyne Lidar system uses multiple lasers to capture large environments in 3D, in this case 64 lasers rotating and shooting in a 360 degree radius 900 times per minute, capturing all of the exterior scenes and wide party shots. Geometric processed their own data while 510 Systems processed the Velodyne Lidar data. The data was then manipulated by Union Editorial and the Syndicate to create the final result."

Als je - net als ik - nog steeds geen idee hebt wat dit inhoudt, dan zullen deze screenshots je een beter idee geven over hoe zoiets eruit ziet:







De videoclip zal - deze week nog - zijn première hebben op Google, waarschijnlijk hier. Het doet mij denken aan 'old-school' computer spellen en de 3D/Cyberspace-belofte uit de jaren negentig, de 'Lawnmowerman-periode', om het zo maar even uit te drukken. Ook lijkt het op een clip van een andere 'Radio' band: Staring at the Sun van TV on the Radio. Moet wel gezegd: Radiohead blijft nieuwe betekenis geven aan de term 'progressieve rock band'. (Genoeg met de aanhalingstekens.)

Björk blijft ook progressief door-experimenteren. Haar nieuwste videoclip Wanderlust is helemaal opgenomen in stereoscopisch 3D en ziet er geweldig uit. De clip is een combinatie van echte poppen en computeranimatie. De studio waar het vandaan komt, Encyclopedia Pictura, is er sowieso één om in de gaten te houden. Overigens is Björk niet de eerste om een videoclip in 3D te presenteren, dat was Missy Elliott in februari, met Ching-A-Ling. Haal de rood-groene brilletjes maar weer uit de kast.




Iets anders opmerkelijks - en misschien niet zo nieuw - is het feit dat Björk al ruim een jaar een heel apart instrument meesleurt op haar tournees: de reactable. Een wonderlijk apparaat, bedacht en uitgevoerd door de Pompeu Fabra University in Barcelona. Zien is geloven, dus klik nu even door naar YouTube. Als een uitvinding van een goeroe bij Nintendo, die LSD heeft gebruikt en Close Encounters of the Third Kind heeft gezien...



3 jul. 2008

Ode aan Kubrick

Die Britten, je moet het ze nageven, ze weten wel hoe ze een reclame in elkaar moeten zetten. Channel 4 heeft - ter aankondiging van een retrospectief van Stanley Kubrick op More 4 - de set van The Shining nagebootst om er in één shot door heen te rijden, als ware de camera Meneer Kubrick zelf. Ik kan me niet voorstellen dat er ooit zoveel mensen tegelijk op de set van deze film waren, maar het is een reclame om van te smullen. Ehm, smullen, ja.

Bekijk de reclame op de site van de Guardian












"See the world through the eyes of a master."

29 jun. 2008

The Conversation (Francis Ford Coppola, 1974)

The Conversation begint - en eindigt - op een plein in San Francisco, Union Square; een drukke middagpauze met op de achtergrond het harde geluid van een groep straatmuzikanten. Tussen alles en iedereen door lopen Ann (Cindy Williams) en Mark (Frederic Forrest), zij hebben deze conversatie, een gesprek waar een anonieme directeur (Robert Duvall - die niet in de credits vermeld wordt) 15.000 dollar voor overheeft. Harry Caul (Gene Hackman) is de man die hem dit gesprek, in zijn totaliteit, zonder ruis, moet bezorgen. Daarvoor heeft deze professionele luistervink de benodigde apparatuur, de juiste mensen, een geniale opstelling (een microfoon op het plein en in de gebouwen rondom) en vooral de expertise. Caul doet dit al jaren - wist ooit zelfs een microfoon in een parkiet te verstoppen - en deze opdracht is als alle anderen, zegt hij nog tegen zijn assistent Stanley (John Cazale), als deze hem vraagt wie er eigenlijk zo geïnteresseerd is in dit gesprek. “I don't care what they're talking about. All I want is a nice fat recording”, is het exacte antwoord van de introverte, excentrieke ‘einzelganger’. Harry Caul mag en wil geen verantwoordelijkheid voor hetgeen hij opneemt: hij wil niet weten voor wie en hij wil zeker niet weten wat er mee gebeurt.




Normaal gesproken zouden we na zo’n scène snijden naar de verdere ontwikkelingen van een intrige; we volgen de directeur, zijn verhouding met Ann en Mark, hun geheimen en de verdere consequenties van deze opname, zoals een thriller betaamt. Maar The Conversation is een thriller van heel andere orde. Dat kan ook bijna niet anders met Francis Ford Coppola als regisseur, in zijn gouden periode, gemaakt tussen de eerste twee Godfathers door. We blijven bij Harry Caul. Mark en Ann zullen vanaf nu alleen nog figureren in zijn obsessieve belevenis, als hij de opnames terugluistert, afstelt, terugspoelt en nog eens terugluistert. Ook de enigmatische directeur blijft buiten beeld; we zien alleen zijn afgevaardigde, de gladde, kille Martin Stett (Harrison Ford) die Harry achtervolgt als hij hem de opnames weigert te overhandigen. Voor het eerst maakt Harry een uitzondering: hij laat zich meeslepen door de opname, hij wil weten waar ze het over hebben en wat de gevolgen zijn van het ogenschijnlijk onschuldige gesprek. Het is bijna alsof deze man - die in al zijn eenzaamheid en overdreven bewustzijn van privacy een onzichtbare muur om zich heen heeft opgetrokken - zelf een film construeert, gebaseerd op een korte scène waarvan hij de hoofdrolspelers niet kent en waar hij de omstandigheden erbij moet verzinnen. Harry raakt volkomen geobsedeerd, vooral door het feit dat deze onprofessionele actie hem nu zelf betrekt in een wereld waar alles wat je doet opgenomen kan worden.

Duidelijk geïnspireerd door Blowup, Antonioni's abstracte thriller, schept Coppola een wereld van intieme en benauwde paranoia, met in het centrum het meesterlijke acteerwerk van Gene Hackman. Alhoewel Coppola op voorhand bang was dat niemand zich zou kunnen identificeren met deze teruggetrokken figuur, slaagt Hackman erin hem neer te zetten als iemand met een bijna ongrijpbare, sympathieke uitstraling. Hij maakt van hem niet alleen een tragisch figuur, maar ook iemand die aangrijpend is zijn onvermogen te communiceren met mensen. Als hij zich wel blootgeeft voel je de kwetsbaarheid van een man die zijn leven afschermt, maar niet meer invult. Coppola brengt Harry Caul in beeld alsof hij zelf geregistreerd wordt door een surveillance-camera: statisch en kalm, met camera-bewegingen die altijd te laat doorhebben dat zijn onderwerp niet meer terug komt lopen in het shot. Maar waar Coppola zijn echte brille toont, is in het gebruik en de montage van geluid en herhaling - een samenwerking met editor Walter Murch. Door zijn publiek te betrekken in het ontrafelen van de verborgen boodschap in The Conversation. Door ons ook achter de werktafel van Harry te zetten, elke keer als hij het gesprek opnieuw beluistert, verfijnt en zich probeert voor te stellen wat de implicaties van de woorden zijn.

The Conversation is formeel een thriller, maar in feite een briljante karakter studie, een portret van een man die zijn eigen ondergang in werking stelt. Vaak wordt de film afgedaan als een voorbeeld van perfecte timing; de film kwam 1 jaar voor het Watergate-schandaal uit, in een periode waar duidelijk werd dat onder de Amerikaanse politiek een donkere, verborgen laag van afluisteren, afpersen en corruptie lag. Maar dit meesterwerkje is alles behalve gedateerd en wordt eigenlijk steeds actueler in een wereld waar alles - internet, mobiele telefonie, sattelietfoto's, banktransacties - wordt vastgelegd en bewaard. Alhoewel The Conversation wel als directe inspiratiebron is gebruikt voor recente (en zwaar overschatte) films als The Good Shepherd en Das Leben der Anderen, blijft het een unieke thriller. Dat zit in de subtiele, bijna terloopse manier waarop het verhaal opbouwt; in het langzaam verschuivende realiteitsbesef; in de schokkende ontknoping; in het verwoestende, melancholische einde.




Caul is de Engelse term voor 'met de helm op geboren', een toestand waarbij een kind met een dun, bijna transparant vlies om zijn hoofd wordt geboren. In esoterische kringen wordt beweerd dat deze kinderen later helderziend zullen worden, maar in het geval van Harry is het bijna het tegenovergestelde. Het is alsof hij deze helm nog steeds op heeft, om hem te beschermen tegen alles wat zijn leven kan betreden. Alsof hij uit eenzaamheid al zijn verlangens en gevoelens projecteert op een drama dat alleen hij kan horen en zien, op een dun laagje film dat hem omringt. Een dun laagje dat het verschil maakt tussen realiteit en surrealiteit, tussen dagdroom en nachtmerrie. Met als enige zekerheid zijn saxofoon.

27 jun. 2008

Robert Jan Westdijk opent NFF

De openingsfilm van het Nederlands Film Festival wordt: Het Echte Leven, de nieuwe film van Robert Jan Westdijk. Westdijk werd ooit gezien als een groot aankomend talent, toen hij in 1995 het Nederlands publiek naar de bioscoop wist te lokken met Zusje. Zijn tweede film, Siberia, was alles behalve slecht, maar het 'grote talent' Westdijk werd weer vergeten. Dit wist hij ook niet goed te maken met de Giphart verfilming Phileine zegt sorry, maar zelfs de beste regisseur zou uitglijden over een 'Giph'-adaptatie - getuige de laatste film (en het pijnlijke afscheid) van Willem van de Sande Bakhuyzen, een anders voortreffelijke regisseur.

Persoonlijk wacht ik al een tijdje op een nieuwe film van Westdijk en de synopsis voor zijn nieuwste klinkt als vertrouwd terrein. De synopsis volgens producent Fuworks:

De jonge regisseur Martin (Ramsey Nasr) maakt een speelfilm getiteld ‘Het Echte Leven’. De vrouwelijke hoofdrol wordt door zijn vriendin Simone (Sallie Harmsen) vertolkt. Zelf neemt hij de mannelijke hoofdrol voor zijn rekening. Het door Martin geschreven scenario gaat over de jongeman Milan die zijn vriendin (ook Simone geheten) aan een liefdestest onderwerpt, omdat hij twijfelt aan de oprechtheid van haar gevoelens.



In het kader van de test krijgt zij een verhouding met de hulpkok van haar vaste eetcafé. De hulpkok wordt ontslagen, tot het grote verdriet van Simone, die zich verheugd had op een samenwerking met de beroemde acteur. Martin neemt Dirk (Loek Peters) aan, die nog nooit eerder heeft geacteerd. Martins gok om voor een amateur te kiezen pakt goed uit, omdat het de film precies die authenticiteit brengt die hij altijd al zocht. Martin is dolblij.. totdat Simone verliefd wordt op Dirk. Martin raakt in tweestrijd. Fictie en werkelijkheid beginnen door elkaar te lopen. Martins keuzes zetten zijn relatie in het echte leven op het spel.

Realiteit, fictie, liefde. Klinkt als gesneden koek voor de regisseur van Zusje, een film waardoor iedereen plots Kim van Kooten en de Nederlandse Cinema omhelste. En de enige regisseur die het gelukt is Hugo Metsers geloofwaardig in een film te gebruiken. Doe jezelf - en de videotheek die nog videobanden bewaart - een plezier en huur Siberia eens, misschien ben je dan ook wel nieuwsgierig naar 'de nieuwe Westdijk'.

Het 28ste Nederlands Film Festival vindt plaats van 24 september tot en met 3 oktober 2008.

16 jun. 2008

Stan Winston overleden

Stan Winston, één van de grootsten der 'visual effects artists', is zondagavond overleden aan de gevolgen van de ziekte van Kahler. Na een zevenjarige strijd tegen deze genadeloze ziekte is de maestro thuis, omringd door familie, heengegaan.

Winston, oprichter en eigenaar van de Stan Winston Studio is medeverantwoordelijk voor memorabele karakters uit Predator, Terminator, Aliens, Jurassic Park en Edward Scissorhands. Hij was een vaste medewerker van regisseurs Steven Spielberg, James Cameron en Tim Burton. Het is bijna een eufemisme om te zeggen dat met zijn dood een groot talent verloren is gegaan: er staan vier Oscars ergens in het indrukwekkende gebouw van de Stan Winston Studio. Stan Winston wist zijn creaties altijd een wonderlijk gevoel van leven in te blazen en was een groot bewonderaar van Jim Henson en Ray Harryhausen.

Winston, die begon als make-up artiest na een mislukte carrière als acteur, werd pas echt bekend met zijn robots voor Terminator, een prestatie die zijn carrière en reputatie omhoog deden suizen. Rond de tijd van Jurassic Park, waarvoor zijn studio o.a. de immense T-Rex als mechanische pop (animatronic) bouwde, was Winston zo'n beetje de onbetwiste koning van de visual effects. Hij was een groot voorstander van het combineren van technieken (animatronics, make-up, computer en schaalmodellen) en een pionier op het gebied van grote, praktische creaturen. 'Niks is onmogelijk!' was zijn vaste kreet; Winston was iemand die volgens omstanders altijd enthousiast wist te blijven, op het manische af.

Een groot meester neemt afscheid van zijn publiek.





Stan Winston
7 april 1946 - 15 juni 2008

"I don't do special effects. I do characters. I do creatures."

Mr. Death: The Rise and Fall of Fred A. Leuchter Jr. (Errol Morris, 1999)

Fred A. Leuchter (en dan ook nog de zoon van) is geen naam die je zult of moet kennen, alhoewel de titel van deze documentaire je wel dat vermoeden geeft; met name door dat 'The Rise and Fall'. Het zijn het soort bewoordingen die je vaak terugvindt in biografieën over machtige of zelfs mythische figuren: een generaal; een dictator; een politicus. Fred Leuchter is geen van allen. Leuchter dankt zijn faam in eerste instantie aan een ongewone baan: hij ontwerpt executie-machines, een morbide en zeldzaam beroep. In deze obscure markt is Fred één van de beste en meest gevraagde; hij is een expert. De man is een markante verschijning, nog het best te omschrijven als wat men vroeger een 'dweeb' zou noemen. Naast zijn zeer ongezonde en ongelofelijke gewoonte elke dag zo'n 40(!) koppen koffie te drinken -anders krijgt hij hoofdpijn- en 6(!?) pakjes sigaretten te nuttigen, maakt Leuchter niet de indruk zijn specialisatie te hebben gekozen omdat hij een fel voorstander van de doodstraf is. Het gebeurde meer uit toeval; Leuchter Sr. werkte in de gevangenis en sinds jonge jaren spendeerde kleine Fred daar veel tijd met de gevangen. Fred werd ingenieur en toen in de jaren tachtig, na lange afwezigheid, de doodstraf weer 'in' was in de Verenigde Staten, ontbrak de moderne en -naar Fred's vermeende overtuiging- humane apparatuur. Binnen mum van tijd was hij de man waar je heen ging als je galg niet meer werkte en zo werd Leuchter één van de meest vreemde entrepreneurs die je je voor kan stellen.




Ondanks het grimmige onderwerp, zorgt de rare ontwerper er grotendeels zelf voor dat je soms de gruwelijke praktijk van zijn theorieën vergeet. De afstandelijke, bijna autistische fascinatie die hij tentoonstelt als hij vertelt over de technieken die hij verbetert en onderzoekt, zorgt ervoor dat je -hoe gek het ook klinkt- bijna sympathie krijgt voor deze enthousiaste technische assistent van de beul. Zijn drijfveren zijn niet helemaal geloofwaardig, maar toch heeft het schijn dat Leuchter eerder een naïeve 'loner' is dan een amorele, rechtse zakenman. Totdat hij zich gaat bemoeien met een zaak waar hij nooit aan had moeten beginnen, het begin van zijn 'Fall'. Ernst Zündel, een notoire Holocaust-ontkenner, en schrijver van boeken als The Hitler We Loved and Why, schakelt Leuchter in om te getuigen als expert bij zijn rechtszaak, waar een flinke veroordeling hem staat te wachten. Wat moet Leuchter bewijzen? Dat Auschwitz geen gaskamers had. Waarom Leuchter deze taak op zich neemt is niet helemaal duidelijk, zijn korte speech over vrijheid van meningsuiting daargelaten. Wat wel duidelijk is, is het totale gebrek aan moreel en historisch besef dat Leuchter vertoont: eerst vraagt hij zich nog verbaasd en geschokt af waarom iemand zoveel mensen heeft willen doden, om vervolgens te concluderen dat het technisch gezien niet zo slim was; "Bullets would've been cheaper than doing this. Why didn't they just blow them up?". Opeens verandert de man, die aanvankelijk bijna aandoenlijk in zijn wereldvreemde, kleine wereldje leefde, in een toonbeeld van absurde -en gevaarlijke- onaangepastheid. Leuchter blijft bij de uitkomst van zijn 'onderzoek' en getuigt, tot grote woede van iedereen die ook maar een beetje een idee heeft van de implicaties van het woord 'Holocaust'.

Het heeft regisseur Errol Morris veel tijd en moeite gekost een studio te vinden die zijn documentaire wilde financieren. Dat is gezien het gevoelige onderwerp niet gek, maar wel als je de uitstekende staat van dienst van deze gevierde regisseur bekijkt. Morris, die na zijn eerste twee documentaires -Gates of Heaven, over een wereldberoemde dieren-begraafplaats en Vernon, FL, over een stad in Florida bevolkt door bizarre inwoners- lange tijd als privé-detective heeft gewerkt, staat vooral bekend als iemand die de humane kant van een verhaal kan vertellen. Hij wist zelfs een ten onrechte veroordeelde gevangene vrij te krijgen met zijn gelauwerde film The Thin Blue Line. En vreemder nog: hij wist motivator en collega Werner Herzog zover te krijgen zijn schoen op te eten. Morris, die verantwoordelijk wordt gehouden voor een vernieuwde interesse in documentaires in de jaren tachtig, hanteert een stijl die meer naar het estethische nijgt dan naar harde verslaggeving. Daarnaast is hij uitvinder van de 'Interrotron', een machine die ervoor zorgt dat degene die geïnterviewd wordt de interviewer in de lens van de camera ziet (en vice versa), zonder dat hij in dezelfde ruimte is, met als gevolg dat de persoon voor de camera zijn verhalen direct aan de kijker vertelt.



Het aarzelen van de studio's heeft meer te doen met de ambigue positie die Morris inneemt bij deze film: nergens confronteert hij Leuchter direct met de overduidelijke bezwaren tegen zijn standpunt. Hij laat de man gewoon vertellen wat en hoe hij denkt. Wel vraagt hij hem één keer "Do you ever think you might be wrong?" -"I'm long past that", is het veelzeggende antwoord van Leuchter, die inmiddels werkeloos, gescheiden en veroordeeld door de maatschappij, zijn verhaal vertelt. Mr. Death veroordeelt zijn onderwerp niet, maar laat zien wat er gebeurt als je denkt dat je expertise exclusief is, als je gaat geloven in je eigen wereld. De zelf-gekroonde koning van executie-machines zet niet zomaar een stap in de buitenwereld. Als een misplaatste mascotte laat Leuchter zich voor het karretje van de neo-nazi's spannen, vol van zijn eigen ontdekking. De Holocaust ontkennen is bijna net zo onvoorstelbaar als de Holocaust zelf en voorbehouden aan mensen die -misschien wel uit ongeloof- de werkelijkheid hebben verlaten voor iets anders. Maar het is boven alles absurd, een post-moderne ziekte die moeilijk serieus te nemen is. De galgenhumor uit het eerste deel verandert in een bizarre studie van een autistische man die geen idee heeft van wat hij uitricht, en op welke schaal. Dit is een Griekse tragedie: de hoogmoed en val van Fred Leuchter. Dit is niet zozeer de 'Banality of Evil', maar de 'Stupidity and Absurdity of Evil'. Fascinerend.

3 jun. 2008

American Graffiti (George Lucas, 1973)

Er was eens een tijd waarin alles wat uit Amerika kwam, cool was. Amerika was cool. Natuurlijk zijn er nog steeds mensen die er zo over denken, maar het is veilig te zeggen dat die relatie flink bekoeld is, zo sterk zelfs dat Amerika vaak 'uncool' is. Tegelijkertijd met hun tanende politieke positie is hun voornaamste exportproduct, cinema, ook niet meer datgene waar iedereen warm voor loopt. De nieuwe Star Wars 'prequels' (binnenkort ook computer geanimeerde 'in-between-quels'); een nieuwe Indiana Jones; we gaan er wel heen, maar meer uit een cynische interesse dan met het kinderlijke enthousiasme als, zeg, twee decennia geleden. En dat is niet alleen omdat we ouder zijn geworden. Want er waren ooit films die je niet alleen het gevoel gaven dat de beste dingen uit Amerika kwamen, je had zelfs het gevoel dat je zélf anderhalf uur een Amerikaanse tiener was. Een soort nostalgisch gevoel over een plek waar je nooit bent geweest, maar had willen zijn; een stuk land dat je eigenlijk alleen maar kent uit die gedroomde wereld op het witte doek. Vooral de 'onschuldige' jaren vijftig, net voor Vietnam, Nixon en de moord op Kennedy, is een periode waar het woord 'Americana' nog een warme betekenis had. Stephen King-verfilming Stand By Me is een prachtig voorbeeld, Grease heeft zijn fans, maar American Graffiti is de grondlegger; de oervader als het ware.




Over oervaders gesproken: de man die nu vergruisd wordt omdat hij bezweken is voor het lucratieve idee zijn Star Wars sage voort te zetten (voor zo lang hij leeft, lijkt het wel), is niet alleen de bedenker en producent van Indiana Jones, maar ook de regisseur van American Graffiti. George Lucas' tweede film kwam als een verrassing. Niet alleen voor hemzelf, maar ook voor het publiek. Lucas kwam van de filmacademie als een experimenteel filmmaker, met een voorliefde voor machines, abstracte montage en geluid. Zijn eerste film, THX 1138, was een zware, maar poëtische oefening in distopische science fiction. Vriend en filmmaker Francis Ford Copolla daagde hem uit iets lichts en commercieels te maken, want dat sci-fi-script over Luke Starkiller had toch weinig kans, gezien het belabberde succes van THX. Lucas nam de uitdaging aan en verwerkte zijn jeugdherinneringen tot een vrij simpel script. Vier vrienden die op de laatste vrije zomeravond door hun stadje 'cruisen' met hun auto's, met als setting de vroege jaren zestig, Californië. High school is voorgoed afgelopen en ze proberen de avond nog met zijn allen te spenderen voor ieder zijn eigen weg gaat.

De lijst met acteurs klinkt nu bekend, maar bijna iedereen maakte zijn debuut. Richard Dreyfuss speelt Curt, de slimste van het stel. Curt heeft een beurs voor een universiteit ver weg, maar twijfelt nog of hij wel weg moet gaan. Ron Howard (de regisseur, maar ook Richie Cunningham uit Happy Days) is Steve, die ook moeite heeft met weggaan en vooral met de gevolgen daarvan op zijn relatie. Paul Le Mat (niet zo bekend) is John: de stoere 'James Dean', die nog lang niet volwassen is en vooral van auto's en meisjes houdt. Charles Martin Smith is Terry 'the Toad', een jongen die zijn uiterlijk niet mee heeft, volgzaam is en hard op zoek naar een vriendin. Bijrollen zijn voor Harrison Ford en Candy Clark. Via korte, schetsmatige scènes (wat de Amerikanen zo mooi 'vignettes' noemen) volgen we de vrienden op pad door hun stadje. Het enige wat het verhaal bindt is de muziek: iedereen lijkt naar hetzelfde radiostation te luisteren. D.J. Wolfman Jack praat de geniale playlist aan elkaar en de sfeervolle muziek gaat door, over en langs de hele film.




Er valt George Lucas veel te verwijten, maar American Graffiti blijft ondanks al zijn merchandising overeind. Zijn fascinatie voor auto's is evident; nog nooit hebben Amerikaanse auto's zo sierlijk en veelvuldig gefigureerd in een film. Maar dit is niet gratuit en heeft wel degelijk een functie: in die tijd waren deze machines een immens onderdeel van de jeugd-cultuur. Lucas deed daarnaast een paar dingen die tot dan nog niet gedaan werden: het aparte gebruik van muziek en de losse manier van parallelle scènes snijden. Als een documentaire-maker filmt hij zijn karakters en net als je denkt dat het slechts een verzameling scènes is, kom je erachter dat er wel degelijk een melancholisch en uitgedacht einde en idee aan de film zit. American Graffiti is humaan, grappig en werkelijk. Volwassener dan Happy Days, poëtischer dan Grease. Het is een ode aan een tijdperk waar alles nog een naïeve ondertoon had, waar Amerika zich nog geen slechte stiefvader voelde, maar een vriendelijke oom, druk bezig met het opzetten van zijn eigen zaak. Ik vraag me af of George Lucas nooit zelf eens moet huilen als hij zijn nostalgische meesterwerkje kijkt, na een lange dag vergaderen over de zoveelste Star Wars franchise-mogelijkheid, zich realiserend dat het allemaal voorbij is.

25 mei 2008

Monty Python and the Holy Grail (Terry Gilliam & Terry Jones, 1975)


Oftewel:

De film die in Duitsland Die Ritter der Kokosnuß heet.

Oftewel:

In de Zweedse ondertiteling: Mønti Pythøn ik den Høli Gräilen

Oftewel:

Volgens sommigen: The Holy Grail of Monty Python

Oftewel:

Volgens Python-traditie: Holy Python and the Monty Grail

Oftewel:

De tweede film van Monty Python en de eerste van Terry Gilliam.

Oftewel:

Koning Arthur bezien door de absurde ogen van een groep komedianten op het hoogtepunt van hun kunnen.

Oftewel:

Die film met o.a. dit dialoog:

King Arthur: Old woman.
Dennis: Man.
King Arthur: Man, sorry. What knight lives in that castle over there?
Dennis: I'm 37.
King Arthur: What?
Dennis: I'm 37. I'm not old.
King Arthur: Well I can't just call you "man".
Dennis: Well you could say "Dennis".
King Arthur: I didn't know you were called Dennis.
Dennis: Well you didn't bother to find out did you?
King Arthur: I did say sorry about the "old woman", but from behind you looked...
Dennis: What I object to is you automatically treat me like an inferior.
King Arthur: Well I am king.
Dennis: Oh, king eh? Very nice. And how'd you get that, eh? By exploiting the workers. By hanging on to outdated imperialist dogma which perpetuates the economic and social differences in our society.

Oftewel:

Die film over King Arthur waarin hij en zijn 'Knights of the Round Table' niet naar Kasteel Camelot gaan, omdat het een 'silly place' is.

Oftewel:

De film die begint met de 'opening credits' van hele andere film, vervolgens over gaat in de echte 'opening credits' met Zweedse ondertiteling, om vervolgens drie keer gestopt te worden en te eindigen in knipperende felle kleuren, de vermelding van vele lama's en Mexicaanse muziek.

Oftewel:

De enige film in de filmgeschiedenis, waar een scène is uitgeknipt waarin een karakter (Dingo) aan het publiek vraagt of deze scène er misschien niet beter uitgeknipt moet worden. (En vervolgens jaren later weer terug gestopt wordt.)

Oftewel:

Die film met 'The Knights that say NI!'

Oftewel:

Een film die zo leuk, onzinnig, tijdloos en 'plain silly' is... dat ik er niks zinnigs over kan vertellen.

19 mei 2008

Together [Tillsammans] (Lukas Moodysson, 2000)

Zweden, 1975. Dictator Franco is net dood en commune-leider Göran (die er uit ziet als een typetje van Herman Koch in Jiskefet) loopt naar de rest van de groep om ze het heugelijke nieuws te brengen. Het duurt net iets te lang voor dat iedereen -inclusief de kinderen- opstaat om te juichen en deze vreugdevolle overwinning voelt net iets te knullig om echt te overtuigen. Zoals alles hier een beetje knullig is; het zijn tenslotte de jaren zeventig en dit zijn de hippies die we ons daar bij voor moeten stellen. Welkom in woongroep 'Tillsammans' (tezamen). Een woongroep die op het punt staat verstoord te worden door de komst van de zus van Göran, Elisabeth. Elisabeth gaat weg bij haar man Rolf, een alcoholist, nadat deze haar weer heeft geslagen. Ze neemt de kinderen mee naar de commune van haar broer.




Bij aankomst worden ze meteen getrakteerd op een situatie die hier eerder regel dan uitzondering is; een discussie over de afwas wordt onderbroken door Klas, die opmerkingen maakt over het feit dat zijn ex-vrouw Anna hieraan deelneemt terwijl hij recht in haar 'apparaat' kan kijken. Anna, die sinds kort overtuigd lesbienne is, begint een uitgebreid verhaal over haar lichaam, waarop Klas ook zijn broek laat zakken. De twee kinderen van Elisabeth, de verlegen Stefan en de vertederende Eva kijken beschaamd toe terwijl ze geïntroduceerd worden. Ze kunnen wel in de meditatie-ruimte blijven, ondanks bezwaar van één van de echtparen: de strikte Signe en Sigvard. Als deze lijst van namen klinkt als een soap, dan klopt dat voor een groot deel. Maar dan wel een soap met innemende, realistische karakters, waar niemand -met uitzondering van de op revolutie-beluste Erik- er slecht vanaf komt.

Van de buitenkant (misschien terwijl je in de videotheek staat) lijkt Together zelfs een lichte komedie, maar dit was nooit helemaal de bedoeling van regisseur Lukas Moodysson (bekend van Fucking Åmål en Lilja 4-ever). Moodysson -wiens debuutfilm de bewondering oogstte van de Zweedse meester, Ingmar Bergman- had toch echt zijn best gedaan drama en verdriet in het script te injecteren, maar hij kwam er al snel achter dat zijn tweede film toch vooral leuk zou worden. Leuk, met een kritische en humanistische boodschap. Dat de gedreven Moodysson er uiteindelijk in zou slagen met A Hole in my Heart een dramatisch slechte en verdrietige film te maken, is waarschijnlijk te wijten aan het feit dat hij steeds meer belang is gaan hechten aan 'de boodschap'. Gelukkig is dit ver weg van het kleurrijke gezelschap in Together. Zo groot is dit gezelschap -ook de mensen buiten de commune komen aan bod- dat het haast een wonder is dat je zoveel sympathie voelt voor eenieder. Zelfs de agressieve loodgieter Rolf wordt getoond als een man die niet zonder zijn familie kan en wegkwijnt in zijn eentje.




Op ontzettend knappe manier vertelt Moodysson over de ondergang van het ideologische gedachtengoed van deze weifelende hippies. Open relaties zijn gedoemd te eindigen in geen relaties, Pippi Langkous is geen kapitalistisch sprookje (maar ze heeft een schatkist!) en televisie kan best leerzaam zijn. Je kan je zelfs afvragen of de gedeelde seksualiteit, de drugs en de verwarrende logica niet bijzonder schadelijk zijn voor de opvoeding van de kinderen. Of de kortzichtige manier waarop de bewoners de buitenwereld afkeuren. Maar huize 'Tilsammans' is alles behalve een failliete onderneming. Ook al zijn de overtuigingen maar half en doen ze meer kwaad dan goed, in ieder geval zijn ze samen. Beter dan de eenzame stedelingen, die af en toe in contact komen met deze commune. Zoals de vader van de buurjongen, die zich daags, onder het mom -en geluid- van 'timmerwerk', aftrekt op pornoblaadjes. Of de zonderlinge Birger die Rolf steeds laat komen voor onnodige klusjes, alleen maar om een praatje te maken. Hij heeft zijn vrouw verlaten, op zoek naar meer onafhankelijkheid en vrijheid. 'Eenzaamheid is het ergste van alles op deze wereld' bekent hij hem. Beter tezamen.

16 mei 2008

Herzog, Lynch en Jodorowsky

Vanuit Cannes komt het nieuws van een paar rare, maar intrigerende collaboraties.

-Werner Herzog gaat een remake maken van Bad Lieutenant, met Nicolas Cage als de luitenant die we allemaal nog kennen van de bizarre, briljante rol van Harvey Keitel in deze film van Abel Ferrara. Waarom je een film zou willen remaken waarvan het duidelijk lijkt dat deze ontzettend goed is geworden dankzij de persoonlijke inzet van de makers, gaat totaal aan mij voorbij. Daarnaast ligt de film nog vers in het geheugen, of is 1992 al weer langer geleden in het huidige film-klimaat?

-Herzog en David Lynch -die naar mijn weten in dezelfde straat in L.A. wonen- gaan samen aan de slag met een script van eerstgenoemde regisseur dat hij samen met zijn vaste assistent, Herbert Golder heeft geschreven. De (horror-)film heet My Son, My Son en vertelt het waargebeurde verhaal van een man uit San Diego die zo opgaat in het Elektra-verhaal van Griekse schrijver Sophocles, dat hij zijn moeder neersabelt met een zwaard. De film zal heen en weer snijden tussen de 'crime scene' en de aanloop naar deze gestoorde actie. De film wordt low-budget op video gedraaid en dat is misschien de reden dat het NRC bericht dat Lynch ook zal regisseren. Dit gegeven heb ik echter nergens anders kunnen vinden, dus lijkt het aannemelijker dat Lynch zich met de productie bezig zal houden middels zijn productiebedrijf Absurda. Dit deed hij niet zo lang geleden nog voor zijn dochter, Jennifer Lynch, bij haar nieuwe film Surveillance. Toch is de combinatie van deze prettig gestoorde regisseurs prikkelend, wie er ook achter de camera gaat staan.

-Lynch en Absurda zullen ook de productie verzorgen van de nieuwe Alejandro Jodorowsky, bekend van El Topo en Santa Sangre. De film, King Shot, wordt door de regisseur omschreven als een metafysische spaghetti gangster-film. Storyboards verschenen twee jaar geleden al op Twitchfilm. Het is vooral de casting die deze samenwerking hilarische verwachtingen bezorgt: Udo Kier, Nick Nolte en Marilyn Manson zijn al betrokken, met Nolte en Manson tevens als investeerders. Jodorowsky deed overigens ooit een groot deel van de pre-produktie voor Dune, het fabelachtige en mislukte sci-fi epos van Lynch.

Als je deze berichten leest lijkt het wel alsof er plots een nieuw kamp is opgezet in Hollywood. Dit indie-kamp van de betrokken veteranen klinkt als een goed alternatief voor dat andere, onneembare fort; de special-effects tank van blockbuster-koningen James Cameron, Peter Jackson, Steven Spielberg, Robert Zemeckis en George Lucas. Laten we hopen dat het een mooie strijd oplevert.

13 mei 2008

Bad Lieutenant (Abel Ferrara, 1992)

Drugs are bad. Vraag maar aan Abel Ferrara, Zoë Lund en Harvey Keitel. Regisseur Ferrara, die meestal aangeschoten of stoned interviews afgeeft, zal je dat misschien niet vertellen en Harvey Keitel in zijn rol als 'The Lieutenant' in Bad Lieutenant zal je vervloeken of iets onduidelijks mompelen. Zoë Lund zou je iets heel anders vertellen, had ze nog geleefd. Lund, een wonderkind (actrice, schrijfster, muzikant, model) met een levenslange heroïne-verslaving was een groot voorstander van dit regelmatige gebruik. In 1999 overleed ze op 37-jarige leeftijd aan hart-problemen veroorzaakt door haar zelfverkozen afhankelijkheid. Niet de beste reclame voor zo'n dure hobby. De uitgemergelde en -gek genoeg- aantrekkelijke Lund, die het script voor Bad Lieutenant samen met Ferrara schreef, speelt ook de rol van 'verzorgster' in deze film. Elke keer als The Lieutenant even moet bijkomen van zijn onuitputtelijke queeste naar meer drugs en geweld komt hij bij de hoer Zoë. Bijna zoals Jezus bij Maria Magdalena komt om zijn voeten te laten wassen.




Deze vergelijking lijkt uit de lucht te vallen, maar is niet gek als de katholieke obsessie (en opvoeding) van Ferrara in oogschouw neemt. Alhoewel deze onafhankelijke New Yorkse regisseur in het begin van zijn carrière naam maakte met rauwe en gewelddadige films als: Nine Lives of a Wet Pussy, The Driller Killer en Angel of Vengeance, bleek hij in de jaren negentig eigenlijk een spirituele agenda te hebben. Het zoeken naar verlossing staat vaak centraal in deze films, met King of New York en Bad Lieutenant als hoogtepunten in deze zeer productieve periode. Onlangs maakte hij zelfs een film die indirect over Maria en haar relatie met Jezus gaat: Mary. Ferrara overlaadt Bad Lieutenant met zoveel katholieke symboliek dat je eigenlijk niet anders kan dan concluderen dat The Lieutenant zo slecht nog niet is. Zo dik is deze spirituele saus dat de regisseur je bijna doet geloven dat The Lieutenant misschien wel een eigentijdse Jezus is. Keitel speelt de zondaar onder de zondaars; een agent zo slecht dat criminelen voor hem wegrennen. Keitel rent ze achterna. Niet om ze te vervolgen of te vergeven, maar om geld of drugs van ze af te troggelen. The Lieutenant zoekt verlichting en eet alles op wat hij tegen komt op zijn pad.

The Lieutenant is een meeslepend karakter, iemand van wie we eigenlijk niks weten. Hij heeft naast zijn banen als luitenant bij de plaatselijke politie en drugsverslaafde ook vier kinderen en een vrouw, die hem 'Strawberry' noemt. (Naar een honkballer die zo vaak genoemd wordt in de verslaggeving die als een soundtrack door de film loopt, dat hij bijna de andere hoofdpersoon wordt, ook omdat de gokkende luitenant al zijn hoop op hem vestigt terwijl hij zijn inzet maar blijft verdubbelen.) Niet dat hij veel tijd met de familie spendeert, dat doet hij liever met de hoeren die hij regelmatig inhuurt, maar het geeft The Lieutenant wel de benodigde menselijkheid. Harvey Keitel -de Tommy Lee Jones van de onafhankelijke film- geeft zoveel aan de film, dat je soms niet alleen plaatsvervangende schaamte hebt voor zijn karakter, maar ook voor Keitel. De kermende en jankende Keitel zet een mens neer ontbloot van gratie, moraal en duidelijke dictie. Het geeft de film (en het gebrek aan plot) een onmisbare menselijke injectie en zorgt er voor dat de chaotische scènes perfect op elkaar aan sluiten. Zo ruig en vies is het leven dat Keitel neerzet, dat je het zal overwegen een douche te nemen na de film.



Maar dat dit een persoonlijke en oprechte film is, is overduidelijk. Niet alleen vanwege Keitel, die één van de beste rollen uit zijn carrière neerzet, ook niet vanwege het met eigen ervaringen gevulde script van Lund dat zo realistisch is, dat ze zelfs echt heroïne gebruikt in een scène. Het is ook niet de rauwheid, voortgekomen uit het idiote opname schema van 18 dagen. Het zijn de scènes waarin Keitel met twee hoeren knetterstoned en huilend door zijn kamer danst. Het is The Lieutenant die niet kan begrijpen dat een non haar verkrachters vergeeft om niet lang daarna door zijn knieën te zakken voor een Jezus-verschijning. Daar gaat de film voorbij vergelijkbare films als Taxi Driver en Naked, om het het door 'uppers'-gedreven bonkende hart en beeldschone nihilisme van zijn makers ten toon te stellen. Daar gaat het wringen. Op een poëtische en rauwe manier. Als een spirituele ontsteking.

8 mei 2008

Criterion Collection op BluRay

Nu de korte, hevige oorlog tussen de HD-formaten is beslist, met BluRay als winnaar, komt The Criterion Collection met het goede nieuws dat we hun sublieme selectie ook in High Definition kunnen bewonderen. Criterion is één van de weinige labels die al sinds de vergane hoogtijdagen van de Laser Disc garant staat voor uitgaven met perfecte beeld- en geluidskwaliteit en bijzondere special features.

Uit de newsletter:



Dear Criterion Collection Newsletter subscriber,

We’ve got some exciting news for this fall, and we wanted you to hear it first.

Our first Blu-ray discs are coming! We’ve picked a little over a dozen titles from the collection for Blu-ray treatment, and we’ll begin rolling them out in October. These new editions will feature glorious high-definition picture and sound, all the supplemental content of the DVD releases, and they will be priced to match our standard-def editions.

Here’s what’s in the pipeline:

The Third Man
Bottle Rocket
Chungking Express
The Man Who Fell to Earth
The Last Emperor
El Norte
The 400 Blows
Gimme Shelter
The Complete Monterey Pop
Contempt
Walkabout
For All Mankind
The Wages of Fear

Alongside our DVD and Blu-ray box sets of The Last Emperor, we’ll also be putting out the theatrical version as a stand-alone release in both formats, priced at $39.95. Our Blu-ray release of Walkabout will be an all-new edition, featuring new supplements as well as a new transfer; we will also release an updated anamorphic DVD of Nicolas Roeg’s outback masterpiece at the same time.

23 apr. 2008

'The Christ and the Antichrist'

Goed nieuws. Lars von Trier is bekomen van een lange en on-inspirerende depressie. Een kwaal waar de regisseur al langer tegen vecht. Het nieuws dat het slecht ging met de 51-jarige von Trier was al sinds September 2007 bekend en begin dit jaar werd hij zelfs opgenomen in een Deens ziekenhuis. Het 'enfant terrible' van de Scandinavische cinema bekende dat hij ditmaal zo depressief was, dat hij zich als een blanco papiertje voelde; geen enkele inspiratie dus. Nu heeft hij aangekondigd dat hij zich weer beter voelt en kan beginnen aan zijn nieuwe film: The Antichrist. De opnames zullen deze zomer plaatsvinden in Duitsland, het wordt een horrorfilm en iets van het plot is al bekend: een koppel trekt zich terug uit de bewoonde wereld -in een hutje in het bos- om bij te komen van de dood van hun kind. Trauma's, horror en een koppel alleen in een hutje in het bos: dat klinkt te goed om waar te zijn. Sterker nog, dat doet me ergens denken aan Ingmar Bergman's uitstapje naar echte horror: Vargtimmen (Hour of the Wolf). The Antichrist wordt een Engelstalige film en het script is van von Trier en Anders Thomas Jensen, die recentelijk Adam's Apples schreef en regisseerde.



Ander goed nieuws. Paul Verhoeven gaat een boek publiceren over Jezus Christus: Jezus van Nazareth. Het boek zou eerst Jezus - de man heetten. In zijn boek wil Verhoeven de mythes rond Jezus wegnemen en hem neerzetten als een revolutionair mens, niet perse de zoon van God. Verhoeven, die nu bezig is met een vervolg op The Thomas Crown Affair, is de enige niet-theoloog verbonden aan de zogeheten Jesus Seminar, een groep auteurs en wetenschappers die op zoek zijn naar een wetenschappelijke en historische Jezus. De 67-jarige regisseur is al jaren lang gefascineerd door de Jezus-mythe en wil al tijden een film aan hem wijden (ondertussen weet hij de Jezus-metafoor wel in zijn films te proppen, zoals de 'wederopstanding' in Robocop). Zijn gedroomde meesterstuk zit er voorlopig niet in (met dank aan o.a. Mel Gibson), dus heeft hij besloten zijn studie dan maar te publiceren als boek bij uitgeverij Bijleveld, in de hoop het ooit te kunnen verfilmen. Het boek komt rond September uit. '' Het is plausibel dat Maria tijdens de joodse opstand in Galilea van 4 voor Christus door een Romeinse soldaat werd verkracht, en Jezus daarom een buitenechtelijk kind was'', schrijft Verhoeven. Zal zijn boek opschudding teweegbrengen of zijn mensen moe van de zoveelste revisionistische geschiedenis van Jezus? Ik hoop dat het gewoon goed verkoopt, dan kan Verhoeven het snel verfilmen.